Kennisbank · tools voor je stage
Leerdoelen voor je stage verpleegkunde: SMART, met 10 voorbeelden
Een leerdoel beschrijft wat je aan het eind van je stage of van een periode kunt en hoe je dat laat zien. Maak het SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. Hieronder tien voorbeelden voor je eerste en je latere stages, en een gratis formulier om ze op te schrijven.
Wat is een SMART-leerdoel?
Een SMART-leerdoel is zo opgeschreven dat jij en je werkbegeleider aan het eind kunnen zien of je het hebt gehaald. Neem het leerdoel "Ik wil beter worden in overdragen". Dat is niet te toetsen. "Aan het eind van week 4 bel ik bij een EWS van 3 of hoger zelf de arts volgens SBAR" is dat wel.
| Letter | Betekenis | De vraag die je jezelf stelt |
|---|---|---|
| S | Specifiek | Wat ga ik precies doen, bij welke patiënten? |
| M | Meetbaar | Waaraan zien mijn begeleider en ik dat ik het kan? Hoe vaak, zonder hulp? |
| A | Acceptabel | Past het bij mijn opleiding, mijn jaar en de afdeling, en is mijn begeleider akkoord? |
| R | Realistisch | Kan ik het in deze stage echt oefenen, met de patiënten die hier liggen? |
| T | Tijdgebonden | Wanneer moet het klaar zijn? Noem een week of een datum. |
Leerdoelen voor je eerste stage: 5 voorbeelden
In je eerste stage, op het mbo of in jaar 1 van het hbo, gaat het om de basis: meten, verzorgen, rapporteren en rekenen. Neem een voorbeeld en pas het aan je eigen afdeling aan.
- Aan het eind van week 3 meet ik zelfstandig de pols, de bloeddruk, de ademhaling, de saturatie en de temperatuur bij mijn patiënten, en zie ik zonder hulp of een waarde buiten de normaalwaarden valt. Mijn werkbegeleider kijkt dit na in twee diensten. (bij de kaart)
- Vanaf week 2 rapporteer ik na elke dienst in het dossier over mijn patiënten, en vanaf week 5 doe ik dat zonder dat mijn werkbegeleider het hoeft aan te vullen.
- In week 4 help ik zelfstandig twee patiënten met de ochtendzorg (wassen en aankleden) en vraag ik ze daarna allebei hoe het ging.
- Voor het eind van week 6 bereken ik bij elk infuus dat ik controleer zelf de druppelsnelheid (1 ml is 20 druppels) en laat ik mijn som nakijken voordat ik het infuus instel. (bij de kaart)
- In week 2 oefen ik op het skillslab of met mijn werkbegeleider de stappen van de reanimatie tot ik ze zonder kaart in de goede volgorde kan opnoemen. (bij de kaart)
Leerdoelen voor een latere stage: 5 voorbeelden
Vanaf je tweede stage krijg je eigen patiënten en bel je zelf de arts. De leerdoelen gaan dan meer over observeren, beslissen en overdragen.
- Aan het eind van week 4 bereken ik bij mijn patiënten zelfstandig de EWS-score en bel ik bij een score van 3 of hoger de arts volgens SBAR. Mijn werkbegeleider is er de eerste twee keer bij. (bij de kaart)
- Vanaf week 3 bel ik bij elke patiënt die achteruitgaat de arts volgens SBAR, en herhaal ik aan het eind de afspraken (repeat-back). Na elk gesprek vraag ik mijn werkbegeleider om feedback. (bij de kaart)
- Vanaf week 5 schrijf ik na elke dienst een SOAP-rapportage over een probleem van een van mijn patiënten, die mijn werkbegeleider in week 5 en 6 nakijkt. (bij de kaart)
- In week 6 werk ik één casus uit in de zes stappen van klinisch redeneren en bespreek ik die met mijn werkbegeleider of in de intervisie. (bij de kaart)
- Voor het eind van mijn stage beschrijf ik bij twee patiënten de wond volgens TIME en de kleur volgens het WCS-model, en vergelijk ik mijn beschrijving met die van een collega. (bij de kaart)
Het protocol van je afdeling gaat voor
De grenzen in de voorbeelden, zoals de arts bellen bij een EWS van 3 of hoger, zijn die van de ZorgZipper-kaarten. Werkt je afdeling met andere afspraken, neem die dan over in je leerdoel.Gratis leerdoelenformulier om te printen

Leerdoelen voor je stage (SMART)
Twee leerdoelen per A4, met per leerdoel de vijf SMART-vragen, wat je gaat doen, de evaluatie en een plek voor de handtekening van je begeleider.
Feedback vragen op je leerdoelen gaat makkelijker met een vast formulier. Het feedbackformulier en de SWOT-analyse staan bij de stageformulieren.
Je leerdoelen tien weken bijhouden
In het Feedback logboek (€ 14,95) schrijf je per week je SMART-leerdoelen op en reflecteer je volgens STARR. Er zitten vijf feedbackformulieren in voor de handtekening van je begeleider. Bij de evaluatie heb je alles in één boekje, en dat past in de zak van je uniform.
Veelgestelde vragen
Hoeveel leerdoelen heb je op stage?
Dat bepaalt je opleiding. Vaak werk je met twee tot vier leerdoelen tegelijk, die je in de eerste week met je werkbegeleider bespreekt en halverwege en aan het eind evalueert. Liever een paar leerdoelen die je echt elke dienst kunt oefenen dan een lange lijst die je niet haalt.
Wat is het verschil tussen een leerdoel en een leeractiviteit?
Het leerdoel is wat je aan het eind kunt, bijvoorbeeld zelfstandig de EWS berekenen en bij 3 of hoger de arts bellen. De leeractiviteit is wat je daarvoor doet: elke dienst bij twee patiënten de EWS uitrekenen en vergelijken met je werkbegeleider. Op het formulier staat de leeractiviteit onder 'Wat ik ga doen'.
Waar zet ik mijn leerdoelen in mijn BPV-plan of stageplan?
In het format van je school. Op het mbo heet het vaak een BPV-plan, op het hbo een stageplan of persoonlijk ontwikkelplan. De indeling verschilt per opleiding, maar bijna altijd vraagt het om SMART geformuleerde leerdoelen met de activiteiten erbij. Die kun je van dit formulier overnemen.
Wat doe je als je een leerdoel niet haalt?
Bespreek het bij de tussenevaluatie met je werkbegeleider. Kijk of het leerdoel te groot was, of je te weinig kansen had om te oefenen, of dat je meer begeleiding nodig hebt. Pas het leerdoel dan aan, bijvoorbeeld met een latere week of een kleinere stap, en schrijf op waarom.