ZorgZipper

Kennisbank · 9 min lezen

Normaalwaarden vitale functies: tabel voor volwassenen en EMV-score

Normaalwaarden van de vitale functies zijn de waarden die je bij een gezonde volwassene in rust verwacht: ademhaling 12 tot 20 per minuut, pols 60 tot 100 en regulair, bloeddruk rond 120/80, saturatie 95 tot 100 procent, temperatuur 36,5 tot 37,5 graden, urineproductie 0,5 ml per kilo per uur, capillaire refill binnen 2 seconden en een nuchtere glucose van 3,5 tot 6,0 mmol/l.

Wat zijn vitale functies?

Vitale functies zijn de lichaamsfuncties die je meet om te zien of iemand acuut in gevaar is. Vitaal betekent van levensbelang: het gaat om functies die je in leven houden, zoals de ademhaling en de bloedsomloop. De normaalwaardenkaart neemt deze mee:

  • Ademhaling: frequentie per minuut, regelmaat en bijgeluiden.
  • Temperatuur, bloeddruk en pols: de klassieke controles, met de pols ook op regelmaat.
  • Saturatie: het zuurstofgehalte van het bloed, altijd met erbij of er zuurstof wordt gegeven.
  • Urineproductie en capillaire refill: maat voor de doorbloeding en de vochtbalans.
  • Oriëntatie, huidturgor en glucose: bewustzijn, hydratie en bloedsuiker, omdat een afwijking daarin vaak de verklaring is voor de rest.

Je komt ook de woorden vitale waarden en vitale parameters tegen, in het Engels vital signs. De metingen zelf hebben vaak meer dan één naam. Voor de ademhaling zie je ademfrequentie of ademhalingsfrequentie staan. Voor de pols lees je hartslag of polsslag, en op de EWS-kaart heet hij hartfrequentie. De bloeddruk heet in dossiers vaak tensie of RR, naar Riva-Rocci; in Engelse teksten betekent RR juist de ademfrequentie (respiratory rate). Bij de saturatie gaat het om de zuurstofsaturatie, afgekort SpO2, en de temperatuur is de lichaamstemperatuur.

Hoeveel vitale functies zijn er?

Daar is geen vast getal voor; het hangt af van wat je meetelt. Op de kaart staan voor een volwassene tien parameters: ademhaling, temperatuur, bloeddruk, pols, saturatie, urineproductie, capillaire refill, oriëntatie, huidturgor en glucose. Op de andere kant staat de EMV-score, waarmee je het bewustzijn volgt.

Normaalwaarden vitale functies bij volwassenen

De tabel hieronder geeft de waarden zoals ze op de kaart staan, aangevuld met wat een afwijking naar boven of beneden kan betekenen. Dat laatste is een richting om in te denken, geen diagnose. Eén afwijkende waarde zegt weinig; de combinatie en de trend zeggen veel.

ParameterNormaalwaardeWat een afwijking kan betekenen
Ademhaling12 tot 20 per minuut, regelmatige ademhaling, geen bijgeluidenTe hoog: pijn, angst, koorts, sepsis, hartfalen, longembolie, acidose. Te laag: opiaten, sedativa, uitputting, neurologische oorzaak. Bijgeluiden (piepen, reutelen, stridor) wijzen op een vernauwde of belemmerde luchtweg.
Temperatuur36,5 tot 37,5 °CTe hoog: infectie, ontstekingsreactie na een operatie, uitdroging, medicatie. Te laag: onderkoeling, ernstige sepsis (vooral bij ouderen), schildklierprobleem, langdurig stilliggen.
Bloeddruk120/80 (systole 100 tot 140, diastole 60 tot 95)Te hoog: pijn, stress, ongezonde leefstijl, te weinig of vergeten medicatie. Te laag: bloedverlies, uitdroging, sepsis, hartfalen, allergische reactie, bijwerking van medicatie. Een dalende systole bij een stijgende pols is een alarmsignaal.
Pols60 tot 100, regulairTe hoog: koorts, pijn, angst, bloedverlies, uitdroging, hartritmestoornis, schildklier. Te laag: bètablokker, geleidingsstoornis, getraind hart, onderkoeling, verhoogde hersendruk. Irregulair: denk aan boezemfibrilleren.
Saturatie95 tot 100%Te laag: longontsteking, COPD-exacerbatie, longembolie, hartfalen, verslikking, te veel opiaten. Een saturatie van 100% zegt weinig als er zuurstof bij zit; noteer altijd hoeveel. Koude vingers, nagellak en een slechte doorbloeding geven een onbetrouwbare meting.
Urineproductie0,5 ml/kg/uur (onder andere afhankelijk van de hoeveelheid infuusvloeistof), lichtgeel, helderTe laag: uitdroging, te weinig circulerend volume, nierfunctiestoornis, urineretentie (de blaas is dan juist vol). Te veel: diuretica, ontregelde diabetes, veel infuus. Donkere urine kan passen bij geconcentreerde urine door te weinig vocht. Troebele of sterk ruikende urine kan verschillende oorzaken hebben en is op zichzelf geen bewijs voor een urineweginfectie.
Capillaire refill2 secondenTe traag: slechte perifere doorbloeding door shock, uitdroging of onderkoeling. Meet centraal door op de huid van het borstbeen te drukken.
OriëntatieGeoriënteerd in tijd, plaats en persoonAfwijkend: delier, hypoglykemie, te weinig zuurstof, infectie, medicatie, neurologische afwijking, psychiatrische problematiek. Een acute verandering in oriëntatie is altijd een reden om verder te kijken.
HuidturgorVormt snel terug, blijft niet staan (goed gehydrateerd)Blijft staan: uitdroging. Bij ouderen is de huid van nature minder elastisch; kijk daar ook naar de tong en het mondslijmvlies, en beoordeel uitdroging nooit op de huid alleen.
GlucoseNuchter 3,5 tot 6,0 mmol/lTe hoog: diabetes, stress, corticosteroïden, infectie. Te laag: te veel insuline of tabletten, te weinig gegeten, alcohol, ernstige infectie. Een hypo kan zich uiten in zweten, trillen, prikkelbaarheid, duizeligheid, hoofdpijn, slecht zicht en honger.
Dezelfde waarden en dezelfde volgorde als op de kaart. De derde kolom is een denkrichting, geen diagnose.

Hoe je een hypo of een hyper herkent, lees je bij hypo- en hyperglycemie. De normaalwaarden van bloedwaarden, zoals het Hb of het kalium, staan bij de labwaarden.

Waarom ‘normaal’ per patiënt verschilt

De tabel beschrijft een gezonde volwassene in rust. De patiënt in het bed is dat zelden. Vergelijk een meting daarom ook met de eigen uitgangswaarde van de patiënt. Die staat in het dossier of in de eerste metingen van de opname.

  • COPD. Bij patiënten met een risico op hypercapnische respiratoire insufficiëntie, zoals een deel van de mensen met ernstig COPD, kan een lager saturatiestreefdoel zijn afgesproken (vaak 88 tot 92 procent). Volg het behandelplan.
  • Sporters en bètablokkers. Een rustpols van 45 tot 55 is bij een getraind hart normaal, en een bètablokker houdt de pols laag, ook bij koorts of bloedverlies. Bij deze patiënten is een pols die niet stijgt dus geen geruststelling.
  • Koorts. Koorts leidt vaak tot een hogere hartfrequentie en ademfrequentie; hoe sterk, verschilt per patiënt. Een pols van 105 bij 39 graden vraagt daarom om een andere blik dan een pols van 105 bij 36,8.
  • Medicatie. Opiaten en slaapmiddelen remmen de ademhaling, antihypertensiva verlagen de tensie, corticosteroïden verhogen de glucose, diuretica verhogen de urineproductie. Kijk bij een afwijkende waarde altijd op de medicatielijst.
  • Zwangerschap. De pols ligt 10 tot 15 slagen hoger, de bloeddruk in het tweede trimester iets lager, en de ademhaling is sneller. Een stijgende bloeddruk in de tweede helft van de zwangerschap is juist een alarmsignaal.

Verschilt de norm van de tabel voor jouw patiënt, schrijf dat dan op in het dossier en zeg het bij de overdracht.

Normaalwaarden vitale functies bij ouderen

Op de kaart staan de normaalwaarden voor volwassenen; aparte waarden voor ouderen staan er niet op. Wat bij een oudere als afwijkend telt, bepaalt het protocol van je afdeling. Meet je de vitale functies bij ouderen, leg de meting dan ook naast de eigen uitgangswaarde van de patiënt.

De koortsreactie is vaak afgezwakt: een oudere met een ernstige infectie kan een temperatuur van 37,2 hebben. De bloeddruk ligt vaak hoger, de huidturgor is minder betrouwbaar en een delier is bij hen dikwijls het eerste teken van ziekte.

De EMV-score tabel (Glasgow Coma Scale)

De EMV-score tabel is de Glasgow Coma Scale (GCS), in het Nederlands de Glasgow-comaschaal, zoals die op de andere kant van de normaalwaarden- en EMV-kaart staat. In Nederland heet hij meestal EMV: Eye, Motor, Verbal. Je legt er het bewustzijnsniveau van de patiënt mee vast. Per onderdeel geef je de hoogste score die de patiënt haalt: E maximaal 4, M maximaal 6 en V maximaal 5, samen het EMV-maximum van 15; het minimum is 3.

ScoreEye openingMotor responseVerbal response
6Voert eenvoudige opdracht uit
5Lokaliseert pijnprikkelGeoriënteerd in tijd, plaats en persoon
4Opent ogen spontaanTerugtrekken van arm op pijnprikkelConversatie mogelijk, doch verward
3Opent ogen op aansprekenAbnormaal buigen van arm bij pijnprikkelInadequate taal
2Opent ogen op pijnprikkelStrekken van arm bij pijnprikkelMaakt onverstaanbare geluiden, kreunt
1Opent ogen nietGeen reactie op pijnprikkelGeen verbale uitingen
Dezelfde indeling als op de kaart. EMV-max is 15 (E4M6V5), het minimum is 3.

EMV-score afnemen: zo doe je het

Kijk eerst of de patiënt de ogen spontaan opent. Gebeurt dat niet, spreek hem dan aan. Gebruik een centrale pijnprikkel als de patiënt niet op aanspreken reageert. Beoordeel de motorische reactie aan de beste zijde. Voor de hoogste verbale score is de patiënt georiënteerd in tijd, plaats en persoon; op de kaart staat dat als TPP. Noteer de drie waarden apart.

De EMV-score berekenen is optellen: E plus M plus V geeft een getal tussen 3 en 15. Op de kaart staat er wel bij dat je de EMV-score rapporteert als afzonderlijke waarden en niet als opgetelde score, zodat je het bewustzijn betrouwbaar kunt volgen. Een voorbeeld: een patiënt opent de ogen pas als je hem aanspreekt (E3), voert een eenvoudige opdracht uit (M6) en praat met je, maar verward (V4). Je noteert E3M6V4; opgeteld is dat 13.

Rapporteer E4M6V5, niet alleen 15

De hoogste score is 15. Om het bewustzijn betrouwbaar te kunnen volgen, rapporteer je de drie afzonderlijke waarden en niet alleen de som: E3M5V4 en E2M6V4 tellen allebei op tot 12, maar beschrijven een andere patiënt. Bij een geïntubeerde patiënt is de verbale component niet testbaar. Op de kaart staat daarom: geïntubeerde patiënt is VT (T van tube). Je noteert dan bijvoorbeeld E3M5VT, en telt het totaal niet op alsof V1 echt is gemeten. Volg daarin het protocol van je eigen afdeling.

Wat een daling betekent

Een daling van de EMV ten opzichte van de vorige meting is een alarmsignaal. Wat het betekent en hoe je escaleert, hangt af van de klinische situatie en het protocol van je afdeling. Een EMV van 8 of lager wijst op een ernstige bewustzijnsdaling en vraagt om directe beoordeling van luchtweg, ademhaling en de overige ABCDE-parameters. Controleer bij elke daling eerst de glucose en de saturatie; een hypo of te weinig zuurstof is een veelvoorkomende en omkeerbare oorzaak.

Waar zit het verschil tussen EMV en AVPU?

De AVPU (Alert, Verbal, Pain, Unresponsive) is de snelle versie voor de eerste beoordeling en voor de EWS. De EMV is fijnmaziger en beter om een verloop te volgen, bijvoorbeeld na een val op het hoofd of bij een neurologische patiënt. Op de afdeling gebruik je meestal de AVPU voor de EWS en de EMV zodra het bewustzijn een aandachtspunt is.

De AVPU staat niet op deze kaart, maar op de kaart ABCDE & AVPU.

De pupilcontrole en de MRC-schaal voor spierkracht staan op een aparte kaart: MRC & pupilcontrole.

Vitale functies meten: zo doe je het

Bij een controleronde meet en controleer je de vitale functies van de kaart en leg je elke meting naast de normaalwaarde. Kijk verder dan het getal alleen. De kaart vraagt bij de ademhaling ook naar de regelmaat en naar bijgeluiden, en bij de pols naar de regelmaat. Van de urine bekijk je de kleur en of hij helder is, en bij de urineproductie telt mee hoeveel infuusvloeistof de patiënt krijgt. Let bij de glucose op het woord nuchter: de waarde op de kaart geldt voor een nuchtere meting.

  • Tel de ademhaling een volle minuut, zonder dat de patiënt het merkt. Het is de gevoeligste parameter en de eerste die verandert bij verslechtering. Juist deze wordt het vaakst geschat in plaats van geteld.
  • Noteer de omstandigheden: zuurstof bij de saturatie, de houding bij de bloeddruk, hoe lang de patiënt in rust was. Een meting zonder context is moeilijk te vergelijken met de volgende.
  • Vergelijk met de vorige meting. Een systole van 110 is normaal, maar bij een patiënt die vanochtend 150 had, is het een daling van 40 en dus een reden om verder te kijken.

Hoe vaak meet je de vitale functies?

Hoe vaak je de vitale functies meet, staat in het protocol van je afdeling of volgt uit de EWS-afspraken. Je meet bij opname, bij elke controleronde volgens de afspraak van je afdeling, vóór en na een ingreep of medicatie die erop ingrijpt, en altijd als een patiënt anders is dan eerder. De normaalwaarden zijn je referentie; de EWS zet er de punten bij.

Afwijkende waarde: wat doe je en wanneer bel je?

Wat je doet bij een afwijkende waarde en wanneer je de arts belt, staat in het protocol van je afdeling. De kaart helpt bij de eerste stap: zien welke waarden afwijken, en hoe ver.

Normaalwaarden en de EWS

De meeste waarden uit de tabel hierboven vallen in het groene vak van de EWS-tabel: 0 punten. Niet allemaal: op de EWS-kaart geeft een systolische bloeddruk van 100 al 1 punt. Tel de punten dus altijd met de EWS-kaart. Hoe verder een meting van de normaalwaarde af zit, hoe meer punten hij meestal oplevert. Hoe die optelsom werkt en wanneer je de arts belt, lees je in het artikel over de EWS-score.
Voorbeeld: meneer Visser, 52 jaar, tweede dag na een buikoperatie

Meneer Visser weegt 70 kilo. Je meet zijn vitale functies en legt elke meting naast de kaart.

ParameterMetingNaast de kaart
Ademhaling22 per minuut, regelmatig, geen bijgeluidenHoger (kaart: 12 tot 20 per minuut)
Temperatuur38,1 °CHoger (kaart: 36,5 tot 37,5)
Bloeddruk104/62Binnen de kaart (systole 100 tot 140, diastole 60 tot 95)
Pols108, regulairHoger (kaart: 60 tot 100)
Saturatie94% zonder extra zuurstofLager (kaart: 95 tot 100%)
Urineproductie100 ml in 4 uurLager: ongeveer 0,36 ml/kg/uur (kaart: 0,5 ml/kg/uur)
Capillaire refill3 seconden, op het borstbeenLanger (kaart: 2 seconden)
OriëntatieWeet niet welke dag het isNiet georiënteerd in tijd (kaart: tijd, plaats en persoon)
HuidturgorNog niet beoordeeld
GlucoseNog niet gemeten
De derde kolom vergelijkt elke meting met de normaalwaarde op de kaart.

Wat valt op? Zeven van de acht gemeten parameters wijken af van de kaart. Voor de urine reken je: 0,5 ml per kilo per uur is bij 70 kilo 35 ml per uur, dus 140 ml in vier uur. Kijk daarbij ook hoeveel infuus hij krijgt. De bloeddruk valt binnen de waarden van de kaart, maar leg hem naast zijn eerdere metingen: had hij eerder een veel hogere systole, dan is 104 een daling. Wat er aan de hand is, staat nog niet vast; de derde kolom van de normaalwaardentabel geeft per waarde de denkrichtingen.

Wat doe je? Reken de EWS uit met de EWS-kaart; op veel afdelingen heet die score de MEWS. Wanneer je belt en wie, staat in het protocol van je afdeling.

Geef wat je ziet door met SBAR, zodat de arts in één keer de situatie en jouw vraag hoort. Hoe je van losse waarden naar een beeld van de patiënt komt, lees je bij klinisch redeneren.

De normaalwaarden en de EMV-score staan samen op de kaart Normaalwaarden & EMV. Die kaart zit ook in de Studentenset en de Verzorgendenset, elk vijf kaarten met een clip.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de normaalwaarden van de vitale functies bij een volwassene?

Ademhaling 12 tot 20 per minuut, pols 60 tot 100 en regulair, bloeddruk rond 120/80 (systole 100 tot 140, diastole 60 tot 95), saturatie 95 tot 100 procent, temperatuur 36,5 tot 37,5 graden, urineproductie 0,5 ml per kilo per uur, capillaire refill 2 seconden en een nuchtere glucose van 3,5 tot 6,0 mmol/l. Dit zijn waarden voor een gezonde volwassene in rust; per patiënt kan de norm anders liggen.

Hoeveel vitale functies zijn er?

Daar is geen vast getal voor; het hangt af van wat je meetelt. Op de normaalwaardenkaart staan voor een volwassene tien parameters: ademhaling, temperatuur, bloeddruk, pols, saturatie, urineproductie, capillaire refill, oriëntatie, huidturgor en glucose. Op de andere kant van de kaart staat de EMV-score, waarmee je het bewustzijn volgt. Welke je bij een controleronde meet, staat in het protocol van je afdeling.

Zijn de normaalwaarden van vitale functies bij ouderen anders?

Op de kaart staan geen aparte normaalwaarden voor ouderen: de kaart geeft de waarden voor volwassenen. Wat bij een oudere als afwijkend telt, bepaalt het protocol van je afdeling, samen met de eigen uitgangswaarde van de patiënt. Let wel op: bij ouderen is de koortsreactie vaak afgezwakt, ligt de bloeddruk vaak hoger, is de huidturgor minder betrouwbaar en is een delier dikwijls het eerste teken van ziekte.

Gelden deze normaalwaarden ook voor kinderen?

Nee, de normaalwaarden op deze kaart zijn voor volwassenen; zo staat het ook boven de tabel op de kaart. Voor een baby of kind gebruik je de waarden uit het protocol van je afdeling. Die staan niet op deze kaart, dus leg een meting bij een kind niet naast de tabel hierboven.

Is een pols van 55 afwijkend?

Bij een getrainde sporter of iemand die een bètablokker gebruikt is een pols van 55 vaak gewoon zijn of haar normaal. Kijk naar de uitgangswaarde van de patiënt, naar de regelmaat en naar de andere parameters. Een pols van 55 met een goede bloeddruk, een alerte patiënt en een warme huid is iets anders dan een pols van 55 bij duizeligheid of een dalende tensie.

Welke saturatie is normaal bij COPD?

Bij een deel van de mensen met ernstig COPD streeft de arts naar een saturatie van 88 tot 92 procent, omdat bij hen het risico op een te hoog koolzuurgehalte in het bloed meespeelt. Het streefdoel staat in het dossier of het behandelplan. Ontbreekt het, vraag er dan naar bij de arts in plaats van de algemene norm van 95 procent te hanteren.

Hoe vaak worden vitale functies gemeten?

Hoe vaak vitale functies worden gemeten, staat in het protocol van je afdeling of volgt uit de EWS-afspraken; een vaste frequentie die overal geldt, is er niet. Daarnaast meet je bij opname, vóór en na een ingreep of medicatie die op de vitale functies ingrijpt, en als een patiënt anders is dan eerder.

Wat is een normale EMV-score?

E4M6V5, samen 15: de patiënt opent de ogen spontaan, voert opdrachten uit en is georiënteerd in tijd, plaats en persoon. De laagste score is 3. Rapporteer altijd de drie losse waarden en niet alleen het totaal, want E3M5V4 en E2M6V4 zijn allebei 12 en betekenen iets anders.

Wat is de maximale EMV-score (EMV max)?

Het EMV-maximum is 15: E4M6V5. Per onderdeel verschilt het maximum: openen van de ogen (E) maximaal 4, motorische reactie (M) maximaal 6 en verbale reactie (V) maximaal 5. Het minimum is 3, één punt per onderdeel, ook bij een patiënt die nergens op reageert. Een lage score noteer je dus nooit als 0.

Hoe neem je de EMV-score af?

Je scoort per onderdeel de beste reactie van de patiënt: ogen openen (E), motorische reactie (M) en verbale reactie (V). Kijk eerst of de ogen spontaan opengaan, spreek de patiënt dan aan en gebruik een centrale pijnprikkel als hij niet op aanspreken reageert. Beoordeel de motoriek aan de beste zijde. Noteer de drie waarden apart, bijvoorbeeld E3M5V4, en niet alleen het totaal.

Voorkant van de kaart Meten is weten: normaalwaarden en EMV
Achterkant van de kaart Meten is weten: normaalwaarden en EMV

De kaart voor aan je uniform

Meten is weten: normaalwaarden en EMV

Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.

Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de Normaalwaarden & EMV-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen

Bronnen en controle

  • Vilans, Zorg voor Beter: protocollen en richtlijnen voor het meten van vitale functies (temperatuur, pols, bloeddruk, ademhaling, saturatie).
  • VMS Veiligheidsprogramma, praktijkgids Vroege herkenning en behandeling van de vitaal bedreigde patiënt.
  • Nederlandse Reanimatie Raad, richtlijnen Reanimatie 2021 (de ABCDE-benadering en de beoordeling van het bewustzijn).
  • Teasdale G, Jennett B, Assessment of coma and impaired consciousness: a practical scale, The Lancet 1974 (de Glasgow Coma Scale).
  • De referentiekaart Meten is weten: normaalwaarden en EMV van ZorgZipper (uitgave 2021).

Inhoud gecontroleerd op 16 september 2026. Volg altijd het protocol van je eigen afdeling; dat gaat vóór elke naslagkaart.

Een kaart uit de zorgbingo

Gratis voor je team

De zorgbingo in je mail

Acht bingokaarten vol situaties uit een dienst, van ‘familie belt 3x’ tot ‘hele dienst niet geplast’. Print ze voor je team of je klas en kruis af wat je meemaakt. Wil je ook de nieuwsbrief met nieuwe artikelen en kaarten? Zet dan het vinkje aan.

Je krijgt de pdf per mail. Zie de privacyverklaring.

Lukt het niet? Download de pdf dan direct.

Lees ook