Kennisbank · 7 min lezen
Hypo of hyper? Zo herken je het en zo handel je
Een hypo is een bloedglucose onder de 3,5 mmol/l, vaak met zweten, trillen, honger, een snelle hartslag, duizeligheid of verwardheid. Een hyper is een glucose boven de 15 mmol/l, met dorst, veel plassen en vermoeidheid. Bij een hypo geef je snelle suikers volgens protocol en meet je na een kwartier opnieuw. Bij een hyper bepalen klachten, ketonen en vitale functies de urgentie.
De glucoseladder
De kaart hanteert twee signaleringsgrenzen: onder de 3,5 mmol/l is het een hypo, boven de 15 een hyper, met de kanttekening dat de afkapwaarde per instelling in geringe mate kan verschillen. Daartussen zit een gebied dat voor de één gewoon is en voor de ander al reden om te handelen. Streefwaarden hangen af van leeftijd, kwetsbaarheid, behandeling en de afspraken met de patiënt; bij kwetsbare ouderen zijn ruimere waarden gebruikelijk.
Lees de ladder als signaleringsgrenzen, niet als definitie
De waarden hieronder zijn praktische grenzen om op te letten. De individuele streefwaarden en de behandelafspraken van jouw patiënt kunnen ervan afwijken, en die gaan voor.| Glucose (mmol/l) | Wat het is | Wat je doet |
|---|---|---|
| lager dan 3,5 | Hypoglycemie | Snelle koolhydraten volgens het hypoprotocol, na 15 minuten opnieuw meten. Niet aanspreekbaar: niets in de mond, arts of 112. |
| 3,5 tot 4,5 | Aan de lage kant | Iets eten of drinken en over een half uur nog eens meten, zeker vóór inspanning of slapen. |
| 4,5 tot 8,0 | Voor veel patiënten het streefgebied nuchter en vóór de maaltijd | Niets bijzonders. Na een maaltijd mag de waarde tijdelijk hoger zijn. Bij kwetsbare ouderen gelden vaak ruimere doelen. |
| 8,0 tot 15 | Verhoogd | Nagaan waarom: maaltijd, medicatie gemist, ziek? Vaker meten; bijspuiten alleen volgens de afspraak voor deze patiënt. |
| hoger dan 15 | Hyperglycemie (grens van de kaart) | Klachten nalopen, ketonen bepalen bij type 1, arts informeren volgens protocol. |
| zeer hoog, ketonen of klachten | Mogelijke ontregeling | Laagdrempelig overleg volgens protocol. Braken, buikpijn, snelle diepe ademhaling, uitdroging of sufheid: spoed. |
Hypo of hyper: het verschil aan het bed
De twee lijken van een afstand op elkaar. In beide gevallen kan iemand duizelig, prikkelbaar of suf zijn. Het tempo verraadt meestal welke van de twee het is. Een hypo komt in minuten opzetten; een hyper bouwt zich in uren tot dagen op. Bij twijfel meet je. Kun je niet meten en past het beeld sterk bij een hypo, dan handel je volgens het hypoprotocol; bewustzijnsverlies bij iemand met diabetes beschouw je als een hypo tot het tegendeel bewezen is, en dan geef je niets via de mond.
| Hypoglycemie | Hyperglycemie | |
|---|---|---|
| Begin | Snel, in minuten | Langzaam, in uren tot dagen |
| Huid | Bleek, transpireren | Vaak droog (uitdroging) |
| Ademhaling | Normaal | Versneld en diep; adem kan naar aceton ruiken |
| Pols | Snel (tachycardie) | Kan verhoogd zijn door uitdroging |
| Dorst en plassen | Niet opvallend | Veel dorst, veel plassen |
| Eetlust | Honger | Misselijk, weinig trek |
| Gedrag en overig | Tremor (trillen), agitatie, prikkelbaar, duizeligheid, wazig zien | Lusteloos, prikkelbaar, duizelig, gapen, slaperig en vermoeid |
| Bewustzijn | Kan snel dalen: sufheid, insulten, coma | Daalt geleidelijk; bij ontregeling sufheid tot coma |
Bij ouderen en bij tabletgebruikers ziet een hypo er anders uit
Wie vaak hypo's heeft, voelt ze steeds later aankomen, soms helemaal niet meer. En bij ouderen, zeker met tabletten zoals een SU-derivaat (gliclazide, glimepiride), kan een hypo zich vermommen als verwardheid, pijn op de borst, een halfzijdige uitval of een val. Een oudere die opeens "anders" is: meet de glucose, ook als niemand aan diabetes denkt.Stappenplan bij een hypo
Een hypo behandel je in een vaste volgorde, en de kunst zit in het wachten. Wie na vijf minuten alweer meet, ziet nog geen effect en geeft te veel.
- Meet. Handen gewassen, apparaat in orde? Twijfel je aan de waarde, meet dan direct nog een keer. Kun je niet meten en past het beeld sterk bij een hypo, dan volg je het hypoprotocol.
- Geef snelle koolhydraten volgens jullie protocol als de patiënt goed kan slikken. De NHG-beslisboom noemt zes suikerklontjes of tabletten druivensuiker; een gangbare hoeveelheid is 15 tot 20 gram, bijvoorbeeld ongeveer 200 ml gewone frisdrank (geen light) of limonadesiroop met water. Hoeveel koolhydraten er in een product zit, verschilt; kijk op de verpakking. Geen chocolade, koek of melk: vet en eiwit remmen de opname.
- Wacht een kwartier en meet opnieuw. Is de glucose nog onder de 4, herhaal dan stap 2. Meestal is één keer genoeg, soms twee.
- Beoordeel of er nog iets te eten nodig is. Is de volgende maaltijd nog ver weg, of gebruikt de patiënt langwerkende insuline of een SU-derivaat, dan kan een boterham of cracker voorkomen dat de glucose opnieuw zakt. Spreek de vervolgcontroles af zoals het protocol voorschrijft.
- Zoek de oorzaak en leg het vast. Te veel insuline, een overgeslagen maaltijd, extra inspanning, alcohol, braken of diarree? Noteer waarde, tijd, wat je hebt gegeven en het effect, en meld het bij de overdracht en aan de arts als de oorzaak niet duidelijk is.
Niet aanspreekbaar of slikt slecht: niets in de mond
Leg de patiënt in stabiele zijligging en bel de arts of 112 volgens jullie afspraken. Glucagon (in de spier, onder de huid of als neusspray) of glucose via het infuus wordt gegeven volgens protocol en na voorschrift. Blijf erbij, controleer ademhaling en pols, en meet elke vijf tot tien minuten. Zodra iemand weer goed slikt, volgt alsnog stap 2 en 4.Waarom een hypo op tabletten langer duurt
Een hypo door een sulfonylureumderivaat (zoals gliclazide of glimepiride) kan lang aanhouden of terugkomen, ook als de eerste behandeling goed aansloeg. Hoe lang, verschilt per middel, per dosis en per patiënt; een verminderde nierfunctie maakt het erger. Daarom vraagt zo'n hypo om extra controles, ook na de eerste goede waarde, en om een duidelijke overdracht naar de volgende dienst. Hetzelfde geldt voor langwerkende insuline.
Wat je doet bij een hyper
Een hoge glucosewaarde zonder alarmsymptomen is niet automatisch een spoedgeval. De combinatie van de waarde, de klachten, ketonen, uitdroging en de vitale functies bepaalt de urgentie. Loop de triagevragen van de achterkant van de kaart af; ze zijn in deze volgorde bedoeld.
| Vraag | Waar je op let |
|---|---|
| Klopt de meting? | Handen gewassen, apparaat geijkt, geen suikerresten op de vinger. Bij twijfel opnieuw meten. |
| Welke symptomen? | Dorst, veel plassen, misselijkheid, versnelde ademhaling, acetongeur, sufheid. Hoe meer, hoe urgenter. |
| Is de patiënt aanspreekbaar? | Controles: bloeddruk, pols, temperatuur, ademhalingsfrequentie, saturatie. Een hoge pols en lage bloeddruk wijzen op uitdroging. |
| Is de patiënt ziek? | Koorts, braken, diarree, een infectie, een wond. Ziek zijn jaagt de glucose omhoog, ook zonder dat iemand iets verkeerds deed. |
| Type 1 of type 2? | Bij type 1 kan een hyper binnen uren overgaan in ketoacidose. Bepaal ketonen in bloed of urine als dat kan. |
| Wat is normaal voor deze patiënt? | De gebruikelijke waarde helpt bij de interpretatie, maar sluit een acute ontregeling niet uit. Kijk altijd ook naar klachten, ketonen en vitale functies. |
| Hoe wordt de diabetes behandeld? | Tabletten of insuline? Bij insuline: welk type, hoeveel eenheden, wanneer voor het laatst gegeven, en is er een dosis gemist? |
| Wat is het intakepatroon? | Nuchter, sondevoeding, parenterale voeding, of juist veel gegeten? Ook nieuwe medicatie zoals prednison of dexamethason drijft de glucose op. |
Met de antwoorden op deze vragen bel je de arts, bij voorkeur volgens SBAR. Zeg niet alleen de waarde, maar ook of de patiënt ziek is, of er ketonen zijn, wat de laatste insuline was en wat de patiënt normaal heeft. Dat maakt het verschil tussen "even bijspuiten" en "nu komen".
Twee ontregelingen die je niet mag missen
Ketoacidose (vooral type 1): de combinatie van een hoge glucose, ketonen en verzuring, met misselijkheid en braken, buikpijn, diepe snelle ademhaling met acetongeur, uitdroging en sufheid. Hyperosmolair hyperglykemisch syndroom (vooral oudere mensen met type 2): meestal een zeer hoge glucose (vaak boven de 30 mmol/l), ernstige uitdroging en hyperosmolariteit, vaak bewustzijnsstoornissen, weinig of geen ketonen. Beide zijn een reden om direct te bellen en vitale functies te blijven meten; de EWS helpt om de ernst over te brengen.Een casus
Mevrouw Bos, 79 jaar, is in de nachtdienst opeens verward en zweterig. Wat doe je?
Mevrouw Bos heeft diabetes type 2 en gebruikt gliclazide. Ze heeft gisteravond weinig gegeten omdat ze misselijk was. Om drie uur vind je haar onrustig, klam en niet goed georiënteerd. Je meet: glucose 2,8 mmol/l.
Je meet direct de glucose: bij een oudere die opeens verward en zweterig is, moet een hypo worden uitgesloten, ook zonder typische diabetesklachten. Was ze niet aanspreekbaar geweest, dan had je haar als een hypo behandeld tot het tegendeel bewezen was, zonder iets via de mond, en het acute protocol gevolgd.
Ze is aanspreekbaar en kan goed slikken, dus je handelt volgens het hypoprotocol: limonadesiroop met water, en je blijft bij haar. Na een kwartier is de glucose 4,6 en is ze helder. Omdat het ontbijt nog uren weg is en ze gliclazide gebruikt, geef je een boterham en meet je de rest van de nacht elk uur. Om vijf uur zit ze weer op 3,7 en geef je opnieuw suiker. In de overdracht meld je twee hypo's op een SU-derivaat bij slechte intake, en de dagdienst belt de arts om de medicatie te laten beoordelen.
Wat hier telde: meten bij "opeens anders", handelen zodra de waarde laag is, en niet gerust zijn na de eerste goede waarde.
Drie dingen die vaak misgaan
1. Te snel opnieuw meten en te veel geven
Wie na vijf minuten alweer meet, ziet nog niets en geeft nog een portie. Een uur later zit de patiënt op 18 en begint het verhaal opnieuw. Vijftien minuten, dan meten.
2. Gerust zijn na één goede waarde
Vooral bij tabletten, bij langwerkende insuline en bij slechte intake komt de hypo terug. Spreek af hoe vaak je de komende uren meet en zet het in de overdracht.
3. Alleen naar het getal kijken bij een hyper
Een glucose van 17 bij een verder fitte patiënt na een feestmaal is iets anders dan 17 bij koorts, braken en een snelle ademhaling. De triagevragen van de kaart zijn er om precies dat onderscheid te maken.
Veelgestelde vragen
Bij welke glucosewaarde spreek je van een hypo?
De kaart hanteert een bloedglucose onder de 3,5 mmol/l, meestal met klachten. Ga na welke afkapwaarde jouw instelling gebruikt: die kan in geringe mate verschillen, en sommige richtlijnen (zoals de NHG-beslisboom) leggen de grens iets hoger. Bij klachten en een lage waarde handel je in elk geval.
Wat geef je bij een hypo?
Wat jullie hypoprotocol voorschrijft. De NHG-beslisboom noemt zes suikerklontjes of tabletten druivensuiker; een gangbare praktische hoeveelheid is 15 tot 20 gram snelle koolhydraten, bijvoorbeeld ongeveer 200 ml gewone frisdrank. Geen chocolade of koek, want vet vertraagt de opname. Na een kwartier meet je opnieuw.
Mag je iemand met een hypo die suf is iets te drinken geven?
Nee. Wie niet meer goed kan slikken of niet aanspreekbaar is, kan zich verslikken. Dan leg je de patiënt op de zij, bel je de arts of 112 en geef je glucagon of glucose volgens jullie protocol.
Wanneer is een hyper een spoedgeval?
Niet op grond van het getal alleen. De combinatie telt: een hoge glucose mét ketonen, braken, buikpijn, diepe snelle ademhaling, uitdroging of sufheid is een reden om direct te bellen. Een oudere met diabetes type 2 die uitgedroogd en verward raakt ook. Zeer hoge waarden zonder klachten bespreek je laagdrempelig volgens protocol.


De kaart voor aan je uniform
Algemeen: hypo- en hyperglycemie
Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.
Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de Hypo- en hyperglycemie-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen


