ZorgZipper

Kennisbank · 8 min lezen

Klinisch redeneren in zes stappen

Klinisch redeneren is het systematisch koppelen van wat je ziet en meet aan wat er in het lichaam gebeurt. Je doet dat in zes stappen: oriëntatie, probleemstellingen, aanvullend onderzoek, beleid, verloop en nabeschouwing. Zo kun je onderbouwd handelen en overdragen, in plaats van op gevoel.

De zes stappen

De voorkant van de kaart geeft de zes stappen zoals ze in de opleiding worden geleerd. Ze volgen elkaar op, maar in de praktijk loop je regelmatig terug: een uitslag uit stap 3 kan je probleemstelling uit stap 2 veranderen.

1. Oriëntatie op de situatie

Wat is er aan de hand? Je ordent wat je weet met de SBAR: situation, background, assessment, recommendation. Daarna benoem je een (differentiaal)diagnose: wat is de meest waarschijnlijke verklaring, en welke andere verklaringen kun je nog niet uitsluiten. Je hoeft in deze stap niets zeker te weten; je maakt de vraag scherp.

2. Klinische probleemstellingen

Je beredeneert welke orgaansystemen betrokken zijn, met de lijst van de achterkant van de kaart, en geeft prioriteit met de ABCDE-methodiek: wat bedreigt de patiënt het eerst. Per probleem benoem je de klinische aandachtspunten, de dingen die je moet observeren. En je benoemt eventuele psychosociale problematiek volgens SCEGS: somatisch, cognitief, emotioneel, gedragsmatig en sociaal.

3. Aanvullend klinisch onderzoek

Welke aanvullende controles, functie-onderzoeken en laboratoriumonderzoeken zijn nodig om je probleemstelling te toetsen? Per onderzoek beschrijf je het doel en de verwachte uitkomst. Dat laatste is de kern: als je vooraf zegt wat je verwacht, weet je achteraf of de uitslag je hypothese bevestigt of juist niet.

4. Klinisch beleid

Je beredeneert, opnieuw langs de ABCDE, welke behandeling nodig is en hoe de patiënt bewaakt en begeleid moet worden. Behandeling is wat de arts voorschrijft en wat jij uitvoert; bewaking is welke controles je hoe vaak doet; begeleiding is wat de patiënt en de naasten nodig hebben om het te dragen.

5. Klinisch verloop

Wat verwacht je op de korte en de lange termijn? Je beredeneert de prognose, de mogelijke complicaties en de risico’s van de behandeling zelf. Deze stap maakt dat je niet verrast wordt: wie weet welke complicatie kan komen, herkent hem eerder.

6. Nabeschouwing

Je kijkt terug: waar en wanneer was de patiëntveiligheid niet optimaal, waar en wanneer was de kwaliteit van de beroepsuitoefening niet optimaal, en was er sprake van een ethisch dilemma. Dit is de stap waarin je leert van de casus, en die het vaakst wordt overgeslagen.

De twaalf orgaansystemen

In stap 2 loop je de orgaansystemen af. De achterkant van de kaart geeft er twaalf, elk met de trefwoorden die je helpen om per systeem de juiste vraag te stellen.

OrgaansysteemWaar je naar kijkt
1. Respiratoir systeemLuchtwegen, ademprikkel, ademarbeid, diffusie, pulmonale circulatie.
2. Cardiovasculair systeemVeneus aanbod / bloedvolume, prikkelvorming en -geleiding, pompfunctie, arteriële distributie, microcirculatie.
3. Zuurstofbalans myocardZuurstoftoevoer: coronaire bloedflow, Hb en saturatie. Zuurstofbehoefte: veneus aanbod, vaatweerstand / afterload, hartfrequentie, contractie.
4. Vocht- en elektrolytenbalansInname / behoefte, osmolariteit (kristallijn), watermassa (extra- / intracellulair), nierfunctie, mictie.
5. AfweersysteemHuid en slijmvliezen, bloed en lymfestelsel.
6. ThermoregulatiesysteemWarmteproductie, warmteafgifte.
7. BloedZuurbase-evenwicht, zuurstoftransport, stolling, overige klinische chemie.
8. Digestief systeemInname en behoefte, afbraak en vertering, transport, absorptie, defecatie.
9. Zintuiglijk systeemSomatosensoriek, pijn.
10. Neurologisch systeemHogere cerebrale functies, regulatie orgaansystemen.
11. Motorisch systeemWillekeurig bewegen, motiliteit orgaansystemen, houding en bewegingsreflexen.
12. Endocrien systeemCentrale regulatie, lagere endocriene organen, doelorganen.
De achterkant van de kaart Algemeen: klinisch redeneren.

Uitgewerkte casus

Mevrouw Jansen, 79 jaar, dag 3 na een heupoperatie, sinds de operatie een blaaskatheter. Vanmiddag is ze verward, ze voelt warm aan en ademt sneller dan vanochtend. Zo redeneer je in zes stappen.

Stap 1 · Oriëntatie

Je meet: temperatuur 38,9, hartfrequentie 112, ademhalingsfrequentie 24, bloeddruk 104/58, saturatie 94% zonder zuurstof, ze is verward en plukkerig. De EWS komt op 6, dus je belt de arts. In SBAR: nieuwe verwardheid met koorts en snelle ademhaling bij een patiënte met een blaaskatheter sinds drie dagen. Werkhypothese: urineweginfectie, mogelijk urosepsis. Differentiaal: pneumonie (postoperatief, weinig mobiel), wondinfectie, delier door pijn of medicatie.

Stap 2 · Probleemstellingen

Betrokken systemen: thermoregulatie (koorts), afweer (katheter als toegangspoort), cardiovasculair (snelle pols, lagere bloeddruk: begint de circulatie te falen?), respiratoir (snellere ademhaling als compensatie), vocht- en elektrolytenbalans (koorts, minder drinken, hoe is de urineproductie?), neurologisch (verwardheid). Prioriteit via ABCDE: A is vrij, B versneld maar saturatie voldoende, C is de zorg: pols omhoog en bloeddruk omlaag. Aandachtspunten: bloeddruk, urineproductie, bewustzijn. SCEGS: emotioneel angstig, sociaal is de dochter net vertrokken en weet van niets.

Stap 3 · Aanvullend onderzoek

Wat de arts vermoedelijk inzet en wat je verwacht: urinesediment en urinekweek (verwachting: leukocyten en bacteriën), bloedkweken vóór antibiotica, lab met CRP, leukocyten, nierfunctie en lactaat (verwachting: infectiewaarden hoog, lactaat zegt iets over de circulatie), en een DOS-score om het delier te objectiveren. Jouw eigen aanvullende controles: EWS elk half uur, urineproductie per uur, vochtbalans bijhouden.

Stap 4 · Beleid

Behandeling: wat de arts voorschrijft, meestal antibiotica en vocht, en een besluit over de katheter. Bewaking langs ABCDE: ademhaling en saturatie, bloeddruk en pols, bewustzijn en temperatuur, met afgesproken belgrenzen. Begeleiding: rustige omgeving, oriëntatie (bril, gehoorapparaat, klok), de dochter bellen en uitleggen wat er gebeurt.

Stap 5 · Verloop

Korte termijn: verwachting is dat de koorts binnen een tot twee dagen zakt na de start van antibiotica; verslechtering van de bloeddruk of de urineproductie betekent dat de sepsis doorzet en dat opnieuw overleg nodig is, mogelijk met het spoedinterventieteam. Lange termijn: het delier kan dagen aanhouden en de revalidatie vertragen; risico op vallen, decubitus en ondervoeding. Risico’s van de behandeling: overvulling bij vocht, reactie op antibiotica.

Stap 6 · Nabeschouwing

Patiëntveiligheid: had de katheter er op dag 3 nog moeten zitten, en is dat elke dag afgewogen? Kwaliteit: is de EWS vanochtend gemeten en genoteerd, of pas toen ze verward werd? Ethisch: mevrouw weigerde in haar verwardheid het infuus; hoe weeg je haar wil tegen de noodzaak, en wie besliste dat?

De casus laat zien waar de zes stappen voor zijn. Niet om een diagnose te stellen, dat doet de arts, maar om je waarnemingen te ordenen, je overdracht te onderbouwen en te weten wat je moet bewaken en waarom.

Drie dingen die vaak misgaan

1. Meteen naar een diagnose springen

“Ze heeft een blaasontsteking” is snel gezegd, en vaak waar. Maar wie bij stap 1 al klaar is, ziet de pneumonie niet die er ook kan zijn, en denkt niet na over de bloeddruk die zakt. Formuleer een werkhypothese én een differentiaal, en houd die open tot de uitslagen er zijn.

2. Alleen het orgaansysteem van de klacht bekijken

Koorts is niet alleen thermoregulatie. De lijst met twaalf systemen bestaat om je te dwingen verder te kijken: wat doet de koorts met de circulatie, de vochtbalans, het bewustzijn? Loop bij elke probleemstelling alle twaalf langs, ook als je bij de meeste snel nee zegt.

3. Stap 6 overslaan

De nabeschouwing voelt als huiswerk, maar het is de stap waarin de afdeling leert. Een katheter die een dag te lang bleef zitten, een EWS die niet was gemeten: dat zijn geen verwijten, maar patronen die je alleen ziet als je terugkijkt. Neem het mee naar de overdracht of de patiëntbespreking.

  • Begin altijd met meten: een EWS en een ABCDE geven je stap 1 en 2 bijna cadeau.
  • Schrijf per onderzoek op wat je verwacht, vóórdat de uitslag binnen is.
  • Zeg bij de overdracht niet alleen wat er is, maar ook wat je verwacht en waar je op let.
Hoeveel tijd kost klinisch redeneren in de praktijk?

In de opleiding schrijf je de zes stappen uit en kost een casus een uur. Aan het bed gaat het in je hoofd, in minuten: meten, ordenen, bellen, bewaken. De structuur zorgt dat je in die minuten niets overslaat. De nabeschouwing komt later, bij de overdracht of de patiëntbespreking, en verdient dan wel echt een paar minuten.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de zes stappen van klinisch redeneren?

Oriëntatie op de situatie, klinische probleemstellingen, aanvullend klinisch onderzoek, klinisch beleid, klinisch verloop en nabeschouwing. Dit is de indeling van ProActive Nursing, zoals die in de meeste hbo- en mbo-opleidingen wordt geleerd en zoals hij op de kaart staat.

Wat is het verschil tussen klinisch redeneren en de ABCDE-methodiek?

ABCDE is een volgorde om een acuut zieke patiënt te beoordelen en te stabiliseren, van luchtweg tot omgeving. Klinisch redeneren is breder: het is de denkmethode waarmee je verklaart wat er gebeurt en wat je daaraan doet. ABCDE komt binnen het klinisch redeneren terug in stap 2 (prioriteit) en stap 4 (beleid).

Waarom staan er twaalf orgaansystemen op de kaart?

Omdat een klacht zelden in één systeem blijft. Koorts raakt de thermoregulatie, maar ook het cardiovasculaire systeem (snellere pols), de vochtbalans (meer verlies) en het neurologische systeem (verwardheid). De lijst dwingt je alle systemen langs te lopen, zodat je niet alleen kijkt naar het systeem waar de klacht vandaan komt.

Is klinisch redeneren alleen voor hbo-verpleegkundigen?

Nee. De zes stappen worden in mbo- en hbo-opleidingen geleerd en horen bij het beroepsprofiel van elke verpleegkundige. Het niveau van de redenering verschilt, de structuur niet. Ook verzorgenden gebruiken de eerste stappen om te signaleren en over te dragen.

Voorkant van de kaart Algemeen: klinisch redeneren
Achterkant van de kaart Algemeen: klinisch redeneren

De kaart voor aan je uniform

Algemeen: klinisch redeneren

Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.

Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de Klinisch redeneren-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen

Bronnen en controle

  • Bakker M, Van Heycop ten Ham C, Klinisch redeneren in zes stappen, Boom, meerdere drukken (de methodiek van de kaart).
  • ProActive Nursing (Marc Bakker), het model van de zes stappen en de orgaansystemen voor de verpleegkundige opleiding.
  • V&VN, Beroepsprofiel verpleegkundige en het Kwaliteitskader, waarin klinisch redeneren als kerncompetentie is opgenomen.
  • De referentiekaart Algemeen: klinisch redeneren van ZorgZipper (uitgave 2024).

Inhoud gecontroleerd op 11 september 2026. Volg altijd het protocol van je eigen afdeling; dat gaat vóór elke naslagkaart.

Lees ook