Kennisbank · 8 min lezen
MRC-schaal en pupilcontrole: spierkracht scoren en pupillen beoordelen
De MRC-schaal is een schaal van 0 tot 5 voor spierkracht: 0 is geen spiercontractie, 5 is normale kracht en score 4 kent de tussenstappen 4-, 4 en 4+. Bij een pupilcontrole beoordeel je de diameter van beide pupillen, de reactie op licht, de vorm, de oogstand en de oogbeweging.
Wat is de MRC-schaal en waar staat MRC voor?
MRC staat voor Medical Research Council, de Britse onderzoeksraad die de schaal in de jaren veertig opstelde om spierkracht te beoordelen. Op de kaart MRC & pupilcontrole staat de MRC-schaal zoals je hem op neurologie, de SEH, de IC en in de revalidatie tegenkomt, met per score één regel:
- 0: geen spiercontractie.
- 1: enige spiercontractie, geen beweging van het gewricht.
- 2: beweging met uitschakeling van de zwaartekracht.
- 3: beweging van het gewricht tegen de zwaartekracht in, bijvoorbeeld de arm opheffen.
- 4: beweging van het gewricht tegen enige weerstand in, verfijnd naar 4+, 4 en 4-.
- 5: normale kracht.
De kaart zegt er drie dingen bij. De MRC wordt gebruikt om globale dynamische spierkracht te testen, dus de kracht van een beweging en niet van één losse spier. De schaal is bruikbaar bij kinderen, volwassenen en ouderen. En 0 is de slechtste score (paralyse), 5 de beste (normale kracht).
Niet verwarren met de MRC-schaal bij COPD
Dezelfde Medical Research Council heeft ook een schaal voor kortademigheid, de MRC-dyspneuschaal of mMRC. Dat is één vraag over benauwdheid bij inspanning voor mensen met een longziekte. Die schaal staat niet op deze kaart. Lees je in een overdracht “MRC 4/5 rechts”, dan gaat het om spierkracht; staat er “mMRC 2” bij een longpatiënt, dan gaat het om kortademigheid.Wanneer gebruik je de MRC-schaal?
Bij elke patiënt bij wie je de kracht van armen of benen wilt volgen: na een CVA, bij hoofdletsel, bij een aandoening van de zenuwen of spieren zoals het syndroom van Guillain-Barré, en na een operatie aan de rug of het hoofd. Je scoort per zijde en vergelijkt links met rechts, en je vergelijkt met de vorige controle. Zo wordt een arm die vanochtend nog een 5 was en nu een 4- haalt een getal dat je kunt overdragen. Hoe vaak je scoort en bij welke verandering je belt, staat in het protocol van je afdeling.
MRC-schaal tabel: score 0 tot 5
De tabel volgt de voorkant van de kaart letterlijk, met de tussenstappen bij score 4.
| Score | Wat je ziet |
|---|---|
| 0 | Geen spiercontractie |
| 1 | Enige spiercontractie, geen beweging van het gewricht |
| 2 | Beweging met uitschakeling van de zwaartekracht |
| 3 | Beweging van het gewricht tegen de zwaartekracht in (bijvoorbeeld de arm opheffen) |
| 4 | Beweging van het gewricht tegen enige weerstand in
|
| 5 | Normale kracht |
MRC-score 4-, 4 en 4+: wat is het verschil?
Score 4 is de breedste trede van de schaal: alles tussen “komt tegen de zwaartekracht in omhoog” en “normale kracht”. Daarom splitst de kaart die score in drieën, naar de weerstand die jij geeft en de patiënt aankan:
- 4-: beweging tegen geringe weerstand. De patiënt tilt de arm op en houdt hem vast als je er licht tegen duwt, maar geeft bij iets meer druk mee.
- 4: beweging tegen matige weerstand.
- 4+: beweging tegen sterke weerstand, maar nog niet de kracht die je bij deze patiënt normaal zou verwachten.
Het onderscheid tussen 4+ en 5 is het lastigst, omdat je vergelijkt met wat voor deze patiënt normaal is. Een tengere oudere en een bouwvakker hebben allebei een 5 als de kracht voor hen gewoon is. Vergelijk daarom met de andere zijde en met de vorige controle, en laat bij twijfel een collega dezelfde beweging testen. Op sommige afdelingen worden de tussenstappen in een sumscore afgerond naar een heel getal; hoe dat bij jullie gaat, staat in het protocol.
Spierkracht testen met de MRC-schaal: zo doe je het
De omschrijvingen op de kaart geven de volgorde van de test al aan. Je begint met kijken en werkt dan omhoog langs de schaal.
- Kijk en voel. Vraag de patiënt de spier aan te spannen. Zie of voel je niets, dan is het een 0. Voel je de spier aanspannen zonder dat het gewricht beweegt, dan is het een 1.
- Schakel de zwaartekracht uit. Laat de beweging in het horizontale vlak maken, bijvoorbeeld de onderarm over het laken schuiven. Lukt dat wel, maar komt de arm niet omhoog, dan is het een 2.
- Tegen de zwaartekracht in. Laat de arm opheffen of het been van het bed tillen. Lukt dat zonder dat je duwt, dan is het minimaal een 3.
- Geef weerstand. Duw tegen de beweging in, eerst licht, dan steviger. Houdt de patiënt het vol tegen geringe, matige of sterke weerstand, dan is het een 4-, 4 of 4+. Is de kracht zoals je bij deze patiënt verwacht, dan een 5.
- Doe hetzelfde aan de andere kant en noteer per zijde, bijvoorbeeld “arm links MRC 4-, rechts 5”. Een gangbare notatie is een breuk, zoals “4/5 links”; houd de schrijfwijze van je afdeling aan.
Test wat je wilt weten, en steeds hetzelfde
Pijn, een infuus in de arm, een gips of angst om te bewegen drukken de score zonder dat de kracht minder is. Noteer dat erbij. En test bij de volgende controle dezelfde beweging op dezelfde manier, anders vergelijk je twee verschillende dingen. Hoeveel spiergroepen je test en of je een sumscore bijhoudt, bepaalt het protocol van je afdeling.Pupilcontrole: wat controleer je?
Een pupilcontrole hoort bij de neurologische controles, naast de EMV-score en de spierkracht. Op de achterkant van de kaart MRC & pupilcontrole staan de vijf onderdelen die je beoordeelt:
- Diameter van de pupillen, in millimeters, per oog.
- Reactie op lichtinval, afzonderlijk van elkaar getest.
- Vorm van de pupillen: rond, of niet.
- Oogstand: kijken beide ogen dezelfde kant op.
- Oogbeweging: volgen de ogen samen en soepel.
In de praktijk hoor je ook isocoor en anisocoor (even grote of ongelijke pupillen) en PEARL of PERLA, afkortingen voor pupillen die gelijk en rond zijn en op licht reageren. Dat zijn andere woorden voor dezelfde onderdelen.
Wanneer doe je een pupilcontrole?
Bij elke patiënt bij wie de hersenen in het geding kunnen zijn: na een CVA, bij hoofdletsel of een hersenbloeding, na een operatie aan het hoofd, bij een gedaald bewustzijn zonder duidelijke oorzaak en bij een vermoeden van een intoxicatie. In de ABCDE-methodiek hoort de pupilcontrole bij de D van Disability. Hoe vaak je controleert, legt het protocol van je afdeling vast; vaak gaat de pupilcontrole samen met de EMV-score en de vitale functies.
Pupilgrootte meten in mm: van pinpoint tot 8 mm
Een pupil schat je slecht op het oog. “Normaal” en “wijd” betekenen voor iedere collega iets anders, en een verschil van een millimeter tussen links en rechts zie je alleen als je meet. Daarom staan op de kaart acht maten, van pinpoint en 2 mm tot 8 mm, als gevulde cirkels op ware grootte. Je houdt de kaart naast het oog en leest de maat af.
Noteer de diameter per oog, met het moment en het licht in de kamer erbij, want in een donkere kamer zijn pupillen groter dan bij daglicht. Een vaste normaalmaat staat niet op de kaart; wat voor jouw patiënt gewoon is, lees je af aan de vorige controles.
Pupilreactie testen: stap voor stap
De test van de reactie op lichtinval staat op de kaart in drie regels. Zo voer je hem uit:
- Laat de patiënt de ogen sluiten, of doe dit voor de patiënt. Wacht enkele seconden, zodat de pupillen zich aan het donker aanpassen.
- Schijn vanaf de zijkant met een lampje in het geopende oog. Van opzij, zodat de patiënt niet recht in het licht kijkt. Doe dit bij elk oog afzonderlijk.
- Beoordeel de reactie. Normaal is dat beide pupillen binnen 1 seconde kleiner worden en dat de diameter van de pupillen na de reactie even groot is. Beide pupillen moeten op licht reageren.
Noteer per oog hoe de pupil reageerde. Veel afdelingen gebruiken een plus voor een vlotte reactie, een min voor geen reactie en een plus tussen haakjes voor een trage reactie. Op sommige afdelingen kijk je ook of de andere pupil meereageert als je in één oog schijnt, de indirecte of consensuele reactie; of dat bij jullie hoort, staat in het protocol.
Een trage of ontbrekende reactie is een alarmsignaal
Een pupil die trager reageert dan bij de vorige controle, niet meer reageert of groter wordt dan de andere, kan passen bij druk op de hersenen. Het is een signaal om het hele beeld na te lopen, met de EMV-score, de kracht en de vitale functies, en de arts volgens protocol te bellen. Eén meting zegt niet wat er aan de hand is; dat beoordeelt de arts.Afwijkende pupillen en oogstand: strabismus, ptosis, miosis en mydriasis
Onderaan de kaart staan vier beelden getekend, met de vakterm en het Nederlandse woord ernaast. Zo kun je in de overdracht de term gebruiken en weet iedereen wat je bedoelt.
| Term | Betekenis | Wat je ziet |
|---|---|---|
| 1. Strabismus | Scheelzien | De ogen kijken niet dezelfde kant op; de oogstand is afwijkend. |
| 2. Ptosis | Afhangend ooglid | Het bovenste ooglid hangt aan één kant lager en bedekt een deel van het oog. |
| 3. Miosis | Vernauwde pupil | De pupil is klein, tot pinpoint, ook zonder fel licht. |
| 4. Mydriasis | Verwijde pupil | De pupil is wijd, ook bij licht, en reageert soms traag of niet. |
Een vernauwde of verwijde pupil heeft veel mogelijke oorzaken, van oogdruppels en medicatie tot een aandoening van de hersenen. Eén bevinding bewijst niets. Noteer wat je ziet, vergelijk met de vorige controle en laat de arts het beeld beoordelen. Een verschil tussen links en rechts dat er eerder niet was, meld je volgens protocol direct.
Rapporteren en wanneer je de arts belt
Van een neurologische controle schrijf je per oog en per zijde op wat je hebt gevonden, met de tijd erbij: “pupillen links 3 mm +, rechts 3 mm +, rond, isocoor; MRC armen 5/5, benen 5/5”. Zo kan de volgende dienst vergelijken. De kaart noemt geen belgrens; wanneer je belt, staat in het protocol van je afdeling. In de praktijk zijn een nieuwe ongelijkheid van de pupillen, een pupil die niet meer op licht reageert en een krachtscore die daalt redenen om de arts direct te bellen, zeker in combinatie met een lagere EMV of een stijgende EWS. Bel volgens SBAR en noem de vorige waarde erbij: “rechterpupil was 3 mm, is nu 5 mm en reageert traag” zegt de arts meer dan “de pupil klopt niet”.
Een casus van de afdeling
Meneer Van Dijk, 58 jaar, opgenomen na een val van een trap met hoofdletsel. De middagcontrole wijkt af. Wat doe je?
Bij de ochtendcontrole waren de pupillen van meneer Van Dijk links en rechts 3 mm, rond, en werden ze allebei binnen 1 seconde kleiner. De kracht van armen en benen scoorde je beiderzijds als MRC 5. Hij was helder en georiënteerd.
Om twee uur zie je dat hij suffer is. Je houdt de kaart naast zijn ogen: de linkerpupil is 3 mm en reageert vlot, de rechterpupil is 5 mm en wordt pas na een paar tellen iets kleiner. Je laat hem de armen opheffen: rechts gaat dat zoals vanochtend, links komt de arm wel omhoog maar geeft bij lichte druk mee, een 4-. Zijn EMV is gezakt.
Wat valt op? Een nieuw verschil tussen de pupillen, een tragere lichtreactie rechts en een krachtsverlies links dat er vanochtend niet was. Het beeld past bij een verslechtering van de neurologische toestand; wat de oorzaak is, staat nog niet vast en dat beoordeelt de arts.
Wat doe je? Je blijft bij hem, meet de vitale functies en belt de arts direct volgens het protocol van de afdeling, met de SBAR: wat je vanochtend mat, wat je nu meet en dat het beeld in een paar uur is veranderd. Je noteert beide controles met de tijd erbij, zodat het verloop zichtbaar blijft.
De tabel, de pupilmaten op ware grootte en de vier afwijkende beelden staan samen op de kaart MRC & pupilcontrole. De kaart zit ook in de Verpleegkundigenset van de Set van 5. Volg bij elke controle het protocol van je afdeling.
Veelgestelde vragen
Wat is de MRC-schaal en waar staat MRC voor?
MRC staat voor Medical Research Council, de Britse onderzoeksraad die de schaal heeft opgesteld. De MRC-schaal scoort spierkracht van 0 tot 5: 0 is geen spiercontractie, 1 enige contractie zonder beweging, 2 beweging met uitschakeling van de zwaartekracht, 3 beweging tegen de zwaartekracht in, 4 beweging tegen enige weerstand en 5 normale kracht. Volgens de kaart test je er globale dynamische spierkracht mee, bij kinderen, volwassenen en ouderen.
Wat betekent MRC-score 4, 4- en 4+?
Score 4 betekent op de MRC-schaal dat het gewricht beweegt tegen enige weerstand in. De kaart verfijnt die score naar de weerstand die de patiënt aankan: 4- is beweging tegen geringe weerstand, 4 tegen matige weerstand en 4+ tegen sterke weerstand. Bij 5 is de kracht normaal. Hoe je 4+ in een formulier of sumscore noteert, verschilt per instelling; volg daarin het protocol van je afdeling.
Wat is het verschil tussen MRC 2 en MRC 3?
Het verschil zit in de zwaartekracht. Bij MRC 2 beweegt het gewricht alleen als de zwaartekracht is uitgeschakeld, dus in het horizontale vlak, bijvoorbeeld een arm die over het laken schuift maar niet omhoog komt. Bij MRC 3 beweegt het gewricht tegen de zwaartekracht in; de kaart noemt als voorbeeld de arm opheffen. Weerstand geven doe je bij een 3 nog niet; dat hoort bij score 4.
Is de MRC-schaal voor spierkracht hetzelfde als de MRC-schaal bij COPD?
Nee. Het zijn twee schalen van dezelfde Medical Research Council. De MRC-schaal op deze kaart scoort spierkracht van 0 tot 5. De MRC-dyspneuschaal, meestal mMRC genoemd, is één vraag over kortademigheid bij inspanning, voor mensen met COPD of een andere longziekte. Zoek je de schaal voor kortademigheid, dan ben je hier dus niet op de juiste plek.
Hoe voer je een pupilcontrole uit?
Volgens de kaart: laat de patiënt de ogen sluiten of doe dat voor de patiënt. Schijn na enkele seconden vanaf de zijkant met een lampje in het geopende oog, bij elk oog afzonderlijk. Kijk hoe snel de pupil kleiner wordt en of beide pupillen daarna even groot zijn. Beoordeel ook de diameter in millimeters, de vorm van de pupillen, de oogstand en de oogbeweging, en noteer per oog wat je ziet.
Wat is een normale pupilreactie?
Een normale pupilreactie betekent volgens de kaart dat beide pupillen binnen 1 seconde kleiner worden als er licht in het oog valt, en dat de diameter van de pupillen na de reactie even groot is. Beide pupillen moeten op licht reageren. Een pupil die trager of niet reageert, of die na de reactie groter blijft dan de andere, is een afwijking die je volgens het protocol van je afdeling meldt.
Wat is het verschil tussen miosis en mydriasis?
Miosis is een vernauwde pupil, mydriasis een verwijde pupil. Dat zijn twee van de vier afwijkende beelden op de kaart, naast strabismus (scheelzien) en ptosis (afhangend ooglid). Bij een pupil controle noteer je de diameter in millimeters per oog, zodat je niet hoeft te schatten; de kaart toont de maten van pinpoint tot 8 mm op ware grootte. Wat een vernauwde of verwijde pupil bij jouw patiënt betekent, beoordeelt de arts met het hele beeld.
Waarom doe je een pupilcontrole bij neurologische controles?
De pupilreactie zegt iets over het functioneren van de hersenen en de hersenzenuwen. Bij neurologische controles hoort de pupilcontrole daarom naast de EMV-score en de controle van de spierkracht, bijvoorbeeld na een CVA, bij hoofdletsel of na een operatie aan het hoofd. Een verandering ten opzichte van de vorige controle, zoals een pupil die groter wordt of trager reageert, is een alarmsignaal dat je volgens protocol meldt.


De kaart voor aan je uniform
Meten is weten: MRC en pupilcontrole
Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.
Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de MRC & pupilcontrole-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen



