ZorgZipper

Kennisbank · 8 min lezen

Het TIME-model in de wondzorg: betekenis, rapportage en het WCS-model

Het TIME-model is in de wondzorg een raamwerk om een wond systematisch te beoordelen en te rapporteren: Tissue (weefsel), Infection/Inflammation (infectie en ontsteking), Moisture balance (vochtbalans) en Edge (wondranden). Het WCS-model (ook WCS-classificatiemodel of kleurenmodel) classificeert het overheersende wondweefsel als rood, geel of zwart en koppelt daar een behandeldoel aan. Samen helpen ze het wondbeeld te beschrijven en het behandeldoel te bepalen; ze vervangen geen beoordeling van de oorzaak van de wond, de patiënt en het lokale protocol.

Wat betekent het TIME-model in de wondzorg?

TIME is een Engelse afkorting. Op de voorkant van de kaart Wondzorg: TIME & WCS staat achter elke letter de betekenis in het Nederlands:

  • T · Tissue (weefsel): welke kleur en welk weefsel zie je in het wondbed, hoe groot en hoe diep is de wond, en waar zit hij?
  • I · Infection (infectie): zijn er tekenen van infectie of ontsteking, en is dat anders dan de vorige keer?
  • M · Moisture (vocht): is de wond nat, vochtig of droog, en wat doet het wondvocht met het verband en de huid eromheen?
  • E · Edge (wondranden): zijn de randen intact, teruggetrokken of ondermijnd, en groeit er nieuwe huid overheen?

Wanneer gebruik je TIME en het WCS-model?

Bij elke wondbeoordeling die je rapporteert: een decubituswond, een operatiewond die niet sluit, een ulcus aan het onderbeen, een diabetische voet. TIME zorgt dat je rapportage compleet en vergelijkbaar is; het WCS-kleurenmodel helpt daarna om het behandeldoel te benoemen. Voor brandwonden en oncologische ulcera gelden aparte classificaties.

Bij welke wonden gebruik je het WCS-model?

De achterkant van de kaart noemt twee wonden waarvoor het WCS-model niet geschikt is, met een uitroepteken erachter: brandwonden en oncologische ulcera. De voorbeeldrapportage verderop gaat over een decubituswond op de stuit.

Wondbeoordeling volgens TIME: wat rapporteer je per letter?

De voorkant van de wondzorgkaart geeft per letter de punten die je beoordeelt en rapporteert. Gebruik TIME bij de wondbeoordeling en rapporteer relevante veranderingen volgens het wondbehandelplan; meet de wond volgens de afgesproken frequentie.

TIMERapportage
T · tissue (weefsel)
  • kleur (geel, rood, zwart)
  • vitaal of niet vitaal
  • grootte en diepte van de wond in cm
  • de locatie van de wond (lichaamsdeel)
I · infection (infectie)
  • roodheid
  • warmte
  • zwelling
  • afwijkende kleur
  • broosheid / snel bloedend weefsel
  • groen beslag (pseudomonas)
  • geur
  • pusvorming
  • stagnatie van wondgenezing
  • onverklaarbare / verergerde wondpijn
  • evt. antibiotica
M · moisture (vocht)
  • nat
  • vochtig
  • droog
E · edge (wondranden)
  • intact
  • teruggetrokken
  • ondermijnd
  • sluit epidermis zich over weefsel?
Dezelfde indeling als de voorkant van de kaart Wondzorg: TIME-model.

Een paar aanvullingen bij het rapporteren. Bij T noem je naast de kleur ook het weefseltype dat je ziet: granulatieweefsel, epitheel, fibrineus beslag of necrose, want de kleur alleen zegt niet alles. Bij I geldt dat geen enkel teken op zichzelf een infectie bewijst; groen beslag kán bij een bepaalde verwekker passen, maar dat stel je met een kweek vast, en of antibiotica nodig zijn, volgt uit de klinische beoordeling. Bij M beschrijf je behalve nat, vochtig of droog ook de hoeveelheid en het aspect van het wondvocht, lekkage door het verband en maceratie van de omliggende huid. Bij E is de vraag of het epitheel vanuit de randen over het wondbed groeit.

Onder de tabel staat op de kaart een zin die je niet mag overslaan: houd altijd rekening met onderliggende factoren zoals diabetes, recent ontvangen chemotherapie, roken, slechte voedingstoestand en bedlegerigheid. Die factoren verklaren waarom een wond die er volgens TIME netjes uitziet toch niet geneest, en horen daarom in je rapportage thuis.

Waarom de I de langste lijst is

Roodheid, warmte, zwelling en pijn zijn de klassieke ontstekingstekens, maar bij een wond die al langer bestaat zijn de subtiele signalen minstens zo belangrijk: een geur die er eerst niet was, een wond die stilstaat of ineens meer pijn doet. Geen van deze tekenen stelt op zichzelf een infectie vast; kleur of geur alleen ook niet. Let op lokale én systemische tekenen en op veranderingen ten opzichte van eerdere beoordelingen. Bij verdenking op infectie is verdere beoordeling nodig; een eventuele kweek of antimicrobiële behandeling gebeurt volgens het lokale beleid.

Wat is het WCS-model? Rood, geel en zwart

Het WCS-model op de achterkant van de kaart classificeert het overheersende wondweefsel als rood, geel of zwart. Een wond is zelden helemaal één kleur; meestal zijn verschillende weefseltypen tegelijk aanwezig. Elke kleur heeft eigen kenmerken en een eigen behandeldoel.

Bovenaan de achterkant van de kaart staat de afkorting voluit: WCS is de Woundcare Consultant Society. Andere namen voor het model zijn WCS-classificatiemodel en kleurenmodel. Bij een wondbeoordeling met het WCS-model kijk je welke kleur in het wondbed overheerst; die kleur heb je bij de T van TIME al opgeschreven. In de tabel hieronder staan per kleur de kenmerken en het doel van de achterkant van de kaart.

KleurKenmerkenDoel
Rood
  • granulerende wond
  • korrelig / vochtig / glanzend
  • geen of weinig wondvocht
  • oppervlakkig tot diep
  • bijvoorbeeld schaafwond
Beschermen en de juiste vochtigheid creëren, door gebruik van absorberende, regulerende of hydraterende producten.
Geel
  • fibrineus (eiwit-)beslag
  • pus kan duiden op ontsteking of infectie
Reinigen en absorberen van wondvocht door gebruik van absorberende, regulerende of hydraterende producten. Zo nodig gebruik van antibacteriële middelen. Eventueel wondkweek afnemen.
Zwart
  • bevat afgestorven weefsel
  • wond met necrotisch weefsel kan niet genezen
Nat: necrose verweken en verwijderen. Droog: droog houden en korst eraf laten vallen.
De achterkant van de kaart: WCS (Woundcare Consultant Society).

Bij zwart weefsel geldt wat op de kaart staat als doel, en de weg ernaartoe bepaalt het wondbeleid: beoordeel eerst de oorzaak, de doorbloeding en de klinische situatie, want bij een slecht doorbloede wond wordt droge, stabiele necrose vaak juist droog gehouden. Of en hoe necrose wordt verwijderd, gebeurt volgens het wondbehandelplan en zo nodig in overleg met een wondconsulent of arts.

Op de kaart staan twee kanttekeningen. De meest overheersende kleur bepaalt de behandeling: een wond is zelden helemaal één kleur, dus kijk naar het grootste oppervlak en rapporteer de verdeling. Daarbij weeg je ook de oorzaak van de wond, infectie, wondvocht, wondranden, doorbloeding, druk, voeding, pijn en wat de patiënt zelf kan en wil. En het model is niet geschikt voor brandwonden en oncologische ulcera; daar gelden aparte classificaties, specifieke richtlijnen en meestal een eigen specialist.

Het model zegt bewust niets over merken of specifieke verbanden. Het geeft het doel: beschermen, reinigen, verweken of drogen. Welk product daarbij hoort, staat in het wondformularium van je instelling, en dat gaat voor.

Voorbeeld TIME-rapportage: zo rapporteer je een wond

Een TIME-rapportage is een wondrapportage waarin je per letter van TIME opschrijft wat je ziet: het weefsel, de tekenen van infectie, het vocht en de wondranden. Houd je die volgorde aan, dan schrijf je vanzelf een rapportage die de volgende dienst met de vorige kan vergelijken. Een voorbeeld bij een decubituswond op de stuit.

Voorbeeldrapportage volgens TIME

T: Wond op de stuit, 3 × 2 cm, diepte 0,5 cm. Wondbed overwegend bedekt met geel fibrineus beslag, met ongeveer 40 procent zichtbaar rood granulatieweefsel, vooral aan de rand.

I: Lichte roodheid rond de wond, geen warmte of zwelling, geen geur, geen pus, patiënt geeft geen toename van pijn aan.

M: Matig veel dun, lichtgeel wondvocht zonder geur; verband was bij verwijderen matig doorgeslagen; omliggende huid niet gemacereerd.

E: Wondranden intact, niet ondermijnd; aan de bovenzijde groeit epitheel vanuit de rand over het wondbed.

Rapporteren volgens TIME gaat bij elke wond op dezelfde manier; in de opleiding heet het ook rapporteren via het TIME-model. Zet bij de T het percentage per kleur, dan ziet de volgende collega welke kleur overheerst. Noem daarnaast de onderliggende factoren van de kaart die bij deze patiënt spelen, zoals diabetes of roken. In de twee voorbeelden hieronder staan ze op de laatste regel.

Voorbeeld bij een operatiewond die niet sluit

T: Open operatiewond op de buik, onder de navel, 6 × 2 cm, diepte 1,5 cm. 70 procent rood, granulerend en vitaal; 30 procent geel fibrineus beslag langs de onderrand.

I: Geen roodheid, warmte of zwelling rond de wond. Geen geur, geen pus, geen snel bloedend weefsel. Patiënt geeft geen toename van wondpijn aan.

M: Vochtig, weinig wondvocht.

E: Wondranden intact, niet teruggetrokken of ondermijnd. De epidermis sluit zich nog niet over het weefsel.

Onderliggende factoren: diabetes, rookt.

Voorbeeld bij een zwarte, droge wond op de hiel

T: Wond op de linkerhiel, 3 × 2,5 cm. 100 procent zwart: droog, afgestorven weefsel, niet vitaal. Diepte niet te meten door de zwarte korst.

I: Geen roodheid, warmte of zwelling rond de wond. Geen geur, geen pus. Patiënt geeft geen toename van wondpijn aan.

M: Droog.

E: Wondranden intact, niet ondermijnd.

Onderliggende factoren: bedlegerig, slechte voedingstoestand.

De voorbeelden beschrijven de wond, geen behandeling. Wat er met het zwarte weefsel op de hiel gebeurt, bepaalt het wondbehandelplan, na beoordeling van onder meer de oorzaak en de doorbloeding; zie de alinea onder de WCS-tabel. Rapporteer je in het dossier volgens SOAP, dan horen je waarnemingen en metingen volgens TIME bij de O van objectief.

Een wond meten

Meet de wond met een liniaal of meetlatje (de rand van de TIME-kaart heeft er een) en noteer lengte, breedte en diepte in centimeters. Maak een foto als dat op jouw afdeling is afgesproken, met een meetlint en datum in beeld, en sla hem op volgens de afspraak over privacy en dossier. Een foto naast de tekst laat in één oogopslag zien of de wond vooruitgaat.

Wat vaak misgaat

1. Alleen de kleur noemen, zonder maten

“Gele wond, verband gewisseld” zegt over een week niets meer. Zonder lengte, breedte en diepte kan niemand beoordelen of de wond kleiner wordt. Meet lengte, breedte en zo nodig diepte volgens de frequentie die in het wondbehandelplan of het lokale protocol is afgesproken, en schrijf de getallen op.

2. Infectiesignalen als normaal bestempelen

Een beetje roodheid rond een wond hoort erbij, wordt vaak gezegd. Maar roodheid die toeneemt, een geur die verandert of weefsel dat ineens snel bloedt, zijn signalen die je meldt, ook als je ze zelf niet verontrustend vindt. Loop de lijst onder de I op de kaart daarom elke keer af.

3. Het verband kiezen vóór de beoordeling

Hetzelfde verband pakken als gisteren gaat snel. Maar een wond die van geel naar rood is gegaan, heeft een ander doel gekregen: niet meer reinigen, maar beschermen. Beoordeel eerst volgens TIME, bepaal dan het overheersende weefsel en het doel, en kies pas daarna het product uit het formularium, passend bij de oorzaak van de wond. Bij twijfel overleg je met de wondconsulent.

  • Rapporteer in de volgorde T, I, M, E, zodat rapportages vergelijkbaar zijn.
  • Noem de onderliggende factoren erbij: diabetes, roken, voeding, chemotherapie, bedlegerigheid.
  • Bij onvoldoende genezing of stagnatie: herbeoordeel de wond, de oorzaak en de beïnvloedende factoren, en overleg volgens het wondbehandelplan. Bij verdenking op infectie kan aanvullend onderzoek, zoals een kweek, worden overwogen.

Staat een wond stil, dan helpen de zes stappen van klinisch redeneren om na te gaan waarom. Overleg je met de wondconsulent of de arts, dan zet SBAR je verhaal in een vaste volgorde.

Hoe vaak beoordeel je een wond volgens TIME?

Bij een verbandwissel kijk je naar de vier letters; een volledige rapportage met maten en foto doe je volgens de frequentie in het wondbehandelplan. Verandert de wond tussendoor, bijvoorbeeld meer vocht, geur of pijn, dan rapporteer je dat direct. Het protocol van je afdeling bepaalt de precieze frequentie.

Beide modellen staan op één kaart, met het meetlatje op de rand. De kaart zit in de Verpleegkundigenset en de Verzorgendenset van de Set van 5, en hoort bij de vijf kaarten voor de wijkverpleging en het verpleeghuis.

Veelgestelde vragen

Waar staat TIME voor bij wondzorg?

TIME staat voor Tissue, Infection/Inflammation, Moisture balance en Edge; in het Nederlands weefsel, infectie en ontsteking, vochtbalans en wondranden. Het is een raamwerk voor de wondbeoordeling: per letter beschrijf je wat je ziet, zodat je rapportage compleet is en je collega dezelfde punten kan vergelijken. Je kunt het prima in T-I-M-E-volgorde rapporteren.

Wat is een TIME-rapportage?

Een wondrapportage in de volgorde van het TIME-model: eerst het weefsel (kleur, grootte, diepte en plaats van de wond), dan de tekenen van infectie, dan het vocht en tot slot de wondranden. Elke rapportage bevat zo dezelfde vier punten, zodat je collega de wond van vandaag kan vergelijken met die van gisteren. Het voorbeeld onder de kop TIME-rapportage laat zien hoe dat er in vier zinnen uitziet.

Wat is een voorbeeld van een TIME-rapportage?

Een TIME-rapportage beschrijft de wond in vier regels, zoals bij deze operatiewond die niet sluit. T: open wond op de buik, 6 × 2 cm, diepte 1,5 cm, 70 procent rood en 30 procent geel. I: geen roodheid, warmte, zwelling, geur of pus. M: vochtig. E: wondranden intact, niet ondermijnd. Noem daarna de onderliggende factoren, zoals diabetes en roken. Meer voorbeelden staan hierboven.

Wat is het WCS-model?

Het WCS-model is een classificatiemodel dat een wond indeelt naar de kleur van het overheersende wondweefsel: rood, geel of zwart. WCS staat voor Woundcare Consultant Society. Andere namen zijn WCS-classificatiemodel en kleurenmodel. De kleur geeft een aanwijzing voor het behandeldoel, zoals beschermen bij rood en reinigen bij geel. Volgens de kaart is het model niet geschikt voor brandwonden en oncologische ulcera.

Bij welke wonden gebruik je het WCS-model, ook bij decubitus?

De kaart noemt twee wonden waarvoor het WCS-model niet geschikt is: brandwonden en oncologische ulcera. Bij andere wonden, zoals een decubituswond of een operatiewond die niet sluit, beschrijf je de wond volgens TIME, met het percentage per kleur, en kijk je welke kleur overheerst. Die kleur geeft een aanwijzing voor het behandeldoel; de behandeling volgt het wondbehandelplan.

Wat betekent een rode, gele of zwarte wond?

De kleur zegt iets over het overheersende weefsel. Rood: een granulerende wond die bescherming en de juiste vochtigheid nodig heeft. Geel: fibrineus beslag dat gereinigd wordt; pus kan op infectie wijzen. Zwart: necrotisch weefsel dat niet kan genezen; de kaart geeft als doel nat verweken en verwijderen, droog droog houden, en het wondbeleid bepaalt hoe dat bij deze wond gebeurt.

Kun je TIME en WCS samen gebruiken?

Ja, ze vullen elkaar aan. TIME structureert wat je beoordeelt en rapporteert, het WCS-model vertaalt het overheersende weefsel (de T van TIME) naar een behandeldoel. De uiteindelijke behandeling volgt uit het volledige wondbeeld, de oorzaak van de wond en het wondbehandelplan van je afdeling.

Wat als een wond meerdere kleuren heeft?

Dat is eerder regel dan uitzondering: verschillende weefseltypen komen vaak tegelijk voor. De overheersende kleur geeft een aanwijzing voor het dominante weefsel en het bijbehorende behandeldoel; je rapporteert de verdeling (bijvoorbeeld 60 procent geel beslag, 40 procent rood granulatieweefsel), zodat de verandering te volgen is. De behandeling wordt bepaald op het volledige wondbeeld.

Voorkant van de kaart Wondzorg: TIME/WCS
Achterkant van de kaart Wondzorg: TIME/WCS

De kaart voor aan je uniform

Wondzorg: TIME/WCS

Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.

Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de Wondzorg TIME en WCS-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen

Bronnen en controle

  • WCS Kenniscentrum Wondzorg, WCS Wondenboek (het Nederlandse kleurenmodel rood, geel, zwart).
  • Schultz GS e.a., Wound bed preparation: a systematic approach to wound management, Wound Repair and Regeneration 2003 (de basis van TIME).
  • Kwaliteitsstandaard Organisatie van wondzorg in Nederland (Richtlijnendatabase, 2018), geautoriseerd door onder meer V&VN en WCS Kenniscentrum Wondzorg.
  • De referentiekaart Wondzorg: TIME/WCS van ZorgZipper (uitgave 2021).

Inhoud gecontroleerd op 16 september 2026. Volg altijd het protocol van je eigen afdeling; dat gaat vóór elke naslagkaart.

Een kaart uit de zorgbingo

Gratis voor je team

De zorgbingo in je mail

Acht bingokaarten vol situaties uit een dienst, van ‘familie belt 3x’ tot ‘hele dienst niet geplast’. Print ze voor je team of je klas en kruis af wat je meemaakt. Wil je ook de nieuwsbrief met nieuwe artikelen en kaarten? Zet dan het vinkje aan.

Je krijgt de pdf per mail. Zie de privacyverklaring.

Lukt het niet? Download de pdf dan direct.

Lees ook