Kennisbank · 7 min lezen
De optimale voorbereiding op jouw eerste stagedag als verpleegkundestudent
Een goede voorbereiding op je verpleegkunde stage zorgt voor een ontspannen en stevige start. Wat je allemaal nodig hebt en hoe jij je het beste kunt voorbereiden, lees je hieronder.
Lees je in in je stageplek
Hoe beter je weet waar je terechtkomt, hoe minder je op de eerste dag hoeft te raden. Zoek een week van tevoren uit:
- De stageplek: wat voor afdeling of organisatie het is, hoe de dag is ingedeeld en hoe laat de overdracht begint.
- De doelgroep: verdiep je in de doelgroep waar je mee te maken krijgt door de meest voorkomende ziektebeelden, de zorgtaken die daarbij horen en eventueel de veelvoorkomende medicatie op te zoeken.
- De taken die van je verwacht worden: wat je als eerstejaars al zelf doet, zoals vitale functies meten en ADL-zorg, en wat je alleen meekijkt.
Stuur je werkbegeleider een korte mail om je voor te stellen. Vraag naar je rooster, hoe laat en waar je je moet melden, of er een kluisje is en of je werkkleding krijgt. Reis de route een keer van tevoren, zodat je op dag één ruim op tijd bent.
Maak een stageleerplan met je werkbegeleider
In je eerste week maak je samen met je werkbegeleider een leerplan. Daarin staan je leerdoelen, wat je per week wilt oefenen en wanneer jullie het bespreken. Je opleiding geeft de onderwerpen; jullie maken ze concreet voor deze afdeling.
Leerdoelen die werken
Schrijf je leerdoelen SMART: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Niet “ik wil beter leren rapporteren”, maar:
Voorbeeld van een SMART-leerdoel
“Aan het eind van week drie rapporteer ik na elke dienst zelfstandig volgens SOAP over twee van mijn patiënten in het dossier, en mijn werkbegeleider leest dat na en geeft feedback.”- Specifiek: rapporteren volgens SOAP in het dossier.
- Meetbaar: over twee patiënten, na elke dienst.
- Acceptabel: afgesproken met je werkbegeleider en passend bij je opleiding.
- Realistisch: twee patiënten is haalbaar voor een eerstejaars, met nalezen door je werkbegeleider.
- Tijdgebonden: aan het eind van week drie.
Zo weten jij en je werkbegeleider precies wanneer je het doel hebt gehaald. Een gratis leerdoelenformulier voor je stage download je leeg of als ingevuld voorbeeld.
Feedback verzamelen en reflecteren
Vraag na elke dienst om feedback, en schrijf die meteen op. Het stage feedback logboek van ZorgZipper helpt je om dat op een gestructureerde manier te doen: per dienst noteer je wat goed ging, wat beter kan en wat je de volgende keer anders doet. Zo reflecteer je op je eigen handelen en heb je bij je tussenevaluatie en je eindbeoordeling de voorbeelden direct bij de hand.
Kleding, haar, nagels en sieraden
Op sommige stageplekken wordt de werkkleding voor je geregeld. Moet je het zelf regelen, houd dan rekening met de kledingvoorschriften van je stageplek:
- Een zorguniform: een broek en een tuniek met korte mouwen, zodat je handen en onderarmen vrij zijn voor de handhygiëne.
- Geschikt schoeisel: dichte, stevige schoenen met een antislipzool die je kunt afnemen.
- Setjes alleen voor je stage: koop bij voorkeur kleding die je alleen op stage draagt en die je heet kunt wassen, op minimaal 60 °C. Neem een extra setje mee voor als je kleding vies wordt.
- Haar: lang haar draag je opgestoken of in een staart, zodat het niet over je schouders of in het gezicht van je patiënt valt.
- Nagels: kort en schoon, zonder nagellak, gelnagels of kunstnagels.
- Sieraden: geen ringen, armbanden of polshorloge.
Waarom zo streng?
Onder ringen, nagels en mouwen blijven bacteriën zitten die je met handen wassen of desinfecteren niet weghaalt. Zo breng je ze van de ene patiënt naar de andere. Daarom gelden deze regels in het ziekenhuis, het verpleeghuis en in de wijk.Handige attributen: wat neem je mee?
Pak je tas de avond van tevoren in. Deze spullen heb je op je eerste stagedag nodig:
- Een etuitje met een pen, een markeerstift en een klein notitieboekje voor de overdracht en je vragen.
- Een brainsheet: daarmee breng je je patiënt op een gestructureerde manier in kaart en organiseer je de zorg rondom je patiënt voor de dag.
- Een setje met een schaar en een kocher voor verband, pleisters en het afklemmen van slangetjes.
- De referentiekaarten van ZorgZipper aan je uniform, zodat je normaalwaarden, de SBAR en de rekenformules altijd binnen handbereik hebt.
- Een horloge met secondewijzer dat je aan je uniform draagt, een zorghorloge. Dat heb je nodig om de pols en de ademhaling te tellen.
- Een penlampje om de pupillen te controleren en in de mond te kijken, als je stageplek er geen heeft.
- Een bidon, zodat je gedurende de dag genoeg drinkt. Op veel afdelingen mag je niet drinken waar patiënten zijn; zet je bidon in de teampost.
- Je lunch en iets kleins voor tussendoor. Diensten zijn lang en een pauze schuift soms op.
- Je stagecontract, je stagehandleiding en je leerplan, en eventueel je bewijs van vaccinatie als je opleiding of stageplek daarom vraagt.
- De gegevens van je werkbegeleider en je stagedocent, in je telefoon én op papier.
- Een handcrème, want door het vele handen wassen en desinfecteren droogt je huid snel uit.
Welke kaarten je kiest, hangt af van je opleiding. Studenten verpleegkunde beginnen meestal met SBAR, normaalwaarden en EMV, verpleegkundig rekenen, EWS en ABCDE: die vijf als Set van 5 (€ 23,95, met clip). Als verzorgende IG kies je eerder SBAR, normaalwaarden, DOS, wondzorg en hypo- en hyperglycemie: die vijf als Set van 5. Met de studentenkorting betaal je minder.
Je eerste dag stap voor stap
- Kom op tijd: een kwartier voor het begin van je dienst, zodat je je rustig kunt omkleden.
- Stel je voor aan het team en aan de patiënten of cliënten: je naam, dat je student bent en in welk jaar.
- Luister bij de overdracht en schrijf mee. Vraag na afloop wat je niet begreep; afkortingen zijn in het begin voor iedereen nieuw.
- Loop mee en kijk goed. Op de eerste dag gaat het om de afdeling leren kennen: waar spullen liggen, hoe het dossier werkt en hoe de dag loopt.
- Vraag om feedback aan het eind van de dienst, en schrijf die op in je logboek.
Je mag zeggen wat je nog niet kunt
Je doet alleen wat je hebt geleerd en waarvoor je werkbegeleider je bekwaam vindt. Voorbehouden handelingen, zoals injecteren, doe je alleen in opdracht en onder toezicht. Twijfel je, vraag het dan. Dat is geen zwakte, maar veilig werken.Mbo, hbo of verzorgende IG: het verschil
Als student mbo verpleegkunde (niveau 4) leer je vooral door te doen, in bol of bbl, en loop je vaak al vroeg stage in het ziekenhuis, het verpleeghuis of de wijk. Als student hbo verpleegkunde ligt in je stage meer nadruk op klinisch redeneren en het onderbouwen van je keuzes, en werk je met de CanMEDS-rollen. Als verzorgende IG (niveau 3) werk je meestal in het verpleeghuis, de thuiszorg of de gehandicaptenzorg, met de nadruk op observeren, verzorgen en melden aan de verpleegkundige. De voorbereiding is voor alle drie hetzelfde: weet waar je komt, weet wat je wilt leren en zorg dat je de basis bij de hand hebt.
Meer over de kaarten per opleiding lees je bij de referentiekaarten voor studenten. Hoe je een patiënt overdraagt, lees je bij de SBAR-methode.
Veelgestelde vragen
Wat neem je mee naar je eerste stagedag verpleegkunde?
Neem een pen, een markeerstift en een notitieboekje mee, een setje met een schaar en een kocher, een horloge met secondewijzer dat je aan je uniform draagt, je referentiekaarten, een bidon, je lunch, je stagecontract en de gegevens van je werkbegeleider. Is je kleding niet geregeld door de stageplek, neem dan ook je uniform en schoenen mee en vraag waar je je kunt omkleden.
Wat trek je aan op je eerste stagedag in de zorg?
Op de meeste stageplekken draag je een zorguniform met korte mouwen en dichte schoenen die je kunt afnemen. Vaak regelt de stageplek de werkkleding. Moet je het zelf regelen, kies dan setjes die alleen voor je stage zijn en die je heet kunt wassen. Je draagt geen sieraden aan handen en polsen, geen nagellak of kunstnagels, en lang haar draag je opgestoken.
Hoe bereid je je voor op je eerste stage verpleegkunde?
Lees je in in de stageplek: de doelgroep, de ziektebeelden die er het meest voorkomen en de taken die van je verwacht worden. Neem vooraf contact op met je werkbegeleider, vraag je rooster op en reis de route een keer van tevoren. Maak daarna samen met je werkbegeleider een leerplan met je leerdoelen voor de stage.
Wat zijn goede leerdoelen voor een eerste stage?
Goede leerdoelen zijn klein en meetbaar. Bijvoorbeeld: aan het eind van week drie meet ik zelfstandig de vitale functies bij vier patiënten en rapporteer ik ze volgens SOAP. Of: in week vijf draag ik een patiënt over met SBAR. Spreek per leerdoel af hoe je laat zien dat je het kunt, en bespreek het elke week met je werkbegeleider.
Wat mag je als stagiair wel en niet doen?
Je doet alleen wat je hebt geleerd en waarvoor je werkbegeleider je bekwaam vindt. Voorbehouden handelingen, zoals injecteren of katheteriseren, doe je alleen in opdracht en onder toezicht. Twijfel je, vraag het dan. Niemand verwacht dat je op je eerste dag alles weet; wel dat je zegt wat je nog niet kunt.
Wat als ik op stage een fout maak?
Meld het meteen bij je werkbegeleider of de verpleegkundige van dienst, ook als je denkt dat het meevalt. Dan kan er direct worden gehandeld. Schrijf daarna op wat er gebeurde en wat je ervan leert, en bespreek het in je volgende feedbackgesprek. Fouten melden hoort bij veilig werken in de zorg.


De kaart voor aan je uniform
Overdracht: SBAR
Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.
Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de SBAR somatiek & psychiatrie-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen



