ZorgZipper

Kennisbank · 7 min lezen

Basic Life Support (BLS): de reanimatiestappen bij volwassenen

Basic Life Support (BLS) is de basale reanimatie: het herkennen van een circulatiestilstand, alarmeren, borstcompressies en beademingen in de verhouding 30:2 en het aansluiten van een AED. Je drukt 5 tot 6 cm diep, 100 tot 120 keer per minuut, en beademt elke keer één seconde.

Wat is BLS?

BLS staat voor Basic Life Support, in Nederland ook basale reanimatie. Je houdt de bloedsomloop kunstmatig op gang tot er gespecialiseerde hulp is. Het bestaat uit deze onderdelen:

  • Herkennen: iemand reageert niet en ademt niet normaal; dan ga je uit van een circulatiestilstand.
  • Alarmeren: laat 112 bellen en een AED halen, of in het ziekenhuis het reanimatieteam oproepen volgens protocol.
  • Borstcompressies: 30 keer, 5 tot 6 cm diep, 100 tot 120 per minuut.
  • Beademen: 2 keer, elke beademing duurt één seconde.
  • AED: aansluiten zodra hij er is en de gesproken opdrachten uitvoeren.

Wanneer gebruik je BLS?

Bij iemand die niet reageert en niet normaal ademt. Buiten het ziekenhuis is BLS wat jij doet tot de ambulance er is. Binnen het ziekenhuis doe je hetzelfde tot het reanimatieteam het overneemt met de specialistische reanimatie (ALS).

Wat zijn de BLS-stappen bij een volwassene?

Dit zijn de reanimatiestappen voor volwassenen zoals ze op de kaart staan. De volgorde komt overeen met de richtlijn van de Nederlandse Reanimatie Raad van 2025.

StapWat je doet (tekst van de kaart)
1Benader de patiënt (zorg voor de veiligheid van jezelf en de patiënt).
2Controleer het bewustzijn (spreek luid aan en schud zacht aan schouders).
3Patiënt reageert NIET: laat 112 bellen en AED halen.
4Kijk, luister en voel max. 10 seconden naar de ademhaling: open de luchtweg middels de head tilt/chin lift methode (geen head tilt/chin lift bij vermoedelijk cervicaal letsel).
5Ademhaling niet normaal = start reanimatie: 30 borstcompressies, 2 beademingen.
Positie: hiel van ene hand midden op sternum, andere hand er bovenop, je schouders en armen loodrecht boven de patiënt.
Tempo: 100–120 bpm. Diepte: 5–6 cm. Inspiratoire tijd: 1 seconde.
6Sluit AED aan zodra deze er is en voer gesproken stappen uit.
De reanimatiestappen volwassenen van de kaart Algemeen: BLS, letterlijk overgenomen. Geel: veiligheid en alarmeren. Oranje: beoordelen. Rood: reanimeren. Groen: de AED.

Stap 3 komt vóór de ademhalingscontrole

Wie niet reageert, krijgt meteen hulp onderweg: je laat bellen en de AED halen, en pas daarna kijk je naar de ademhaling. Zo gaat er geen minuut verloren als het een circulatiestilstand blijkt. Ben je alleen, dan bel je zelf 112 met de telefoon op de luidspreker.

Hoe beoordeel je de ademhaling?

Je houdt de luchtweg open met de hoofdkantel-kinliftmethode (head tilt/chin lift). Dan kijk je of de borstkas beweegt, luister je bij mond en neus en voel je met je wang of er lucht langskomt. Niet langer dan tien seconden.

De valkuil is de agonale ademhaling. Vlak na een circulatiestilstand happen mensen soms nog traag of snurkend naar lucht. De richtlijn is daar duidelijk over: twijfel je of de ademhaling normaal is, dan handel je zoals bij een niet-normale ademhaling. Ook een kort insult kan het eerste teken van een circulatiestilstand zijn; kijk daarna goed naar de ademhaling.

Bij een vermoedelijk nekletsel

De kaart zegt: geen head tilt/chin lift bij vermoedelijk cervicaal letsel. Denk aan een val van de trap. Hoe je de luchtweg dan vrijmaakt, bijvoorbeeld met een kaakopstoot (jaw thrust), leer je in de training en staat in het protocol van je afdeling. Een open luchtweg blijft het doel.

Hoe geef je goede borstcompressies?

Zet de hiel van je ene hand midden op het borstbeen, je andere hand erbovenop, en haak je vingers in elkaar. Je schouders komen recht boven je handen en je armen blijven gestrekt; je duwt vanuit je heupen, niet vanuit je ellebogen.

  • Diepte 5 tot 6 cm. Bij een volwassene is dat dieper dan de meeste mensen durven. Je voelt soms een rib kraken; de richtlijn vraagt dan nog steeds om die diepte.
  • Tempo 100 tot 120 per minuut. Veel AED's en defibrillatoren geven een metronoom.
  • Laat de borstkas helemaal terugkomen zonder je handen los te halen. Indrukken en loslaten duren even lang.
  • Beadem 2 keer één seconde, net genoeg om de borstkas te zien rijzen. Streef naar hooguit vijf seconden onderbreking van de compressies.

Lukt beademen niet, ga dan in elk geval door met borstcompressies. In het ziekenhuis beadem je meestal met een pocketmasker of masker en ballon, volgens het protocol van je instelling. Met twee hulpverleners wissel je minstens elke twee minuten, want drukken wordt vanzelf ondieper zonder dat je het merkt.

Eerst drukken, dan pas verplaatsen

Volgens de richtlijn van 2025 heeft verplaatsen naar een harde ondergrond geen prioriteit; het kost tijd en onderbreekt de compressies. Veel ziekenhuisbedden hebben een reanimatiestand of een plank; hoe jullie dat regelen, staat in het protocol van je afdeling.

Wat doe je als de AED er is?

Zet hem aan en doe wat hij zegt. Plak de elektroden op de ontblote borstkas zoals op de plaatjes staat, terwijl je collega doordrukt. Na een schok, of als er geen schok nodig is, begin je meteen weer met 30 compressies. Komt de patiënt bij, dan blijven de elektroden zitten en blijft de AED aan.

BLS in het ziekenhuis of verpleeghuis

De stappen zijn gelijk, alleen het alarmeren verschilt. Op de kaart staat 112; op een verpleegafdeling roep je meestal via een intern nummer of een alarmknop het reanimatieteam op. Welk nummer dat is en wie de AED meeneemt, legt je instelling vast. Een niet-reanimerenafspraak in het dossier ken je het liefst vóór je dienst begint. Voor een patiënt die achteruitgaat maar nog ademt, gebruik je de ABCDE-methodiek en de EWS.

Een uitgewerkt voorbeeld

Meneer Vermeulen, 71 jaar, ligt bij je ronde stil in bed en reageert niet. Wat doe je?

Meneer Vermeulen is twee dagen geleden opgenomen met pijn op de borst. Om half zeven kom je binnen voor de controles. Hij ligt op zijn rug, grauw van kleur. Je zegt luid zijn naam en schudt aan zijn schouders. Geen reactie.

Je drukt op de alarmknop en roept je collega. Zij belt het reanimatieteam via het interne nummer en haalt de AED van de gang. Jij haalt het kussen weg, doet een head tilt/chin lift en kijkt, luistert en voelt. Je ziet één trage, snurkende hap en daarna niets meer. Dit is geen normale ademhaling.

Je zet het bed in de reanimatiestand volgens jullie protocol en begint met 30 compressies. Je collega komt terug, plakt de elektroden terwijl jij doordrukt en zet de AED aan. De AED adviseert een schok. Iedereen los, schok, en je collega neemt de compressies over terwijl jij met masker en ballon beademt. Na twee minuten wisselen jullie.

Als het team binnenkomt, geef je kort over: tijdstip van vinden, hoe lang jullie reanimeren, één schok, en het reanimatiebeleid uit het dossier. De oorzaak staat dan nog niet vast; dat is aan het team.

Wat gaat er vaak mis bij reanimatie?

1. Te lang zoeken naar een pols

Op de kaart staat geen polscontrole. Voor BLS vraagt de richtlijn die ook niet, omdat een pols voelen onder stress onbetrouwbaar is. Wie daarin getraind is, voelt soms tegelijk met de ademhalingscontrole, maar ook dan niet langer dan tien seconden. Je kijkt naar bewustzijn en ademhaling en daarna besluit je.

2. Te ondiep en te snel drukken

Vooral na een paar minuten. Wissel op tijd en laat je collega meetellen of op de feedback van de defibrillator letten.

3. Lang stoppen voor de beademing of de AED

Elke pauze laat de bloeddruk in de kransslagaders weer zakken. Laat een tweede persoon plakken terwijl jij doorgaat.

Veelgestelde vragen

Hoe diep en hoe snel druk je bij reanimatie van een volwassene?

De kaart en de richtlijn van de Nederlandse Reanimatie Raad zeggen hetzelfde: 5 tot 6 centimeter diep en 100 tot 120 keer per minuut. Laat de borstkas na elke compressie helemaal terugkomen zonder je handen los te halen. Indrukken en loslaten duren even lang. Na 30 compressies volgen 2 beademingen van elk één seconde.

Is happende ademhaling normale ademhaling?

Nee. In de eerste minuten na een circulatiestilstand kan iemand af en toe traag, onregelmatig of luidruchtig naar lucht happen. Dat heet agonale ademhaling en het is geen normale ademhaling. Volgens de richtlijn van de Nederlandse Reanimatie Raad handel je bij twijfel over een normale ademhaling zoals bij een niet-normale ademhaling, en start je dus met borstcompressies.

Leg je iemand die weer normaal ademt in stabiele zijligging?

Niet meer volgens de richtlijnen van 2025. De Nederlandse Reanimatie Raad adviseert nu rugligging met de luchtweg open via de hoofdkantel-kinliftmethode, en het bewustzijn en de ademhaling continu te blijven controleren. Laat je iemand braakneigingen zien, dan draai je hem snel op de zij. De AED blijft aangesloten en aan staan.

Wanneer mag je stoppen met reanimeren?

Volgens de richtlijn stop je als de ambulance of de arts zegt dat het mag, als de patiënt goed bij bewustzijn komt, beweegt, de ogen actief opent en normaal gaat ademen, als je uitgeput bent, of als je een niet-reanimerenverklaring vindt die bij deze persoon hoort. In het ziekenhuis beslist het reanimatieteam over stoppen, volgens het protocol van je instelling.

Voorkant van de kaart Algemeen: Basic Life Support
Achterkant van de kaart Algemeen: Basic Life Support

De kaart voor aan je uniform

Algemeen: Basic Life Support

Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.

Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de BLS-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen

Bronnen en controle

  • Nederlandse Reanimatie Raad, Richtlijnen Reanimatie in Nederland 2025, hoofdstuk 4: Basale reanimatie van volwassenen.
  • European Resuscitation Council, Guidelines 2025: Adult Basic Life Support.
  • De referentiekaart Algemeen: Basic Life Support van ZorgZipper (uitgave 2024).

Inhoud gecontroleerd op 30 september 2026. Volg altijd het protocol van je eigen afdeling; dat gaat vóór elke naslagkaart.

Lees ook