Kennisbank · 9 min lezen
ABCDE-methodiek: stap voor stap, met vijf oefencasussen
ABCDE is de vaste volgorde waarin je een acuut zieke patiënt beoordeelt en behandelt: Airway, Breathing, Circulation, Disability, Exposure. Je gaat pas naar de volgende letter als de vorige op orde is, omdat de eerste letter het snelst dodelijk is. Treat first what kills first.
Waarom de volgorde vast ligt
De letters staan in de volgorde waarin een probleem de patiënt doodt. Een afgesloten luchtweg is binnen minuten fataal, een ademhalingsprobleem iets later, een circulatieprobleem daarna. Daarom behandel je een gevonden probleem direct, voordat je verder kijkt. Zuurstof geven aan iemand die niet kan inademen heeft geen zin; een infuus aanleggen bij iemand die niet ademt evenmin. Je gaat pas naar B als A vrij is, en pas naar C als B op orde is.
Drie regels die bij elke letter gelden: roep vroeg om hulp als de patiënt instabiel is, meet in plaats van te schatten, en begin opnieuw bij A zodra de toestand verandert. Na de eerste ronde volgt altijd een tweede om het effect van wat je hebt gedaan te controleren.
A: Airway (ademweg)
| Wat je beoordeelt | Wat je doet |
|---|---|
| Kan de patiënt praten, dan is de ademweg vrij. Hoor je snurken, gorgelen of een hoge piepende inademing (stridor), of zie je de patiënt hoesten en naar de keel grijpen, dan is A het probleem. Open de ademweg met een chin lift; bij een vermoeden van nekletsel met een jaw thrust zonder het hoofd te kantelen. Kijk in de mond en verwijder zichtbare voorwerpen, braaksel of losse gebitsdelen; zuig uit als dat kan. Bij een verslikking: aanmoedigen tot hoesten, daarna rugslagen en buikstoten volgens de reanimatierichtlijn. Roep hulp en ga pas verder als de ademweg vrij is. |
B: Breathing (ademhaling)
| Wat je beoordeelt | Wat je doet |
|---|---|
| Kijk of de borstkas beweegt, luister naar de ademhaling en voel de luchtstroom, 10 seconden lang. Tel daarna de frequentie een volle minuut. Een frequentie boven de 20 of onder de 9, ongelijke thoraxexcursies, gebruik van de hals- en schouderspieren, praten in losse woorden en een blauwe kleur zijn alarmsignalen. Zet de patiënt rechtop als dat kan, geef zuurstof volgens het protocol van je afdeling en noteer hoeveel. Meet de saturatie en schrijf erbij of er zuurstof bij zit. Ademt de patiënt niet of alleen met gaspen (agonale ademhaling), start dan de reanimatie. |
C: Circulation (circulatie)
| Wat je beoordeelt | Wat je doet |
|---|---|
| Voel de pols aan de pols (a. radialis); is die niet voelbaar, dan aan de hals (a. carotis). Beoordeel frequentie, regelmaat en vulling. Meet de bloeddruk, druk 5 seconden op het nagelbed of het borstbeen en kijk of de kleur binnen 2 seconden terugkomt. Kijk naar de huid: bleek, klam, koud of gemarmerd. Zoek naar zichtbaar bloedverlies, maar ook naar verborgen verlies: buik, dijbeen, drain, verband, ontlasting. Druk een uitwendige bloeding af, leg de benen hoog bij een lage bloeddruk zonder ademnood, zorg voor een infuustoegang en overleg over vocht. Vraag naar de urineproductie van de laatste uren; onder de 0,5 ml per kilo per uur is de nier onvoldoende doorbloed. |
D: Disability (bewustzijn en neurologie)
| Wat je beoordeelt | Wat je doet |
|---|---|
| Bepaal het bewustzijn snel met de AVPU (hieronder) en fijnmaziger met de EMV. Kijk naar de pupillen: grootte, gelijkheid en reactie op licht. Let op een scheef gezicht, een arm of been dat niet meedoet, onduidelijke spraak of een acute verandering in gedrag. Meet altijd de glucose: een hypo is een veelvoorkomende en snel omkeerbare oorzaak van een gedaald bewustzijn en van verwardheid. Bij een gedaald bewustzijn controleer je opnieuw A, want een patiënt met een lage EMV kan de eigen ademweg niet beschermen. Bij uitvalsverschijnselen: noteer de tijd van ontstaan en bel direct de arts. |
E: Exposure en environment (de rest)
| Wat je beoordeelt | Wat je doet |
|---|---|
| Bekijk het hele lichaam: huiduitslag, zwelling, wonden, oedeem, insteekopeningen, drukplekken. Loop alle lijnen, drains, katheters en pompen na: zit alles nog, loopt alles, klopt de stand. Meet de temperatuur en vraag naar de pijnscore. Voorkom afkoeling: dek de patiënt weer toe zodra je klaar bent. Sluit de ronde af met een korte samenvatting voor jezelf: wat is het probleem, bij welke letter zit het, wat heb ik gedaan en wat is het effect. Dat is meteen de inhoud van je SBAR. |
De AVPU
De AVPU staat op de achterkant van de kaart en is de snelle bewustzijnsscore die je bij D gebruikt en die ook in de EWS terugkomt. Je kiest de eerste letter die van toepassing is.
| Letter | Wat je ziet |
|---|---|
| Alert | De patiënt is alert, reageert spontaan en is zich bewust van de omgeving. |
| Verbal | De patiënt reageert op aanspreken. |
| Pain | De patiënt reageert alleen op een pijnprikkel. Dien (een van) deze pijnprikkels toe:
|
| Unresponsive | De patiënt reageert op geen van bovenstaande prikkels. |
Elke letter lager dan A is een belreden
Een patiënt die alleen op aanspreken of op pijn reageert, scoort in de EWS al 1 tot 3 punten voor bewustzijn alleen. Bij P of U kan de patiënt de eigen luchtweg vaak niet meer beschermen: terug naar A, stabiele zijligging als er geen contra-indicatie is, en direct hulp roepen.Vijf oefencasussen
Lees de situatie, bepaal welke letter als eerste faalt en wat je doet. Klap daarna het antwoord open.
Casus 1: Mevrouw Bakker, 82 jaar, verslikt zich tijdens het avondeten. Ze grijpt naar haar keel, hoest niet meer en haar lippen worden blauw. Welke letter faalt als eerste?
A. De ademweg is afgesloten door een vreemd voorwerp. Dat ze niet meer hoest en blauw wordt, betekent dat de afsluiting volledig is; een saturatiemeter of een bloeddruk heeft nu geen enkele zin. Roep hulp, geef vijf rugslagen tussen de schouderbladen en wissel af met vijf buikstoten (Heimlich) tot het voorwerp loskomt. Raakt ze buiten bewustzijn, leg haar dan plat en start de reanimatie; controleer bij elke beademing de mond. Is de ademweg vrij, beoordeel dan B en C opnieuw en bel de arts voor controle van de longen. In de SBAR: situatie verslikking met volledige obstructie, wat je hebt gedaan, hoe ze nu ademt, en een verzoek om beoordeling en een slikadvies.
Casus 2: Meneer Jansen, 45 jaar, krijgt tien minuten na de start van een antibioticuminfuus jeuk, een rood gezicht en zwelling van de lippen. Hij zegt met een hese stem dat zijn keel dik voelt en hij ademt piepend. Welke letter faalt als eerste?
A en B. Dit is een anafylactische reactie. De hese stem en het dikke gevoel in de keel wijzen op zwelling van de bovenste luchtweg (A), het piepen op vernauwing van de onderste luchtwegen (B). Beide kunnen binnen minuten verergeren, en daarna volgt de bloeddrukdaling (C). Stop het infuus direct, roep hulp en bel de arts met spoed of het spoedinterventieteam volgens het protocol. Zet hem rechtop zolang de bloeddruk goed is, geef zuurstof volgens protocol en houd de spoedmedicatie klaar die de arts voorschrijft. Meet de EWS pas ná de eerste maatregelen; het beeld is op zichzelf al een belreden. In de SBAR: allergische reactie op een lopend antibioticum, tijd van start, huidige ademhaling, saturatie, bloeddruk en wat je hebt gedaan.
Casus 3: Meneer Van Dam, 76 jaar, gebruikt een bloedverdunner en is vannacht gevallen. Hij is aanspreekbaar, klaagt over pijn in de linkerheup, is bleek en klam. Pols 118, bloeddruk 88/54, ademhaling 24. Welke letter faalt als eerste?
C. De ademweg is vrij (hij praat) en de ademhaling is snel maar niet het primaire probleem. Een snelle pols, een lage bloeddruk en een bleke, klamme huid wijzen op te weinig circulerend volume: bloedverlies. Bij een bloedverdunner en pijn in de heup denk je aan een inwendige bloeding, ook zonder zichtbaar bloed. Leg hem plat, zorg voor een infuustoegang, meet de capillaire refill en de urineproductie, en bel de arts direct. De EWS is hier 7 of hoger (pols 2, systole 1, ademhaling 2 en je niet-pluisgevoel), dus dit is een spoedmelding. De snelle ademhaling is een compensatie voor C, niet een probleem van B; dat haal je uit elkaar door ABCDE in volgorde te lopen. In de SBAR: val bij een patiënt met bloedverdunner, tekenen van shock, verdenking bloeding heup, verzoek om directe beoordeling.
Casus 4: Mevrouw De Groot, 63 jaar, heeft diabetes type 1. Ze is plotseling verward, zweet, trilt en reageert traag op aanspreken. Ademhaling 16, saturatie 97 procent, pols 104, bloeddruk 142/86. Welke letter faalt als eerste?
D. A, B en C zijn op orde; het probleem zit in het bewustzijn. Verwardheid, zweten, trillen en een snelle pols bij een insulinegebruiker is een hypoglykemie tot het tegendeel bewezen is. Meet de glucose direct. Kan ze veilig slikken, geef dan snelle suikers en daarna iets langzamers volgens het protocol van je afdeling; kan ze dat niet, dan is dit een spoedsituatie waarin de arts de behandeling bepaalt. Controleer de glucose na 15 minuten opnieuw en blijf bij haar; bij een dalend bewustzijn ga je terug naar A. De les: bij elke acute verwardheid of bewustzijnsdaling meet je de glucose, ook als de rest van de EWS normaal is. In de SBAR: hypo, gemeten waarde, wat je hebt gegeven, de waarde na 15 minuten, en de vraag of het insulineschema moet worden aangepast.
Casus 5: Meneer Peters, 68 jaar, dag 3 na een blaasoperatie met een verblijfskatheter. Hij voelt zich sinds vanochtend niet lekker. Temperatuur 38,4, pols 108, bloeddruk 112/68, ademhaling 26, hij is alert maar wat suf. De urine is troebel. Welke letter faalt als eerste?
B en C. Dit beeld past bij een beginnende sepsis vanuit de urinewegen. De ademhalingsfrequentie van 26 is het eerste en meest gevoelige signaal; die stijgt al voordat de bloeddruk daalt, omdat het lichaam de verzuring probeert te compenseren. De pols is verhoogd en de bloeddruk is nog acceptabel, maar dat kan snel omslaan. Dit is het moment om te bellen, niet het moment om nog een uur af te wachten. De EWS is 5 (ademhaling 2, pols 1, temperatuur 1, suf 1), plus je niet-pluisgevoel. Geef zuurstof volgens protocol als de saturatie daalt, zorg voor een infuustoegang, meet de urineproductie en de glucose, en bel de arts met een duidelijke vraag: verdenking sepsis, verzoek om beoordeling binnen 30 minuten en start van de sepsisbundel. Herhaal de ABCDE en de EWS na de eerste maatregelen.
Van ABCDE naar EWS en SBAR
De drie systemen zijn geen concurrenten van elkaar, maar drie stappen in dezelfde route. De EWS vertelt je dat er iets mis is en hoe snel je moet handelen. ABCDE vertelt je wát er mis is en wat je als eerste doet. SBAR is de manier waarop je het doorgeeft, zodat de arts in één keer de situatie, de achtergrond, jouw beoordeling en jouw vraag hoort. Wie de ABCDE in volgorde heeft gelopen, heeft de A van SBAR (assessment) al klaar.
- Herhaal de ABCDE na elke interventie en bij elke verandering. Eén ronde is een momentopname.
- Noteer per letter wat je hebt gevonden en gedaan, met de tijd erbij.
- Roep hulp zodra je een probleem vindt dat je niet alleen kunt oplossen. Wachten tot de ronde klaar is, kost tijd die de patiënt niet heeft.
Veelgestelde vragen
Waar staat ABCDE voor?
Airway (ademweg), Breathing (ademhaling), Circulation (circulatie), Disability (bewustzijn en neurologie) en Exposure (de rest van het lichaam en de omgeving). Het is de vaste volgorde waarin je een acuut zieke of verslechterende patiënt beoordeelt en behandelt, van het meest levensbedreigende probleem naar het minst.
Waarom mag je niet naar B voordat A is opgelost?
Omdat een probleem bij een eerdere letter de patiënt sneller doodt dan een probleem bij een latere. Zuurstof toedienen aan iemand met een afgesloten luchtweg heeft geen zin; de zuurstof komt niet aan. Je lost daarom eerst A op, dan pas beoordeel je B. Verandert de toestand, dan begin je opnieuw bij A.
Wat is het verschil tussen ABCDE en de EWS?
De EWS is een getal dat je vertelt dat er iets mis is en hoe snel je moet bellen. ABCDE is de systematiek waarmee je vervolgens zoekt wat er mis is en wat je als eerste doet. In de praktijk vullen ze elkaar aan: de EWS is de alarmbel, ABCDE is de beoordeling, SBAR is de manier waarop je het doorgeeft.
Hoe lang mag een ABCDE-beoordeling duren?
De eerste ronde hoort in enkele minuten klaar te zijn; het is een snelle, systematische eerste beoordeling, geen volledig onderzoek. Bij een instabiele patiënt roep je al tijdens A of B hulp en start je de behandeling terwijl je verder beoordeelt. Daarna herhaal je de ronde om het effect te controleren.


De kaart voor aan je uniform
Meten is weten: ABCDE en AVPU
Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.
Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de ABCDE & AVPU-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen


