ZorgZipper

Kennisbank · 8 min lezen

Zorg in de stervensfase: symptomen herkennen en verlichten

Zorg in de stervensfase is de zorg in de laatste levensfase, als het overlijden onafwendbaar is: op de kaart de fase van enkele dagen tot maximaal 2 weken voor de patiënt overlijdt. Die zorg richt zich op comfort: symptomen verlichten, onnodige handelingen stoppen en de naasten begeleiden.

Op de afdeling of in de thuiszorg zie je het vaak aankomen: de patiënt eet niet meer, slaapt steeds meer en de familie vraagt hoe lang het nog duurt. De zakkaart Zorg in de stervensfase zet per symptoom de interventies op een rij en geeft aan de achterkant de afspraken die voor elke stervende gelden. Volg daarnaast altijd het protocol van je afdeling en de afspraken met de arts.

Wat is de stervensfase?

De stervensfase begint op het moment dat het overlijden onafwendbaar is. Op de kaart is dat de fase van enkele dagen tot maximaal 2 weken voor de patiënt overlijdt. De richtlijn Zorg in de stervensfase (2023) spreekt van de laatste dagen van het leven, tot ongeveer zeven dagen. Een vaste duur bestaat niet; de ene patiënt overlijdt binnen een dag, de andere leeft langer dan iedereen dacht. Onderaan de achterkant van de kaart staan de afspraken die in deze fase altijd meelopen:

  • Benoem (zo mogelijk) naar patiënt en naasten dat de stervensfase is aangebroken.
  • Bespreek verwachtingen, zorgen, rituelen en wensen.
  • Staak in overleg met de arts onnodige (be)handelingen en medicatie.
  • Draag zorg voor naasten: informeer ze en ga in op hoe zij het beleven.
  • Zorg voor continuïteit van zorg voor patiënt en naasten.
  • Werk nauw samen met de arts en consulteer zo nodig laagdrempelig andere disciplines.

Wanneer begint zorg in de stervensfase? De stervensfase herkennen en benoemen

Zorg in de stervensfase begint zodra de arts en het team vaststellen dat het overlijden onafwendbaar is. Dat heet het markeren van de stervensfase. Jouw observaties aan het bed zijn daarbij vaak het eerste signaal: je ziet een patiënt in korte tijd achteruitgaan, minder eten en drinken en steeds meer slapen. Eén waarneming zegt weinig, het totaalbeeld en het verloop tellen. Twijfel je, bespreek het dan met de arts, bijvoorbeeld met de SBAR.

Is de stervensfase gemarkeerd, dan staat bovenaan de achterkant van de kaart wat je doet: benoem het, zo mogelijk, naar de patiënt en de naasten. Dat gesprek voert de arts meestal samen met jou. Daarna bespreek je wat iedereen verwacht, waar ze bang voor zijn en welke rituelen en wensen er zijn. Veel instellingen gebruiken hiervoor het Zorgpad Stervensfase; volg het protocol van je eigen afdeling.

Symptomen in de stervensfase en wat je doet

In de palliatieve zorg rond de stervensfase gaat het om negen symptomen op de kaart. De tabel volgt de kaart, eerst de voorkant en dan de achterkant. Medicatie start of stopt altijd op voorschrift van de arts; welk middel en welke dosering staat in jullie protocol of het palliatieve beleid van de patiënt.

SymptoomInterventie
Pijn
  • Achterhaal oorzaak
  • Start pijnbestrijding
  • Geef voorlichting aan naasten over herkennen van pijn
Droge mond
  • Speekselvervangende gel
  • Bevochtig mond met swaps
Mictie- en defecatieproblemen
  • Incontinentie en/of blaasretentie: geef een katheter
  • Obstipatie: geef een (micro)klysma
Decubitus
  • Geef een AD-matras
  • Geef alleen wisselligging indien noodzakelijk (geef preventief pijnstilling)
  • Geen incontinentiemateriaal/matjes
Dyspnoe
  • Optimaliseer houding
  • Geef uitleg aan familie over Cheyne-Stokesademhaling en het verschil met dyspnoe
  • Start morfine
Reutelen
  • Vermijd uitzuigen
  • Zijligging kan effectief zijn, mits dit comfortabel is
  • Geef uitleg aan naasten over reutelen en het verschil met dyspnoe
  • Start eventueel scopolamine sc/iv/transdermaal
Onrust
  • Sluit blaasretentie en obstipatie uit
  • Zorg voor prikkelarme omgeving
  • Overweeg palliatieve sedatie
  • Pas medicatie aan (evt. opiaten staken)
Angst
  • Maak angsten bespreekbaar
  • Start evt. benzodiazepinen
  • Geef naasten de mogelijkheid tot rooming-in
Misselijkheid/braken
  • Staak emetogene medicatie
  • Start anti-emetica
  • Optimaliseer houding
Symptomen en interventies zoals op de kaart Palliatieve zorg: stervensfase. De kleuren groeperen lichamelijke klachten, de ademhaling en onrust, angst en misselijkheid; ze komen niet van de kaart.

Pijn herkennen bij iemand die niet meer praat

In de stervensfase kan de patiënt vaak niet meer zeggen dat hij pijn heeft. Let op fronsen, kreunen bij verplaatsen, gespannen spieren en onrust. Vraag naasten wat ze zien; zij kennen de patiënt het best, en op de kaart staat niet voor niets dat je hen leert pijn te herkennen. Kan de patiënt niet meer slikken, dan gaat pijnmedicatie volgens de richtlijn over op een andere toedieningsweg, zoals subcutaan. Dat regelt de arts.

Mondzorg bij een droge mond

Een droge mond geeft dorstgevoel en is een van de meest voorkomende klachten in de laatste dagen. Bevochtig de mond met swabs (op de kaart: swaps) en gebruik speekselvervangende gel, zoals de kaart aangeeft. Doe dat vaak, meerdere keren per dag volgens protocol, en vet de lippen in. Naasten willen vaak iets doen; mondzorg kun je hen goed leren.

Decubitus: comfort gaat voor wisselligging

Wisselligging doet een stervende vaak pijn en verstoort de rust. Daarom staat op de kaart: alleen indien noodzakelijk, en geef dan preventief pijnstilling. Het AD-matras doet het meeste werk. Leg er geen incontinentiemateriaal of matjes op, want extra lagen tussen huid en matras verminderen de drukverdeling. De katheter op de kaart bij incontinentie of blaasretentie past bij datzelfde doel: minder verschonen en geen pijnlijke volle blaas.

Reutelen, Cheyne-Stokes of benauwd? Zo leg je het uit

Over niets krijg je aan het sterfbed zo vaak vragen als over de ademhaling. Op de kaart staat bij zowel dyspnoe als reutelen dat je de naasten het verschil uitlegt. Dat zijn drie verschillende dingen:

  • Reutelen (doodsreutel): een rochelend geluid van slijm in keel en luchtwegen dat de patiënt niet meer wegslikt of ophoest.
  • Dyspnoe: benauwdheid, de patiënt ervaart zelf moeite met ademen.
  • Cheyne-Stokesademhaling: een ademhaling in golven, steeds dieper en dan steeds oppervlakkiger, met daartussen adempauzes.

Bij reutelen staat op de kaart: vermijd uitzuigen. Het is belastend en het slijm komt snel terug. Zijligging kan helpen, mits de patiënt daar comfortabel ligt. Daarnaast kan de arts scopolamine voorschrijven; op de kaart staat sc, iv of transdermaal. In de praktijk gaat het om butylscopolamine als injectie of scopolamine als pleister. Dat remt de aanmaak van nieuw slijm en haalt slijm dat er al zit niet weg, dus het effect is vaak beperkt.

Bij dyspnoe kijk je eerst naar de houding: rechtop of half zittend, met kussens onder de armen. Op de kaart staat daarna morfine. Morfine is in de palliatieve fase het middel van eerste keus tegen benauwdheid; dosering en toedieningsweg bepaalt de arts.

Wat je tegen de familie kunt zeggen

‘Dat geluid komt van wat slijm achter in de keel. Uw moeder kan het niet meer wegslikken. Het klinkt benauwd, maar als ik naar haar gezicht kijk, ligt ze rustig. Benauwd zijn ziet er anders uit: dan gaat iemand snel ademen en wordt hij onrustig. Dat houden we in de gaten.’

Onrust en angst in de stervensfase

Onrust bij een stervende heeft niet altijd een psychische oorzaak. De kaart zet daarom bovenaan: sluit blaasretentie en obstipatie uit. Een volle blaas is snel gecontroleerd met een bladderscan. Daarna een prikkelarme omgeving: licht gedimd, weinig mensen tegelijk, rustige stemmen. Ook opioïden kunnen bij stapeling onrust geven. Op de kaart staat ‘pas medicatie aan (evt. opiaten staken)’; of de arts de dosis verlaagt, overstapt op een ander middel of stopt, hangt af van de pijn, want die moet behandeld blijven. Onrust kan ook passen bij een terminaal delier. Meer daarover lees je in het artikel over delier, dementie en depressie.

Lukt het niet om onrust of een ander symptoom te verlichten, dan staat op de kaart: overweeg palliatieve sedatie. Dat is een medische beslissing bij een refractair symptoom, volgens de KNMG-richtlijn en het protocol van je instelling. Jouw rol is observeren, rapporteren en de naasten erbij betrekken.

Bij angst begint de kaart met praten: maak angsten bespreekbaar. Soms helpt het al dat iemand bij de patiënt blijft. Daarom staat er ook: geef naasten de mogelijkheid tot rooming-in. Op voorschrift kan een benzodiazepine erbij.

Misselijkheid en braken

Bij misselijkheid en braken stop je in overleg met de arts medicatie die misselijk maakt, start de arts een anti-emeticum en zoek je een houding die prettig is.

Zorg voor de naasten

De achterkant van de kaart besteedt evenveel aandacht aan de naasten als aan de patiënt. Benoem dat de stervensfase is aangebroken, voor zover dat kan. Vraag welke rituelen en wensen er zijn, bijvoorbeeld rond geloof, muziek of wie erbij wil zijn. Leg uit wat ze gaan zien: minder eten en drinken, meer slapen, een andere ademhaling, een koude huid. Wie weet wat er komt, schrikt minder. Bied de mogelijkheid om te waken, ook in de laatste uren. Spreek af wie wanneer gebeld wordt, en geef het door aan de volgende dienst, zodat de zorg doorloopt.

Voorbeeld: zorg in de stervensfase tijdens een nachtdienst

Casus: meneer De Wit, 84 jaar, de laatste dagen in het verpleeghuis

Meneer De Wit heeft hartfalen en is de afgelopen week snel achteruitgegaan. Hij eet niet meer, drinkt een paar slokjes en slaapt het grootste deel van de dag. De specialist ouderengeneeskunde heeft gisteren met zijn dochter besproken dat de stervensfase is aangebroken. Zijn medicatie is afgebouwd tot morfine en een benzodiazepine zo nodig, beide subcutaan.

Wat je ziet. Om half twee ’s nachts belt zijn dochter: haar vader ‘stikt bijna’. Je hoort een rochelend geluid bij elke ademhaling. Hij ademt rustig, zo’n veertien keer per minuut, zijn gezicht is ontspannen en hij reageert niet op aanspreken. Tussendoor stopt zijn ademhaling soms een paar tellen.

Wat je doet. Je zuigt niet uit. Samen met een collega leg je hem voorzichtig op zijn zij, met een kussen in zijn rug, en je kijkt of hij daar rustig blijft liggen. Je bevochtigt zijn mond met een swap. Daarna neem je de tijd voor zijn dochter: je legt uit dat het geluid van slijm komt dat hij niet meer wegslikt, dat zijn gezicht rustig is en dat de pauzes in zijn ademhaling vaak voorkomen in deze fase. Je vertelt hoe benauwdheid er wel uit zou zien.

Overleg. Het reutelen blijft. Je belt de arts met een korte SBAR: stervensfase, reutelen sinds een uur, geen tekenen van benauwdheid, zijligging geeft weinig verschil, dochter is erg geschrokken. De arts schrijft volgens het palliatieve protocol butylscopolamine subcutaan voor. Je rapporteert wat je hebt gezien en gedaan, en draagt over dat de dochter graag wil blijven slapen. Een stretcher naast het bed is zo geregeld.

Alle symptomen, interventies en afspraken uit dit artikel staan op de kaart Palliatieve zorg: stervensfase, voor aan je uniform, los of in een Set van 5. Volg in de stervensfase altijd het protocol van je afdeling en het beleid dat met de arts is afgesproken.

Veelgestelde vragen

Wat is de stervensfase?

De stervensfase is de periode waarin het overlijden onafwendbaar is geworden. Op de kaart Palliatieve zorg: stervensfase is dat de fase van enkele dagen tot maximaal 2 weken voor de patiënt overlijdt; de landelijke richtlijn spreekt van de laatste dagen van het leven. Hoe lang het precies duurt, is vooraf niet te zeggen. De zorg richt zich dan volledig op comfort voor de patiënt en steun voor de naasten.

Hoe lang duurt de stervensfase?

Op de kaart duurt de stervensfase enkele dagen tot maximaal 2 weken. De richtlijn Zorg in de stervensfase (2023) spreekt van de laatste dagen van het leven, tot ongeveer zeven dagen. Bij de ene patiënt gaat het in uren, bij de andere duurt het langer dan iedereen verwacht. Noem tegen naasten daarom geen vaste termijn, maar leg uit welke veranderingen je ziet.

Wat is het verschil tussen de terminale fase en de stervensfase?

De terminale fase is het laatste deel van de palliatieve fase, waarin de ziekte niet meer te behandelen is en de levensverwachting beperkt is, vaak weken tot maanden. De stervensfase komt daarna: de laatste dagen, als het overlijden onafwendbaar is. Op de kaart is dat de fase van enkele dagen tot maximaal 2 weken. Dan draait alle zorg om comfort en steun voor de naasten.

Heeft een stervende last van reutelen?

Reutelen, ook wel doodsreutel of rochelen genoemd, is het geluid van slijm in keel en luchtwegen dat de stervende niet meer wegslikt. Voor naasten klinkt het heftig, maar de patiënt lijkt er volgens de richtlijn meestal geen last van te hebben, zeker bij een verlaagd bewustzijn. Kijk naar het gezicht en de ademfrequentie: ligt iemand rustig, dan wijst dat niet op benauwdheid. Leg dat uit aan de familie.

Wat is het verschil tussen reutelen en benauwdheid?

Reutelen is het geluid van slijm in de keel en luchtwegen dat de patiënt niet meer wegslikt of ophoest. Bij benauwdheid (dyspnoe) ervaart de patiënt zelf moeite met ademen, vaak met onrust, een angstige blik of snel ademen. Op de kaart staat bij beide dat je de naasten het verschil uitlegt. Bij dyspnoe helpen houding en, volgens de kaart, morfine op voorschrift van de arts.

Wat is Cheyne-Stokesademhaling?

Cheyne-Stokesademhaling is een ademhaling die in golven gaat: een paar steeds diepere ademhalingen, dan steeds oppervlakkiger, gevolgd door een adempauze die soms lang duurt. Het komt in de stervensfase vaak voor. Op de kaart staat dat je de familie het verschil uitlegt met dyspnoe, omdat naasten de pauzes vaak als stikken ervaren terwijl de patiënt er niet benauwd bij hoeft te zijn.

Moet je reutelen uitzuigen?

Op de kaart staat bij reutelen: vermijd uitzuigen. Uitzuigen is belastend en het slijm komt meestal snel terug. Wat kan helpen is zijligging, mits de patiënt daar comfortabel in ligt, en uitleg aan de naasten over wat ze horen. Op voorschrift van de arts kan scopolamine starten; dat werkt beter tegen nieuw slijm dan tegen slijm dat er al zit.

Waarom krijgt iemand morfine in de stervensfase?

Op de kaart staat morfine bij dyspnoe: het verlicht het gevoel van benauwdheid. Morfine is in de palliatieve fase ook een veelgebruikt middel tegen pijn. Welk middel, welke dosering en welke toedieningsweg, vaak subcutaan als slikken niet meer gaat, bepaalt de arts. Geeft morfine bij stapeling onrust, dan past de arts de medicatie aan.

Wat doe je als een stervende onrustig is?

Op de kaart sluit je eerst blaasretentie en obstipatie uit, want een volle blaas of darm kan veel onrust geven. Zorg daarna voor een prikkelarme omgeving en bespreek met de arts of medicatie moet worden aangepast, eventueel door opiaten te staken. Onrust kan passen bij een terminaal delier. Lukt verlichten niet, dan kan de arts palliatieve sedatie overwegen.

Voorkant van de kaart Palliatieve zorg: stervensfase
Achterkant van de kaart Palliatieve zorg: stervensfase

De kaart voor aan je uniform

Palliatieve zorg: stervensfase

Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.

Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de Stervensfase-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen

Bronnen en controle

  • De referentiekaart Palliatieve zorg: stervensfase van ZorgZipper (uitgave 2021), voor- en achterkant.
  • PZNL, richtlijn Zorg in de stervensfase (vastgesteld 30 oktober 2023), via Palliaweb.
  • PZNL, richtlijnen Reutelen, Dyspneu in de palliatieve fase en Delier in de palliatieve fase, via Palliaweb.
  • KNMG, richtlijn Palliatieve sedatie (2022).
  • Thuisarts.nl (NHG), Wat gebeurt er in de laatste dagen voor het overlijden?

Inhoud gecontroleerd op 9 oktober 2026. Volg altijd het protocol van je eigen afdeling; dat gaat vóór elke naslagkaart.

Een kaart uit de zorgbingo

Gratis voor je team

De zorgbingo in je mail

Acht bingokaarten vol situaties uit een dienst, van ‘familie belt 3x’ tot ‘hele dienst niet geplast’. Print ze voor je team of je klas en kruis af wat je meemaakt. Wil je ook de nieuwsbrief met nieuwe artikelen en kaarten? Zet dan het vinkje aan.

Je krijgt de pdf per mail. Zie de privacyverklaring.

Lukt het niet? Download de pdf dan direct.

Lees ook