ZorgZipper

Kennisbank · 7 min lezen

Labwaarden: wat betekenen ze en wat is normaal?

Labwaarden, ook wel bloedwaarden of bloeduitslagen genoemd, zijn de uitkomsten van bepalingen die het laboratorium in bloed doet, zoals Hb, CRP, kreatinine en kalium. Elke labwaarde zegt iets over één orgaan of proces en krijgt pas betekenis naast de referentiewaarde en eerdere uitslagen.

Wat zijn labwaarden?

Labwaarden zijn de uitslagen van laboratoriumonderzoek. Je komt ze tegen onder veel namen: bloedwaarden, bloeduitslagen, labuitslagen of laboratoriumwaarden. De kaart Betekenis labwaarden zet de 23 bepalingen die je op de afdeling het vaakst ziet op een rij, met per bepaling wat het is en waarom de arts erom vraagt. Ze vallen uiteen in zes groepen:

  • Bloedbeeld: Hb (hemoglobine), hematocriet, erytrocyten, leukocyten en trombocyten, oftewel de rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes.
  • Ontstekingswaarden: CRP en BSE, samen met de leukocyten.
  • Nierfunctie: kreatinine en eGFR.
  • Leverwaarden: ALAT, ASAT, bilirubine en albumine.
  • Elektrolyten: natrium, kalium, calcium, magnesium en fosfaat.
  • Overige: glucose (bloedsuiker), lactaat, pH, totaal eiwit en TSH.

Bij elke uitslag hoort een referentiewaarde, in de wandelgangen de normaalwaarde: het bereik waarin de uitslag van de meeste gezonde volwassenen valt. Die getallen staan op de kaart Referentiewaarden.

Waarom vraagt de arts labwaarden aan?

Bij opname als uitgangswaarde, om een ziekte of behandeling te volgen, bij nieuwe klachten of verslechtering, en vóór een operatie. De kolom ‘Doel afname’ op de kaart zegt per bepaling waarom hij wordt aangevraagd: om een ziekte aan te tonen, zoals anemie, een leverziekte of een ontsteking, of om een gehalte te bepalen, zoals bij de elektrolyten. Denk aan het CRP bij een vermoeden van een ontsteking of infectie, het creatinine en de e-GFR voor de nierfunctie en het Hb bij een vermoeden van anemie.

Labwaarden tabel: betekenis en normaalwaarden

De tabel volgt de kaart Betekenis labwaarden: dezelfde bepalingen, dezelfde volgorde en dezelfde uitleg, zodat je bij elke afkorting ziet wat erachter zit. In de laatste kolom staat de referentiewaarde voor volwassenen van de kaart Referentiewaarden.

BepalingWat het isDoel afnameReferentiewaarde
ALATLeverenzymAantonen leverziektenM < 45 U/l, V < 35 U/l
ASATLeverenzymAantonen leverziektenM < 35 U/l, V < 31 U/l
AlbumineDoor de lever geproduceerd eiwitAantonen lever- en nierziekten35 tot 55 g/l
BilirubineAfbraakproduct van HbAantonen leverziekten< 17 µmol/l
BSEBezinkingssnelheid erytrocytenAantonen ontsteking of infectie4 tot 8 mm in het eerste uur (zie onder de tabel)
CalciumElektrolytBepalen calciumgehalteTotaal 2,10 tot 2,55 mmol/l, geïoniseerd 1,15 tot 1,33 mmol/l
CreatinineAfbraakproduct van de spierenBepalen nierfunctieM 45 tot 100 µmol/l, V 45 tot 80 µmol/l
CRPPositief acutefase-eiwitAantonen ontsteking of infectie< 5 mg/l
e-GFRGlomerulaire filtratiesnelheidBepaling nierfunctie> 90 ml/min
ErytrocytenRode bloedcellenAantonen anemieM 4,4 tot 5,8, V 4,0 tot 5,3 (× 10¹²/l)
FosfaatElektrolytBepalen fosfaatgehalte0,9 tot 1,5 mmol/l
GlucoseBloedsuikerAantonen hypo- of hyperglycemieNuchter 4,0 tot 6,4 mmol/l
HbZuurstof-transporterend en ijzerhoudend eiwitAantonen anemie of polycythemieM 8,5 tot 11, V 7,5 tot 10,0 (mmol/l)
HematocrietVolume rode bloedcellen in verhouding tot totaal bloedvolumeAantonen anemie of dehydratieM 0,40 tot 0,50 l/l, V 0,35 tot 0,45 l/l
KaliumElektrolytBepalen kaliumgehalte3,5 tot 5,0 mmol/l
LactaatMelkzuurAantonen zuurstoftekort in bloed en hersenvocht0,5 tot 1,7 mmol/l
LeukocytenWitte bloedcellenAantonen ontsteking, infectie, virus, leukemie, verminderde afweer4000 tot 10.000/µl (4,0 tot 10,0 × 10⁹/l)
MagnesiumElektrolytBepalen magnesiumgehalte0,7 tot 1,0 mmol/l
NatriumElektrolytBepalen natriumgehalte135 tot 145 mmol/l
pHZuur-base-evenwichtBepalen zuurgraad7,35 tot 7,45
Totaal eiwitConcentratie van alle eiwitten in het bloedBepalen voedingstoestand en functioneren organen60 tot 80 g/l
TrombocytenBloedplaatjesVaststellen oorzaak verhoogde bloedingsneiging en verlengde bloedingstijd150 tot 400 miljard/l
TSHThyroïdstimulerend hormoonOpsporen schildklierziekten0,5 tot 3,9 mU/l
Bepaling, uitleg en doel zoals op de kaart Betekenis labwaarden; referentiewaarden voor volwassenen van de kaart Referentiewaarden. M = man, V = vrouw. Waarden kunnen per instelling iets verschillen.

Op de kaart Referentiewaarden staan nog vier waarden die je vaak op dezelfde uitslag ziet: het MCV (de gemiddelde grootte van de rode bloedcellen, 80 tot 100 fl), het MCH (de hoeveelheid hemoglobine per rode bloedcel), de RDW (de spreiding in grootte, 11 tot 16 procent) en het ureum (2,5 tot 6,4 mmol/l). De BSE stijgt met de leeftijd en ligt bij vrouwen hoger dan bij mannen; laboratoria hanteren daarom een bovengrens per leeftijd en geslacht. Ga na welke waarde jouw lab gebruikt. De eGFR staat op uitslagen in ml/min/1,73 m². De kaart Normaalwaarden noemt voor de nuchtere glucose 3,5 tot 6,0 mmol/l; ook hier verschillen laboratoria. Hoe je een hypo of een hyper herkent, lees je in het artikel over hypo- en hyperglycemie.

Labwaarden interpreteren: zo lees je een uitslag

Achter een afwijkende uitslag staat meestal een H (hoog), een L (laag) of een sterretje. Dat betekent dat de waarde buiten het referentie-interval valt: het bereik waarin ongeveer 95 procent van de gezonde volwassenen zit. Een waarde net buiten dat bereik kan dus bij een gezond mens horen, en een waarde erbinnen sluit een probleem niet uit. De kaart Referentiewaarden geeft er vier leesregels bij, en die kun je zo toepassen:

  • Kijk naar de eenheid en het bereik van jouw lab. De kaart geeft de gangbare waarden voor volwassenen; het bereik op de uitslag zelf gaat voor. Let op mmol/l, µmol/l en U/l, en op aparte waarden voor mannen en vrouwen.
  • Beoordeel de trend, niet alleen de losse waarde. Een kalium van 3,6 is normaal, maar bij een patiënt die gisteren 4,8 had, is het een daling die je wilt begrijpen.
  • Lees de uitslag in samenhang. Klachten, vitale functies, medicatie en voorgeschiedenis bepalen wat een waarde betekent. Een CRP van 40 bij een koortsige, suffe patiënt is iets anders dan bij iemand die op de tweede dag na een operatie rondloopt.
  • Vergelijk met de andere waarden. Lees waarden die bij elkaar horen samen. Hb, hematocriet en erytrocyten zeggen volgens de kaart allemaal iets over anemie, creatinine en e-GFR allebei iets over de nierfunctie.

Afwijkende labwaarde: wat doe je als verpleegkundige?

Het beoordelen en behandelen van een labuitslag is aan de arts. Signaleren, de patiënt erbij betrekken en rapporteren is jouw deel, en daar begint het mee.

  • Kijk eerst naar de patiënt. Hoe staat het met de ABCDE en de vitale functies, en is de EWS gestegen? Een afwijkende uitslag bij iemand die achteruitgaat, vraagt een andere snelheid dan dezelfde uitslag bij iemand die opknapt.
  • Leg de vorige uitslag ernaast. Daalt het CRP al, of stijgt het nog? Is het Hb in twee dagen fors gezakt?
  • Denk aan de afname. Bloed uit de arm met het infuus kan verdund zijn of te veel glucose bevatten. Lang stuwen, kapotte rode bloedcellen in de buis en een verkeerde volgorde van de buizen kunnen een uitslag vertekenen; de juiste volgorde staat op de kaart Bloedafname.
  • Rapporteer en leg vast. Noem de waarde met de eenheid, de referentiewaarde, de vorige uitslag, wat je bij de patiënt ziet en wat je van de arts vraagt. De SBAR helpt je dat in een vaste volgorde te zeggen.

Een sterk afwijkende waarde meld je meteen

Veel laboratoria bellen zelf als een uitslag direct actie vraagt; welke waarden dat zijn en wie dan belt, staat in het protocol van het lab of van je afdeling. Krijg je zo'n waarde door, meld die dan volgens het protocol direct aan de arts, ook als de patiënt zich goed voelt. Of een bepaling opnieuw moet omdat hemolyse in het spel kan zijn, beslist de arts of het protocol.

Voorbeeld: kalium en natrium bij een plastablet

Casus: meneer Bakker, 78 jaar, opgenomen met een longontsteking

Meneer Bakker gebruikt thuis furosemide, een plastablet. Op de tweede opnamedag is zijn CRP gedaald van 180 naar 120 mg/l. Het kalium is 3,1 mmol/l en het natrium 131 mmol/l. Hij vertelt dat zijn benen slap aanvoelen, en de nachtdienst schreef dat hij even verward was.

Wat valt op? Het CRP daalt. Het kalium en het natrium liggen onder de referentiewaarden van de kaart (3,5 tot 5,0 en 135 tot 145 mmol/l). Wat dat bij meneer Bakker betekent en wat de oorzaak is, beoordeelt de arts. Jouw deel is de uitslag naast de patiënt leggen en melden.

Wat doe je? Je meet de vitale functies, voelt of de pols regelmatig is en kijkt naar de vochtbalans. Daarna bel je de arts met de uitslagen, de vorige waarden, zijn klachten en zijn medicatie. De arts beslist over het beleid. Bij de overdracht noem je de waarden en wanneer ze opnieuw worden bepaald.

De uitleg uit de tabel staat op de kaart Betekenis labwaarden, de getallen op de kaart Referentiewaarden. Beide kaarten en de kaart Bloedafname zitten ook in de Pick & Click. Volg bij een afwijkende uitslag het protocol van je afdeling.

Veelgestelde vragen

Wat zijn bloedwaarden?

Bloedwaarden zijn de uitslagen van bloedonderzoek in het laboratorium, zoals Hb, CRP, kreatinine en kalium. Elke waarde zegt iets over een orgaan of proces: het bloedbeeld, een ontsteking, de nieren, de lever of de zouten in het bloed. In de zorg heten ze ook labwaarden of bloeduitslagen. Een waarde krijgt pas betekenis naast de referentiewaarde en de vorige uitslag.

Wat zijn normale bloedwaarden?

Normale bloedwaarden liggen binnen het referentie-interval: het bereik waarin ongeveer 95 procent van de gezonde volwassenen valt. Voor kalium is dat op de kaart Referentiewaarden 3,5 tot 5,0 mmol/l, voor natrium 135 tot 145 mmol/l. Wat normaal is, verschilt per laboratorium, en bij sommige waarden ook per leeftijd en geslacht. Het bereik op de eigen uitslag gaat voor.

Welke bloedwaarden zijn belangrijk?

Welke bloedwaarden ertoe doen, hangt af van de vraag van de arts. De kaart zegt per bepaling waarvoor hij wordt aangevraagd: ALAT, ASAT en bilirubine voor leverziekten, creatinine en e-GFR voor de nierfunctie, CRP, BSE en leukocyten voor ontsteking of infectie, en Hb, erytrocyten en hematocriet voor anemie. Bij kalium, natrium, calcium, magnesium en fosfaat bepaalt het lab het gehalte.

Wat betekent een te hoge CRP?

Een te hoge CRP past bij een ontsteking of infectie: daarvoor wordt de CRP volgens de kaart aangevraagd. Op de kaart Referentiewaarden is normaal lager dan 5 mg/l. Waar de ontsteking zit, zegt de CRP niet; dat beoordeelt de arts met de klachten en ander onderzoek. Kijk ook naar de vorige uitslag, want de kaart vraagt om trends te beoordelen.

Welke bloedwaarden zeggen iets over de nierfunctie?

De nierfunctie lees je af aan het creatinine, ook geschreven als kreatinine, en de e-GFR: bij allebei staat op de kaart nierfunctie. Creatinine is een afbraakproduct van de spieren, de e-GFR de glomerulaire filtratiesnelheid. Normaal is volgens de kaart Referentiewaarden een creatinine van 45 tot 100 µmol/l bij mannen en 45 tot 80 bij vrouwen, en een e-GFR boven 90 ml/min.

Welke bloedwaarde wijst op een ontsteking?

CRP, BSE en leukocyten zijn de ontstekingswaarden op de kaart. Bij het CRP en de BSE, de bezinking, staat als doel het aantonen van een ontsteking of infectie. Bij de leukocyten, de witte bloedcellen, noemt de kaart ontsteking, infectie, virus, leukemie en verminderde afweer. Waar de ontsteking zit, vertelt geen van deze waarden; dat beoordeelt de arts met de klachten.

Wat betekent een te hoge of te lage bloedwaarde?

Een te hoge of te lage bloedwaarde valt buiten het referentie-interval; op de uitslag staat dan een H, een L of een sterretje. Dat is een signaal en geen diagnose, want ongeveer 5 procent van de gezonde mensen valt bij een bepaling ook buiten het bereik. De arts beoordeelt de waarde samen met de klachten, de vorige uitslagen en ander onderzoek.

Is het labwaarden of labwaardes?

Allebei is goed Nederlands. In richtlijnen, op uitslagen en in vakteksten is labwaarden het gangbaarst, en die vorm gebruiken wij ook. Labwaardes hoor je vaker in de spreektaal en in lesmateriaal. Met beide woorden bedoel je hetzelfde: de uitslagen van bepalingen die het laboratorium in je bloed heeft gedaan.

Voorkant van de kaart Bloed: betekenis labwaarden
Achterkant van de kaart Bloed: betekenis labwaarden

De kaart voor aan je uniform

Bloed: betekenis labwaarden

Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.

Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de Labwaarden-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen

Bronnen en controle

  • De referentiekaarten Bloed: betekenis labwaarden en Bloed: referentiewaarden van ZorgZipper (uitgave 2021).
  • NVKC (Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde), allesovertesten.nl: wat de referentiewaarden bij een uitslag betekenen.
  • NHG, LESA Laboratoriumdiagnostiek (geactualiseerd in 2023) en de NHG-Bepalingenviewer.
  • Hematologie Nederland, normaalwaarden van het bloedbeeld.
  • Franciscus Klinisch Chemisch Laboratorium, referentiewaardenlijst bloed (versie mei 2023).

Inhoud gecontroleerd op 3 oktober 2026. Volg altijd het protocol van je eigen afdeling; dat gaat vóór elke naslagkaart.

Een kaart uit de zorgbingo

Gratis voor je team

De zorgbingo in je mail

Acht bingokaarten vol situaties uit een dienst, van ‘familie belt 3x’ tot ‘hele dienst niet geplast’. Print ze voor je team of je klas en kruis af wat je meemaakt. Wil je ook de nieuwsbrief met nieuwe artikelen en kaarten? Zet dan het vinkje aan.

Je krijgt de pdf per mail. Zie de privacyverklaring.

Lukt het niet? Download de pdf dan direct.

Lees ook