ZorgZipper

Kennisbank · 11 min lezen

ABCDE-methodiek voor verpleegkundigen: uitleg, AVPU en vijf casussen

De ABCDE-methodiek, ook ABCDE-methode genoemd, is de vaste volgorde waarin je een acuut zieke patiënt beoordeelt en behandelt: Airway (ademweg), Breathing (ademhaling), Circulation (circulatie), Disability (bewustzijn) en Exposure (blootstelling). Je werkt systematisch van A naar E en behandelt een levensbedreigend probleem direct voordat je verdergaat. Treat first what kills first.

Wat is de ABCDE-methodiek en waar staat ABCDE voor?

Elke letter van ABCDE staat voor een onderdeel van de beoordeling, in deze volgorde:

LetterBetekenisWat je beoordeelt
AAirway (ademweg of luchtweg)Is de luchtweg vrij?
BBreathing (ademhaling)Ademt de patiënt, hoe snel, hoe diep en met welke saturatie?
CCirculation (circulatie of bloedsomloop)Pols, bloeddruk, doorbloeding, bloedverlies en urineproductie.
DDisability (bewustzijn en neurologie)AVPU, EMV, pupillen, uitval en glucose.
EExposure en environment (blootstelling en omgeving)Het hele lichaam bekijken, lijnen en apparatuur, temperatuur en pijn.
De ABCDE-methodiek in het kort; per letter wat je doet staat verderop en op de ABCDE-kaart.

Dezelfde werkwijze heet ook ABCDE-methode, ABCDE-benadering, ABCDE-systematiek, ABCDE-protocol of ABCDE-schema.

Wanneer gebruik je de ABCDE-methode als verpleegkundige?

Bij elke patiënt die acuut ziek is of verslechtert: een hoge EWS, een val, kortademigheid, een bewustzijnsdaling, een allergische reactie. Ook als je nog niet weet wat er speelt, geeft ABCDE je in enkele minuten een volgorde om te kijken, te handelen en hulp te roepen. Ambulance, SEH en verpleegafdelingen gebruiken dezelfde letters, dus je overdracht sluit aan.

ABCDE en de vitale functies

Op de ABCDE-kaart vind je de vitale functies terug bij B tot en met E: bij B de ademhalingsfrequentie en de saturatie; bij C de hartfrequentie, de tensie, de capillaire refill en de urineproductie; bij D het bewustzijn en de glucose; bij E de temperatuur. De ABCDE-kaart zegt wat je meet en in welke volgorde. Wat normaal is, staat op de kaart Normaalwaarden & EMV en in het artikel over normaalwaarden van de vitale functies. Hoe een afwijking punten oplevert, zie je op de EWS-kaart.

Waarom de volgorde vast ligt

De letters staan in de volgorde waarin je levensbedreigende problemen wilt vinden. Een afgesloten luchtweg is binnen minuten fataal, een ademhalingsprobleem kan dat snel daarna zijn, een circulatieprobleem ook. Daarom behandel je een gevonden probleem direct, voordat je verder kijkt. Zuurstof geven aan iemand die niet kan inademen heeft geen zin. De volgorde is een manier van kijken, geen wachtrij: bij een instabiele patiënt kunnen beoordeling en behandeling door meerdere zorgverleners tegelijk plaatsvinden, en dat is precies de bedoeling.

Drie regels die bij elke letter gelden: roep vroeg om hulp als de patiënt instabiel is, meet in plaats van te schatten, en begin opnieuw bij A zodra de toestand verandert. Na de eerste ronde volgt altijd een tweede om het effect van wat je hebt gedaan te controleren.

A: Airway (ademweg)

Wat je beoordeeltWat je doet
  • Ademweg vrijmaken (chin lift, bij trauma jaw thrust)
  • Inspectie mondholte
  • Bijgeluiden
  • Hoesten

Praat de patiënt normaal, dan is de ademweg op dat moment doorgankelijk; een gedeeltelijke of zich ontwikkelende obstructie sluit dat niet uit. Hoor je snurken (obstructie hoog in de luchtweg), gorgelen (vocht, bloed of slijm) of een hoge piepende inademing (stridor), of zie je de patiënt naar de keel grijpen, dan is A het probleem.

Open de ademweg met een chin lift; bij een vermoeden van nekletsel bij voorkeur met een jaw thrust, maar een open luchtweg gaat vóór het volledig stil houden van het hoofd. Kijk in de mond en verwijder alleen wat je ziet: een voorwerp, braaksel, losse gebitsdelen; ga niet blind met de vingers in de mond. Zuig uit als dat kan. Bij een verslikking: aanmoedigen tot hoesten, daarna vijf rugslagen afgewisseld met vijf buikstoten volgens de reanimatierichtlijn; bij bewusteloosheid start je de reanimatie. Roep vroeg hulp.

B: Breathing (ademhaling)

Wat je beoordeeltWat je doet
  • Kijk, luister en voel 10 seconden naar de ademhaling
  • Ademhalingsfrequentie per minuut
  • Kijk naar: diepte, ademarbeid, hulpademhalingsspieren, patroon en thoraxexcursies
  • Saturatie (gebruik van zuurstof?)

Beoordeel de ademhaling eerst kort: kijk of de borstkas beweegt, luister en voel de luchtstroom, ongeveer 10 seconden. Bij een zieke patiënt tel je de frequentie daarna bij voorkeur een volle minuut; 12 tot 20 per minuut is normaal. Een duidelijk verhoogde, verlaagde of snel veranderende frequentie is een alarmsignaal, net als ongelijke thoraxexcursies, gebruik van hals- en schouderspieren en praten in losse woorden. Een blauwe kleur is een laat teken; het ontbreken ervan zegt niet dat de zuurstof in orde is.

Zet de patiënt rechtop als dat kan, geef zuurstof volgens het protocol van je afdeling en noteer hoeveel. Meet de saturatie en schrijf erbij of er zuurstof bij zit. Ademt de patiënt niet of alleen met gaspen (agonale ademhaling), start dan de reanimatie.

C: Circulation (circulatie)

Wat je beoordeeltWat je doet
  • Beoordeel de kwaliteit van de output door palpatie van de a. radialis of a. carotis
  • Hartfrequentie (regulair of irregulair)
  • Tensie
  • Bloedverlies
  • Capillaire refill (korter dan 2 seconden)
  • Urineproductie

Beoordeel hartfrequentie, ritme en polskwaliteit aan de pols (a. radialis); is die niet voelbaar, dan aan de hals (a. carotis). Meet de bloeddruk. Capillaire refill: druk 5 seconden op een vingertop met de hand ongeveer op harthoogte; normaal komt de kleur binnen 2 seconden terug. Kijk naar tekenen van slechte perifere circulatie en shock: bleek, klam, koud of gemarmerd. Zoek naar zichtbaar bloedverlies, maar ook naar verborgen verlies: buik, dijbeen, drain, verband, ontlasting.

Druk een uitwendige bloeding af. Leg de patiënt passend bij de klinische toestand; bij shock of een lage bloeddruk volg je het lokale protocol en behandel je de vermoedelijke oorzaak. Zorg volgens protocol voor een intraveneuze toegang en bereid verdere behandeling voor. Vraag naar de urineproductie van de laatste uren: minder dan 0,5 ml per kilo per uur is verminderd en kan passen bij onvoldoende circulatie, maar ook bij een nierfunctiestoornis of een obstructie; beoordeel het in de context.

D: Disability (bewustzijn en neurologie)

Wat je beoordeeltWat je doet
  • AVPU
  • Onrust, agitatie, verward
  • Uitval
  • Glucose
  • Pupilreactie
  • EMV

Bepaal het bewustzijn snel met de AVPU (hieronder) en fijnmaziger met de EMV. Sommige EWS-systemen gebruiken ACVPU, met nieuwe verwardheid als aparte categorie; volg het systeem van je instelling. Kijk naar de pupillen: grootte, gelijkheid en reactie op licht. Let op een scheef gezicht, een arm of been dat niet meedoet, onduidelijke spraak of een acute verandering in gedrag.

Meet altijd de glucose: een hypo is een veelvoorkomende en snel omkeerbare oorzaak van een gedaald bewustzijn en van verwardheid. Bij een gedaald bewustzijn controleer je opnieuw A, want een patiënt met een lage EMV kan de eigen ademweg niet beschermen. Bij uitvalsverschijnselen: noteer de tijd van ontstaan en bel direct de arts.

De EMV-tabel staat op de kaart Normaalwaarden & EMV. De pupilcontrole en de MRC-schaal voor spierkracht staan op de kaart MRC & pupilcontrole.

E: Exposure en environment (blootstelling en omgeving)

Wat je beoordeeltWat je doet
  • Uiterlijke kenmerken (inspectie)
  • Lijnen en apparatuur
  • Temperatuur
  • Pijnscore

Bekijk het hele lichaam: tekenen van letsel, huidkleur en uitslag, bloedingen, zwelling en oedeem, wonden, insteekopeningen, drukplekken en tekenen van infectie. Loop alle lijnen, drains, katheters en pompen na: zit alles nog, loopt alles, klopt de stand. Meet de temperatuur en vraag naar de pijnscore.

Leg bloot wat nodig is, maar beperk warmteverlies en bewaak de privacy: dek de patiënt weer toe zodra je klaar bent. Sluit de ronde af met een korte samenvatting voor jezelf: wat is het probleem, bij welke letter zit het, wat heb ik gedaan en wat is het effect. Dat is de kern van de beoordeling in je SBAR.

Wanneer is een patiënt ABCDE-stabiel?

Een patiënt is ABCDE-stabiel als je bij een herbeoordeling van A tot en met E geen probleem meer vindt dat direct behandeling vraagt. De kaart geeft per letter de punten die je nagaat. Welke waarden daarbij horen, staat in het protocol van je afdeling. Eén ronde blijft een momentopname: herhaal de ABCDE na elke interventie en bij elke verandering.

Wat betekent AVPU? De AVPU-score uitgelegd

AVPU staat voor Alert, Verbal, Pain en Unresponsive. Met de AVPU-score, ook AVPU-schaal genoemd, leg je het bewustzijn vast in één letter: de patiënt is alert, reageert op aanspreken, reageert alleen op een pijnprikkel of reageert niet.

De AVPU staat op de achterkant van de ABCDE-kaart en is een snelle bewustzijnsbeoordeling die je bij D gebruikt en die ook in de EWS van de kaart terugkomt. Je kiest de eerste letter die van toepassing is. Sommige instellingen gebruiken ACVPU, waarin nieuwe verwardheid (C) een eigen categorie is; volg het systeem van je afdeling.

LetterWat je ziet
AlertDe patiënt is alert, reageert spontaan en is zich bewust van de omgeving.
VerbalDe patiënt reageert op aanspreken.
PainDe patiënt reageert alleen op een pijnprikkel. Dien (één van) deze pijnprikkels toe:
  • Druk boven de orbita (oogkas)
  • Knijp in de monnikskapspier
  • Knijp in de handrug
  • Druk met een pen op het nagelbed
Gebruik de prikkel die op jouw afdeling is afgesproken, en steeds dezelfde, zodat metingen vergelijkbaar zijn.
UnresponsiveDe patiënt reageert op geen van bovenstaande prikkels.
Dezelfde indeling als op de kaart. Spreek eerst luid aan en raak de patiënt aan de schouder aan voordat je een pijnprikkel geeft; bij mogelijk nekletsel niet schudden.

Een score lager dan A is een alarmsignaal

Beoordeel ABC opnieuw, zoek een omkeerbare oorzaak (glucose, zuurstof, medicatie) en escaleer volgens het protocol van je instelling. Bij P of U kan de patiënt de eigen luchtweg vaak niet meer beschermen: terug naar A, stabiele zijligging als er geen contra-indicatie is, en direct hulp roepen.

Het verschil tussen AVPU en EMV

De AVPU is de snelle beoordeling, de EMV de fijnmazige; op de kaart staan ze allebei bij D. De EMV is de Glasgow Coma Scale (GCS), in Nederland genoemd naar Eye, Motor en Verbal. De score per onderdeel staat in de EMV-tabel in het artikel over normaalwaarden.

ABCDE oefenen: vijf casussen met uitwerking

Hieronder staan vijf voorbeelden om de ABCDE-methode mee te oefenen, van een verslikking tot koorts bij een katheter. Lees de situatie, bepaal welke letter als eerste faalt en wat je doet. Klap daarna het antwoord open.

Casus 1: Mevrouw Bakker, 82 jaar, verslikt zich tijdens het avondeten. Ze grijpt naar haar keel, hoest niet meer en haar lippen worden blauw. Welke letter faalt als eerste?

A. De ademweg is afgesloten door een vreemd voorwerp. Dat ze niet meer hoest en blauw wordt, past bij een ernstige of volledige luchtwegobstructie; een saturatiemeter of een bloeddruk heeft nu geen enkele zin. Roep hulp, geef vijf rugslagen tussen de schouderbladen en wissel af met vijf buikstoten (Heimlich) tot het voorwerp loskomt. Raakt ze buiten bewustzijn, leg haar dan plat en start de reanimatie; kijk vóór een beademing in de mond en verwijder alleen een zichtbaar voorwerp. Is de ademweg vrij, beoordeel dan B en C opnieuw en bel de arts voor controle van de longen. In de SBAR: situatie verslikking met volledige obstructie, wat je hebt gedaan, hoe ze nu ademt, en een verzoek om beoordeling en een slikadvies.

Casus 2: Meneer Jansen, 45 jaar, krijgt tien minuten na de start van een antibioticuminfuus jeuk, een rood gezicht en zwelling van de lippen. Hij zegt met een hese stem dat zijn keel dik voelt en hij ademt piepend. Welke letter faalt als eerste?

A en B. Dit is een anafylactische reactie. De hese stem en het dikke gevoel in de keel wijzen op zwelling van de bovenste luchtweg (A), het piepen op vernauwing van de onderste luchtwegen (B). Beide kunnen binnen minuten verergeren, en daarna volgt de bloeddrukdaling (C). Stop het verdachte infuus, roep direct hulp en behandel volgens het anafylaxieprotocol: bij luchtweg-, ademhalings- of circulatieproblemen is intramusculaire adrenaline de eerstelijnsbehandeling, en die wacht niet op een volledige diagnose. Geef zuurstof volgens protocol en positioneer hem passend bij de toestand; laat hem niet onnodig staan of lopen, en bij een lage bloeddruk ligt hij. Meet de EWS pas ná de eerste maatregelen; het beeld is op zichzelf al een belreden. In de SBAR: allergische reactie op een lopend antibioticum, tijd van start, huidige ademhaling, saturatie, bloeddruk en wat je hebt gedaan.

Casus 3: Meneer Van Dam, 76 jaar, gebruikt een bloedverdunner en is vannacht gevallen. Hij is aanspreekbaar, klaagt over pijn in de linkerheup, is bleek en klam. Pols 118, bloeddruk 88/54, ademhaling 24. Welke letter faalt als eerste?

C. De ademweg is vrij (hij praat) en de ademhaling is snel maar niet het primaire probleem. Een snelle pols, een lage bloeddruk en een bleke, klamme huid wijzen op te weinig circulerend volume: bloedverlies. Bij een bloedverdunner en pijn in de heup denk je aan een inwendige bloeding, ook zonder zichtbaar bloed. Bel de arts direct: de tekenen van shock zijn op zichzelf voldoende reden voor acute beoordeling. Positioneer hem volgens protocol, zorg volgens protocol voor een infuustoegang, meet de capillaire refill en de urineproductie. De EWS van de kaart komt hier op 6 (pols 2, systole 1, ademhaling 2, niet-pluisgevoel 1; hij is alert) en ondersteunt de melding, maar het klinische beeld gaat voor. De snelle ademhaling past bij C, niet bij een primair probleem van B; dat haal je uit elkaar door ABCDE in volgorde te lopen. In de SBAR: val bij een patiënt met bloedverdunner, tekenen van shock, verdenking bloeding heup, verzoek om directe beoordeling.

Casus 4: Mevrouw De Groot, 63 jaar, heeft diabetes type 1. Ze is plotseling verward, zweet, trilt en reageert traag op aanspreken. Ademhaling 16, saturatie 97 procent, pols 104, bloeddruk 142/86. Welke letter faalt als eerste?

D. A, B en C zijn op orde; het probleem zit in het bewustzijn. Verwardheid, zweten, trillen en een snelle pols bij iemand die insuline gebruikt: denk als eerste aan een hypoglykemie en meet de glucose direct. Kan ze veilig slikken, dan behandel je volgens het hypoglykemieprotocol van je afdeling, inclusief de vervolgstap na herstel. Daalt het bewustzijn of kan ze niet veilig slikken, dan geef je niets via de mond, schakel je direct hulp in en volg je het acute protocol. Controleer de glucose na 15 minuten opnieuw en blijf bij haar; bij een dalend bewustzijn ga je terug naar A. Bij elke acute verwardheid of bewustzijnsdaling meet je de glucose, ook als de rest van de EWS normaal is. In de SBAR: hypo, gemeten waarde, wat je hebt gegeven, de waarde na 15 minuten, en de vraag of het insulineschema moet worden aangepast.

Casus 5: Meneer Peters, 68 jaar, dag 3 na een blaasoperatie met een verblijfskatheter. Hij voelt zich sinds vanochtend niet lekker. Temperatuur 38,4, pols 108, bloeddruk 112/68, ademhaling 26, hij is alert maar wat suf. De urine is troebel. Welke letter faalt als eerste?

B. Het primaire ABCDE-probleem is de ademhaling: 26 per minuut. De verhoogde pols is daarna een signaal bij C. Dit beeld, koorts na een operatie met een katheter, past bij een infectie met een mogelijke sepsis; de bron staat nog niet vast, want troebele urine bewijst geen urineweginfectie. Een verhoogde ademfrequentie is een belangrijk vroeg alarmsignaal en kan meerdere oorzaken hebben: koorts, pijn, een tekort aan zuurstof, sepsis. De bloeddruk is nog acceptabel, maar dat kan snel omslaan; een uur afwachten kan hier niet. De EWS van de kaart komt op 5 (ademhaling 2, pols 1, temperatuur 1, suf 1), plus je niet-pluisgevoel. Geef zuurstof volgens protocol als de saturatie daalt, zorg volgens protocol voor een infuustoegang, meet de urineproductie en de glucose, en bel de arts met een duidelijke vraag: verdenking infectie met mogelijk sepsis, verzoek om directe beoordeling, en verder beleid volgens het sepsisprotocol van de afdeling. Herhaal de ABCDE en de EWS na de eerste maatregelen.

Wil je daarna oefenen met de vraag wat er achter zo'n beeld zit, lees dan het artikel over klinisch redeneren.

ABCDE rapporteren: van ABCDE naar EWS en SBAR

De drie horen bij elkaar. Met de EWS zie je dat er iets mis is en hoe snel je moet handelen. Met ABCDE zoek je wat er mis is en wat je als eerste doet. Met SBAR geef je het door, zodat de arts de situatie, de achtergrond, jouw beoordeling en jouw vraag in één keer hoort. De bevindingen uit ABCDE leveren de informatie voor de Assessment in je SBAR; vul die aan met de situatie, de relevante achtergrond en een concrete aanbeveling of vraag.

  • Herhaal de ABCDE na elke interventie en bij elke verandering. Eén ronde is een momentopname.
  • Noteer per letter wat je hebt gevonden en gedaan, met de tijd erbij.
  • Roep hulp zodra je een probleem vindt dat je niet alleen kunt oplossen. Wachten tot de ronde klaar is, kost tijd die de patiënt niet heeft.

Een notitie volgens ABCDE loopt de letters van de kaart af. Bij casus 3 ziet dat er zo uit, met alleen de gegevens uit de casus:

LetterNotitie, 03.10 uur
AAdemweg vrij, meneer Van Dam praat.
BAdemhalingsfrequentie 24 per minuut.
CPols 118, bloeddruk 88/54, bleek en klam. Geen zichtbaar bloedverlies.
DAlert (AVPU: A).
EPijn in de linkerheup na een val vannacht.
EWS6 (pols 2, systole 1, ademhaling 2, niet-pluisgevoel 1).
03.15 uurArts gebeld met SBAR: val bij een patiënt met bloedverdunner, tekenen van shock, verdenking bloeding heup, verzoek om directe beoordeling.
Wat nog ontbreekt, zoals de saturatie met of zonder zuurstof, de capillaire refill, de urineproductie en de glucose, vul je aan zodra je het hebt gemeten, met de tijd erbij.

Hoe je het gesprek met de arts opbouwt, met zinnen die je letterlijk kunt uitspreken, lees je in het artikel over de SBAR-methode. De ABCDE-kaart zit samen met de EWS-kaart en de SBAR-kaart in de Verpleegkundigenset van de Set van 5.

Veelgestelde vragen

Waar staat ABCDE voor?

Airway (ademweg), Breathing (ademhaling), Circulation (circulatie), Disability (bewustzijn en neurologie) en Exposure (de rest van het lichaam en de omgeving). Het is de vaste volgorde waarin je een acuut zieke of verslechterende patiënt beoordeelt en behandelt, van het meest levensbedreigende probleem naar het minst.

Waarom werk je van A naar E?

Omdat je zo levensbedreigende problemen het eerst tegenkomt en direct behandelt. Zuurstof toedienen aan iemand met een afgesloten luchtweg heeft geen zin; de zuurstof komt niet aan. Dat betekent niet dat je A helemaal moet afronden voordat iemand anders B of C mag beoordelen: bij een instabiele patiënt werken meerdere zorgverleners tegelijk. Verandert de toestand, dan begin je opnieuw bij A.

Wat is het verschil tussen ABCDE en de EWS?

De EWS is een getal dat je vertelt dat er iets mis is en hoe snel je moet bellen. ABCDE is de systematiek waarmee je vervolgens zoekt wat er mis is en wat je als eerste doet. In de praktijk gebruik je ze na elkaar: eerst valt de EWS op, dan beoordeel je met ABCDE, en wat je vindt geef je door met SBAR.

Hoe lang mag een ABCDE-beoordeling duren?

De eerste ronde hoort in enkele minuten klaar te zijn; het is een snelle, systematische eerste beoordeling, geen volledig onderzoek. Bij een instabiele patiënt roep je al tijdens A of B hulp en start je de behandeling terwijl je verder beoordeelt. Daarna herhaal je de ronde om het effect te controleren.

Wat betekent AVPU?

AVPU is een snelle schaal om het bewustzijn te beoordelen: Alert, Verbal, Pain en Unresponsive. Je kiest de eerste letter die van toepassing is: de patiënt is alert, reageert op aanspreken, reageert alleen op een pijnprikkel of reageert op geen van deze prikkels. Sommige instellingen gebruiken ACVPU, met nieuwe verwardheid als eigen categorie. Fijnmaziger meet je het bewustzijn met de EMV, de Glasgow Coma Scale.

Wanneer is een patiënt ABCDE-stabiel?

Een patiënt is ABCDE-stabiel als je bij een herhaalde ronde van A tot en met E geen probleem meer vindt dat direct behandeling vraagt. Welke waarden daarbij horen, staat in het protocol van je afdeling. Eén ronde is een momentopname, dus je herhaalt de ABCDE na elke interventie en bij elke verandering.

Hoe kun je de ABCDE-methodiek oefenen?

Je oefent de ABCDE-methodiek met casussen: lees de situatie, bepaal welke letter als eerste faalt en wat je doet, en klap daarna het antwoord open. Hierboven staan vijf casussen met uitwerking, van een verslikking tot koorts bij een katheter. In het skillslab gebruik je de ABCDE-kaart als oefenkaart en loop je per letter de punten van de kaart na.

Hoe rapporteer je volgens de ABCDE-methode?

Je rapporteert per letter wat je hebt gevonden en gedaan, met de tijd erbij. Gebruik daarvoor de punten die op de ABCDE-kaart staan, zoals bij B de ademhalingsfrequentie en de saturatie met of zonder zuurstof. Bel je de arts, dan geef je de bevindingen door met SBAR. Na elke interventie en bij elke verandering herhaal je de ABCDE en noteer je opnieuw.

Voorkant van de kaart Meten is weten: ABCDE en AVPU
Achterkant van de kaart Meten is weten: ABCDE en AVPU

De kaart voor aan je uniform

Meten is weten: ABCDE en AVPU

Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.

Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de ABCDE & AVPU-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen

Bronnen en controle

  • Nederlandse Reanimatie Raad, richtlijnen Reanimatie 2021, hoofdstuk Herkenning en behandeling van de acuut zieke patiënt (de ABCDE-benadering).
  • European Resuscitation Council, Guidelines 2021: Adult advanced life support en de ABCDE approach.
  • Resuscitation Council UK, The ABCDE approach (actuele versie) en de richtlijn Emergency treatment of anaphylaxis.
  • Ambulancezorg Nederland, Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA), primaire beoordeling volgens ABCDE.
  • VMS Veiligheidsprogramma, praktijkgids Vroege herkenning en behandeling van de vitaal bedreigde patiënt.
  • NHG, ABCDE-methodiek: achtergrond en wijzigingen (actualisatie december 2024).
  • De referentiekaart Meten is weten: ABCDE en AVPU van ZorgZipper (uitgave 2024).

Inhoud gecontroleerd op 16 september 2026. Volg altijd het protocol van je eigen afdeling; dat gaat vóór elke naslagkaart.

Een kaart uit de zorgbingo

Gratis voor je team

De zorgbingo in je mail

Acht bingokaarten vol situaties uit een dienst, van ‘familie belt 3x’ tot ‘hele dienst niet geplast’. Print ze voor je team of je klas en kruis af wat je meemaakt. Wil je ook de nieuwsbrief met nieuwe artikelen en kaarten? Zet dan het vinkje aan.

Je krijgt de pdf per mail. Zie de privacyverklaring.

Lukt het niet? Download de pdf dan direct.

Lees ook