Kennisbank · 7 min lezen
ECG-elektrodes plaatsen: waar ze komen en welke kleur waar hoort
ECG-elektroden plaatsen is het plakken van de tien elektrodes voor een 12-afleidingen-ECG (hartfilmpje): zes op de borst, V1 tot en met V6, en vier op armen en benen. Rood komt rechts en geel links op arm of schouder, zwart rechts en groen links op voet of bovenbeen.
Bij het plakken van een ECG gaat het vaak mis met de hoogte van V1 en V2, of worden de armen verwisseld. De ECG-zakkaart zet alle tien plekken, de kleuren en de aandachtspunten op één kaartje dat je naast de patiënt kunt houden.
Wat is een ECG en welke elektrodes plak je?
Een ECG, elektrocardiogram of hartfilmpje, legt de elektrische activiteit van het hart vast. Voor een standaard ECG met twaalf afleidingen plak je tien elektrodes in twee groepen:
- Borstelektrodes V1 tot en met V6: zes plakkers op de borstkas, van V1 rechts naast het borstbeen tot V6 opzij in de axillairlijn, op dezelfde hoogte als V4.
- Extremiteitselektrodes R, L, N en F: vier plakkers op armen en benen, elk met een eigen kleur.
Het apparaat maakt uit de signalen van die elektrodes de twaalf afleidingen; N is de neutrale elektrode en telt daarin niet mee. Ligt een elektrode een intercostaalruimte te hoog of zit een kabel aan de verkeerde arm, dan kan de vorm van het ECG veranderen. Dat lijkt soms op een afwijking die er niet is, of verbergt er juist een.
Wanneer maak je een ECG?
Een ECG maak je op aanvraag van de arts of volgens het protocol van je afdeling, bijvoorbeeld bij pijn op de borst, hartkloppingen, een onregelmatige pols, voor een operatie of bij medicatie die het hartritme kan beïnvloeden. Welke klachten een direct ECG vragen en wie het beoordeelt, verschilt per instelling. Het beoordelen van het ECG staat niet op deze kaart; die gaat over het maken.
Waar plak je de ECG-elektrodes op de borst? V1 tot V6
De tabel volgt de voorkant van de kaart. V3 en V5 liggen halverwege twee andere elektrodes. Daarom zoek je in de praktijk eerst V1, V2, V4 en V6 op en vul je V3 en V5 daarna in.
| Elektrode | Plek op de borst |
|---|---|
| V1 | In de 4e intercostaalruimte, rechts van het borstbeen. |
| V2 | In de 4e intercostaalruimte, links van het borstbeen. |
| V3 | Halverwege tussen V2 en V4. |
| V4 | In de 5e intercostaalruimte, in de midclaviculairlijn. |
| V5 | Halverwege tussen V4 en V6. |
| V6 | In de axillairlijn, op dezelfde hoogte als V4. |

Zo houd je V1 tot V6 op de goede plek
De intercostaalruimte is de zachte groeve tussen twee ribben. V1 en V2 liggen in dezelfde ruimte: V1 direct rechts en V2 direct links naast het borstbeen. V4 zit een ruimte lager, recht onder het midden van het sleutelbeen. Tussen die twee vul je V3 in. V5 en V6 liggen op dezelfde hoogte als V4 en lopen dus recht opzij, niet schuin omhoog naar de oksel. Met axillairlijn bedoelen richtlijnen de lijn recht onder het midden van de oksel, de midaxillairlijn.
Te hoog of te laag
In onderzoeken naar de plaatsing liggen V1 en V2 vaak te hoog en V4 tot V6 te laag. Tel de intercostaalruimtes na in plaats van op het oog te plakken, zeker bij een brede of zware borstkas. Plak bij een vervolg-ECG op dezelfde plekken, zodat de arts de twee goed naast elkaar kan leggen.ECG-kleuren: welke plakker komt waar op armen en benen?
Bij het ECG plakken heeft op de extremiteiten elke elektrode een letter en een kleur. Op de afdeling heet dat vaak de kleuren van de ECG-afleidingen, maar de kleur hoort bij de elektrode; de afleidingen rekent het apparaat zelf uit. De kaart geeft voor elke elektrode twee mogelijke plekken: rood en geel op de arm of de schouder, zwart en groen op de voet of het bovenbeen.
| Letter | Kleur | Plek |
|---|---|---|
| R | Rood | Right arm: rechterarm of rechterschouder. |
| L | Geel | Left arm: linkerarm of linkerschouder. |
| N | Zwart | Neutral: rechtervoet of rechterbovenbeen. |
| F of LL | Groen | Foot of left leg: linkervoet of linkerbovenbeen. |
Welke van de twee plekken je kiest, staat in het protocol van je afdeling. Volgens de richtlijnen voor het maken van een ECG kan een plek hoger op arm of been, zoals de schouder of het bovenbeen, de vorm van het ECG veranderen. Kies daarom bij een volgend ECG dezelfde plek en zet op het ECG waar de elektrodes zaten, zodat de arts daar rekening mee kan houden. Plak bij voorkeur op zacht weefsel en niet op een uitstekend bot.
Ezelsbruggetje voor de ECG-kleuren
Het ezelsbruggetje op de kaart is: rechts (rood) is een roos boven de aarde (zwart). Zon (geel) boven het gras (groen).
Sta je naast het bed, denk dan in twee kolommen. Rechts van de patiënt staat de roos met de aarde eronder: rood op de arm of schouder, zwart op de voet of het bovenbeen. Links staat de zon boven het gras: geel boven, groen onder. Let op dat je rechts en links van de patiënt neemt en niet die van jezelf. Sta je aan het voeteneind, dan is de rechterkant van de patiënt jouw linkerkant.
ECG maken: zo bereid je de patiënt en de huid voor
De achterkant van de kaart geeft drie aandachtspunten voor het maken van een ECG:
- Laat de patiënt liggen met de armen ontspannen langs het lichaam, en ontbloot de plekken waar de elektrodes komen.
- Sluit de elektrodes aan en scheer zo nodig haren weg waar de elektrodes niet goed plakken.
- Plakken ze niet door bodylotion, maak de plek dan schoon met een gaasje alcohol.
Vertel vooraf wat je gaat doen. Een zin als ‘Ik plak wat stickers op uw borst, armen en benen. Als ze zitten, vraag ik u even stil te liggen en niet te praten. De opname zelf duurt maar een paar tellen.’ scheelt vaak een tweede opname. Laat de huid na de alcohol drogen voordat je plakt. Let op de privacy: dek af wat je niet nodig hebt en doe het gordijn dicht.
Storing op het ECG: vijf oorzaken en wat je eraan doet
Onder ‘Storing in de geleiding kan komen door’ noemt de kaart vijf oorzaken. Loop ze na voordat je op start drukt:
- Beugel-BH: de metalen beugel ligt vlak bij de borstelektrodes. Vraag of de patiënt de BH wil uitdoen of losmaken.
- Voeten tegen het voeteneind van het bed: wie zich met de voeten afzet, spant de spieren aan. Help de patiënt iets hoger in bed of zorg dat de voeten los van het voeteneind liggen.
- Praten: ook zachtjes praten kan spieractiviteit op het ECG geven. Vraag om tijdens de opname even stil te zijn.
- Bewegingen en tremoren: trillen, rillen of onrustig liggen geeft een golvende of rafelige lijn. Een deken bij kou of een kussen onder de armen kan helpen.
- Horloge: doe een horloge af, zeker als het dicht bij een elektrode of kabel zit.
Blijft de lijn onrustig?
Kijk dan of elke plakker nog goed vastzit, of de kabels vrij hangen zonder aan de plakkers te trekken en of de patiënt ontspannen ligt. Is het ECG technisch niet goed, maak dan volgens het protocol van je afdeling een nieuwe opname. Lukt een rustige opname niet, zet dan op het ECG waarom en geef het toch door aan de arts.Geef je het ECG door aan de arts, vertel dan ook wat je bij de patiënt merkt en meet: klachten, pols en bloeddruk. De SBAR helpt je dat in een vaste volgorde te zeggen, en bij een patiënt die achteruitgaat begin je met de ABCDE. De normaalwaarden van de vitale functies staan in een apart artikel.
Voorbeeld: een ECG plakken, stap voor stap
Casus: mevrouw Hendriks, 81 jaar, ECG voor de operatie
De arts vraagt een ECG bij mevrouw Hendriks, die morgen een nieuwe heup krijgt. Ze heeft de ziekte van Parkinson, trilt met haar rechterhand en heeft net haar huid ingesmeerd. Ze draagt een beugel-BH en een horloge.
Voorbereiden. Je legt uit wat je gaat doen, doet het gordijn dicht en vraagt of ze de BH en het horloge af wil doen. Ze ligt in bed met de armen ontspannen langs haar lichaam. Haar voeten staan tegen het voeteneind, dus je helpt haar een stukje hoger in bed. Waar de elektrodes komen, maak je de huid schoon met een gaasje alcohol en laat je hem drogen.
Plakken. Je zoekt de 4e intercostaalruimte op en plakt V1 rechts en V2 links naast het borstbeen. V4 komt een ruimte lager in de midclaviculairlijn, V3 ertussen, V6 opzij in de axillairlijn op de hoogte van V4, en als laatste V5 halverwege V4 en V6. Door het trillen van haar hand plak je de extremiteiten volgens jullie protocol op de schouders en bovenbenen: rood rechts boven, geel links boven, zwart rechts onder, groen links onder.
Opnemen. Je vraagt haar even niet te praten. De eerste opname is in de extremiteitsafleidingen nog onrustig. Je controleert of de plakkers en kabels goed zitten, vraagt haar zo ontspannen mogelijk te liggen en maakt een tweede opname. Die is rustiger, maar het trillen blijft een beetje zichtbaar. Op het ECG noteer je dat de extremiteiten op de schouders en bovenbenen zaten en dat ze met haar rechterhand trilt. Daarna leg je het ECG klaar voor de arts.
Alle plekken, kleuren en storingsbronnen staan op de ECG-zakkaart, voor aan je uniform, los of in een Set van 5. Volg bij het maken van een ECG het protocol van je afdeling.
Veelgestelde vragen
Waar plak je de ECG-elektroden?
Op de borst plak je zes elektrodes: V1 in de 4e intercostaalruimte rechts van het borstbeen, V2 in de 4e intercostaalruimte links ervan, V3 halverwege tussen V2 en V4, V4 in de 5e intercostaalruimte in de midclaviculairlijn, V5 halverwege tussen V4 en V6 en V6 in de axillairlijn op dezelfde hoogte als V4. Op de extremiteiten komen er vier: op armen of schouders en voeten of bovenbenen.
Welke kleur ECG-plakker komt waar?
Op de extremiteiten gaat rood (R) naar de rechterarm of rechterschouder, geel (L) naar de linkerarm of linkerschouder, zwart (N) naar de rechtervoet of het rechterbovenbeen en groen (F of LL) naar de linkervoet of het linkerbovenbeen. De kabelkleuren van V1 tot V6 staan niet op deze kaart. Kijk daarvoor naar de opdruk op de stekkers van jullie apparaat; daar staat soms C1 tot C6.
Wat is het ezelsbruggetje voor de ECG-kleuren?
Op de ECG-kaart staat: Rechts (rood) is een roos boven de aarde (zwart). Zon (geel) boven het gras (groen). De roos en de aarde zitten rechts, de zon en het gras links. Bovenaan, op arm of schouder, komen de roos en de zon. Onderaan, op voet of bovenbeen, komen de aarde en het gras. Zo onthoud je makkelijker welke kleur waar hoort.
Wat is een 12-afleidingen-ECG?
Een 12-afleidingen-ECG is een hartfilmpje dat de elektrische activiteit van het hart vanuit twaalf richtingen vastlegt. Daarvoor plak je tien elektrodes: zes op de borst (V1 tot en met V6) en vier op de extremiteiten (R, L, N en F). Het apparaat maakt uit de signalen van die elektrodes de twaalf afleidingen die je op papier of scherm ziet. N is de neutrale elektrode en telt daarin niet mee.
Waarom plakken de ECG-plakkers niet?
Vaak zit er haar of bodylotion op de huid. Volgens de ECG-kaart scheer je de haren weg op de plek waar een elektrode niet goed plakt. Plakt hij niet door bodylotion, dan maak je de plek schoon met een gaasje alcohol en laat je de huid even drogen. Een droge, schone huid geeft een strakker contact en minder storing op het ECG.
Waardoor krijg je storing op het ECG?
De ECG-kaart noemt vijf oorzaken van storing in de geleiding: een beugel-BH, voeten tegen het voeteneind van het bed, praten, bewegingen of tremoren, en een horloge. Neem ze vóór je de opname start zo veel mogelijk weg, vraag de patiënt stil en ontspannen te liggen en kijk of alle elektrodes goed vastzitten. Blijft de lijn onrustig, controleer dan de plakkers en kabels opnieuw.
Mag je de elektroden op de schouders plakken in plaats van op de polsen?
Op de ECG-kaart staan beide plekken: rood en geel op de arm of de schouder, zwart en groen op de voet of het bovenbeen. Welke plek jouw afdeling standaard gebruikt, staat in het protocol. Een plek hoger op arm of been kan de vorm van het ECG veranderen, dus plak bij een volgend ECG bij voorkeur op dezelfde plek en zet op het ECG waar de elektrodes zaten.
Hoe maak je een ECG als verpleegkundige?
Je laat de patiënt liggen met de armen ontspannen langs het lichaam en ontbloot de plekken waar de elektrodes komen. Je scheert waar nodig en maakt de huid vetvrij met een gaasje alcohol als er bodylotion op zit. Dan plak je V1 tot V6 en de vier extremiteiten, haal je storingsbronnen weg en start je de opname volgens het protocol van je afdeling.


De kaart voor aan je uniform
Meten is weten: ECG
Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.
Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de ECG-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen



