ZorgZipper

Kennisbank · 10 min lezen

Druppelsnelheid en pompstand berekenen: formule en rekentool

De druppelsnelheid is het aantal druppels per minuut waarmee een infuus zonder pomp loopt: (ml × druppels per ml) : minuten. Bij een standaard infuussysteem van 20 druppels per ml wordt dat (ml × 20) : minuten; controleer altijd het systeem, want 15 en 60 druppels per ml bestaan ook. Pompstand = ml per uur. Voor 1000 ml in 8 uur kom je zo op 42 druppels per minuut, of pompstand 125.

Druppelsnelheid berekenen met de rekentool

Wil je je eigen som controleren, dan kun je de druppelsnelheid hier online berekenen. De rekentool volgt de stappen A, B en C van de kaart en laat elke tussenstap zien, zodat je ziet waar jouw uitkomst afwijkt. Op de andere tabbladen reken je de overige formules van de kaart na. Hoe je het zelf uitrekent, staat verderop. Gebruik de calculator als controle naast je eigen berekening, niet in plaats daarvan.

Hulpmiddel om je eigen berekening te controleren; reken altijd zelf na en volg het protocol.

Tussenstappen

  1. A. 1000 × 20 = 20000 druppels
  2. B. 8 × 60 = 480 minuten
  3. C. 20000 : 480 = 41,7 druppels per minuut

Afgerond: 42 druppels per minuut

Wat is druppelsnelheid en wat is een pompstand?

  • Druppelsnelheid: het aantal druppels per minuut dat je met de rolklem instelt bij een infuus zonder pomp.
  • Pompstand: het aantal ml per uur dat je op een infuuspomp instelt.
  • Druppels per ml: de eigenschap van het toedieningssysteem die de omrekening bepaalt; standaard 20.

Infuussnelheid en inloopsnelheid zijn andere woorden voor hoe snel het infuus inloopt, in druppels per minuut of in ml per uur. Druppels per minuut kort je af tot dr/min. Het aantal druppels per ml van een systeem heet ook de druppelfactor; op de kaart is dat 20.

Wanneer reken je in druppels per minuut en wanneer in ml per uur?

Dat hangt af van hoe het infuus loopt. Zonder pomp regel je de snelheid met de rolklem en tel je de druppels die in de druppelkamer vallen. Dan reken je in druppels per minuut: de druppelsnelheid. Loopt het infuus via een pomp, dan stel je een aantal ml per uur in, de pompstand. Moet een infuus dat op de pomp liep tijdelijk zonder pomp verder, bijvoorbeeld bij vervoer, dan reken je de pompstand om naar druppels per minuut. Hoe dat gaat, lees je onder pompstand berekenen.

Hoeveel druppels is 1 ml en hoeveel ml is een druppel?

Bij een standaard infuussysteem is 1 ml gelijk aan 20 druppels; één druppel is dan 0,05 ml. Er bestaan ook systemen van 15 druppels per ml en microdruppelsystemen van 60 druppels per ml. Het aantal staat op de verpakking van het toedieningssysteem en bepaalt de hele berekening hieronder, dus kijk daar eerst.

SysteemDruppels per ml1 druppel is
Standaard infuussysteem200,05 ml
Bloedtoedieningssysteem (veel merken)150,067 ml
Microdruppelsysteem600,017 ml
Controleer het aantal op de verpakking; het verschilt per fabrikant.

Bij een standaard systeem reken je om met de 20 van de kaart. Van ml naar druppels vermenigvuldig je met 20, van druppels naar ml deel je door 20. Zo is 5 ml 100 druppels, en zijn 10 druppels samen 0,5 ml.

HoeveelheidAantal druppels
0,05 ml1 druppel
0,25 ml5 druppels
0,5 ml10 druppels
1 ml20 druppels
2 ml40 druppels
3 ml60 druppels
5 ml100 druppels
10 ml200 druppels
Omrekentabel bij een standaard infuussysteem van 20 druppels per ml, zoals op de kaart. Bij een ander systeem reken je met het aantal druppels per ml op de verpakking.

Druppelsnelheid berekenen: de formule per minuut in drie stappen

De formule voor de druppelsnelheid is (aantal ml × 20) gedeeld door (aantal uren × 60). De uitkomst is het aantal druppels per minuut bij een standaard infuussysteem van 20 druppels per ml.

Op de voorkant van de rekenkaart staat de berekening in drie stappen, A, B en C. Je rekent eerst de hoeveelheid om naar druppels, dan de tijd naar minuten, en deelt daarna het een door het ander.

StapWat je doetVoorbeeld: 1000 ml in 8 uur
ABereken het aantal druppels: ml × 201000 × 20 = 20000 druppels
BBereken het aantal minuten: uren × 608 × 60 = 480 minuten
CDeel: druppels : minuten = druppels per minuut20000 : 480 = 41,7, afgerond 42 druppels per minuut
Bij een standaard systeem van 20 druppels per ml. Bij een ander systeem vervang je de 20 in stap A.

Stap C is de enige stap waarin je deelt, en daar gaat het meestal mis. Onthoud de richting: druppels gedeeld door minuten, niet andersom. Komt er een onverwacht hoge of lage uitkomst uit, controleer dan de eenheden en de berekening voordat je het infuus instelt.

Elk infuus kun je in beide eenheden uitrekenen. Neem een zak infuusvloeistof van 500 ml die in 5 uur moet inlopen: zonder pomp reken je in druppels per minuut, op de pomp in ml per uur.

500 ml in 5 uurBerekening
Zonder pomp500 × 20 = 10000 druppels
5 × 60 = 300 minuten
10000 : 300 = 33,3, afgerond 33 druppels per minuut
Op de pomp500 ml : 5 uur = 100 ml per uur, dus pompstand 100
Controle met een tweede methode: pompstand 100 gedeeld door 3 is 33,3, dus ook 33 druppels per minuut. Bij een standaard systeem van 20 druppels per ml.

Pompstand berekenen: formule en vaste standen

Pompstand berekenen is één deling: het aantal ml gedeeld door het aantal uren. De uitkomst is de pompstand, in ml per uur.

Loopt het infuus via een pomp, dan reken je niet in druppels maar in ml per uur: de pompstand. Voor de gebruikelijke hoeveelheden per 24 uur staan de standen op de rekenkaart, zodat je ze niet elke keer hoeft uit te rekenen.

HoeveelheidPompstand (ml/uur)
Pompstandaantal ml infuusvloeistof per uur
Waakinfuusop de kaart: stand 3 à 10 (om de ader open te houden); de werkelijke stand volgt uit voorschrift, toegang, pomp en lokaal protocol
0,5 L / 24 uurstand 21
1 L / 24 uurstand 42
1,5 L / 24 uurstand 63
2 L / 24 uurstand 84
2,5 L / 24 uurstand 104
3 L / 24 uurstand 125
De pompstanden van de voorkant van de kaart. Voor andere hoeveelheden of tijden: ml gedeeld door uren.

De rekenregel erachter: 1000 ml gedeeld door 24 uur is 41,7, afgerond 42. Elke halve liter erbij is 21 ml per uur erbij. Voor een hoeveelheid die niet in de tabel staat, bijvoorbeeld 500 ml in 4 uur, deel je gewoon: 500 : 4 = stand 125.

Pompstand berekenen als de inlooptijd in minuten is

Is de inlooptijd in minuten gegeven, bijvoorbeeld 100 ml in 30 minuten, reken de tijd dan eerst om naar uren. Dat is stap B van de kaart andersom: minuten gedeeld door 60. Dertig minuten is 0,5 uur, en 100 ml gedeeld door 0,5 uur is stand 200. Controleer het op een tweede manier: loopt er in een half uur 100 ml in, dan is dat in een heel uur 200 ml.

Van pompstand naar druppels en terug

Soms moet een infuus dat op de pomp liep tijdelijk zonder pomp verder, bijvoorbeeld bij vervoer. Dan reken je de stand om: stand 42 is 42 ml per uur, dat is 42 × 20 = 840 druppels per 60 minuten, dus 14 druppels per minuut. Bij een systeem van 20 druppels per ml komt dat neer op de pompstand gedeeld door 3. Andersom geldt hetzelfde: druppels per minuut maal 3 is de pompstand. Bij 15 of 60 druppels per ml verandert die factor, dus reken dan de volledige route via stap A, B en C.

Zo reken je ook de vaste standen van de kaart om. Bij een standaard systeem van 20 druppels per ml deel je de pompstand door 3 en rond je af op hele druppels.

HoeveelheidPompstandDr/min
0,5 L / 24 uurstand 217
1 L / 24 uurstand 4214
1,5 L / 24 uurstand 6321
2 L / 24 uurstand 8428
2,5 L / 24 uurstand 10435
3 L / 24 uurstand 12542
Pompstanden van de kaart. Druppels per minuut bij 20 druppels per ml: de pompstand gedeeld door 3, afgerond, en nagerekend met (ml × 20) : 1440 minuten.

Medicatie berekenen: van mg naar ml

Voor het optrekken van een dosis uit een ampul of flesje gebruikt de kaart één formule: te geven mg × ml op voorraad, gedeeld door mg op voorraad = te geven ml. Het voorbeeld op de kaart: voorschrift 5 mg morfine subcutaan, je hebt ampullen van 10 mg per ml.

mgml
Voorraad101
Toedienen50,5
5 mg × 1 ml = 5; 5 : 10 mg = 0,5 ml optrekken.

De formule werkt alleen als voorschrift en voorraad in dezelfde eenheid staan en je de concentratie goed leest (10 mg per ml is iets anders dan 10 mg per ampul van 2 ml). Staat het voorschrift in microgram en de ampul in milligram, dan reken je eerst om (1 mg = 1000 microgram) en pas daarna deel je. Controleer de uitkomst op waarschijnlijkheid: uit een ampul van 1 ml kun je geen 5 ml optrekken.

Zuurstof berekenen: hoe lang gaat de cilinder mee?

Bij vervoer met een zuurstofcilinder wil je weten hoe lang de voorraad meegaat. De achterkant van de kaart geeft twee stappen.

StapWat je doetVoorbeeld: cilinder van 2 L bij 200 bar, 4 L/min
ALiters op voorraad: druk (bar) × inhoud cilinder200 × 2 = 400 liter
BMinuten: liters op voorraad : behoefte per minuut400 : 4 = 100 minuten

Die honderd minuten zijn de voorraad op papier, niet de tijd die je veilig hebt. Een cilinder geeft bij lage druk geen betrouwbare flow meer, en een vertraging onderweg is snel opgelopen. In de praktijk houd je daarom een marge aan, bijvoorbeeld door de cilinder niet onder een bepaalde druk te laten komen; welke grens dat is, staat in de afspraken van je afdeling of de vervoersdienst.

Lees de druk af vlak voor vertrek

De manometer van een cilinder die al een keer gebruikt is, staat niet meer op 200 bar. Reken met de druk die je op dat moment afleest, niet met de inhoud die op de cilinder staat. Druk maal inhoud geeft bovendien een theoretische hoeveelheid gas; in de praktijk houd je een veiligheidsreserve aan en respecteer je de minimale restdruk en de afspraken voor de gebruikte cilinder.

Medisch rekenen: de formules van de kaart op een rij

Medisch rekenen, ook verpleegkundig rekenen genoemd, is het rekenwerk dat je in de zorg doet bij infusen, medicatie en zuurstof. De zakkaart medisch rekenen heeft daar vier berekeningen voor, plus de omrekening van ml naar druppels. Hier staan ze bij elkaar, elk met een voorbeeld.

BerekeningFormule en voorbeeld
Druppels per ml1 ml = 20 druppelsVoorbeeld: 5 ml = 100 druppels
DruppelsnelheidA: ml × 20 = druppels
B: uren × 60 = minuten
C: druppels : minuten = druppels per minuutVoorbeeld: 1000 ml in 8 uur. 20000 : 480 = 41,7, afgerond 42 druppels per minuut
PompstandAantal ml infuusvloeistof per uur (ml : uren)Voorbeeld: 1 L in 24 uur = stand 42
MedicatieTe geven mg × ml op voorraad : mg op voorraad = te geven mlVoorbeeld: 5 mg × 1 ml : 10 mg = 0,5 ml
ZuurstofA: druk (bar) × inhoud cilinder = liters op voorraad
B: liters op voorraad : behoefte per minuut = minutenVoorbeeld: 200 bar × 2 L = 400 liter; 400 : 4 L/min = 100 minuten
De formules van de kaart Verpleegkundig rekenen. Druppels per ml en druppelsnelheid bij een standaard systeem van 20 druppels per ml.

Druppelsnelheid berekenen oefenen, met antwoorden

Oefen je voor de rekentoets, of wil je de formules in de vingers krijgen? Deze zes sommen maak je met de formules en waarden van de kaart. Reken eerst zelf en klap dan het antwoord open. Bij elk antwoord staat een controle met een tweede rekenmethode, zoals je een berekening in de praktijk ook nakijkt. Bij risicomedicatie hoort daar de dubbelcontrole bij die het protocol van je afdeling voorschrijft.

Som 1. Hoeveel druppels is 3 ml, en hoeveel ml is 10 druppels?

Bij 20 druppels per ml: 3 × 20 = 60 druppels, en 10 : 20 = 0,5 ml.

Controle: één druppel is 0,05 ml. 60 druppels is dan 60 × 0,05 = 3 ml, en 10 druppels is 10 × 0,05 = 0,5 ml.

Som 2. Er moet 1000 ml in 6 uur inlopen, zonder pomp en met een standaard systeem. Hoeveel druppels per minuut stel je in?

A: 1000 × 20 = 20000 druppels. B: 6 × 60 = 360 minuten. C: 20000 : 360 = 55,6, afgerond 56 druppels per minuut. Stel de rolklem in en tel daarna een volle minuut de druppels mee.

Controle: op de pomp zou dit 1000 : 6 = 166,7 ml per uur zijn, en 166,7 : 3 = 55,6. Dezelfde uitkomst.

Som 3. Een infuus van 100 ml moet via de pomp in 30 minuten inlopen. Welke pompstand stel je in?

Reken de tijd om naar uren: 30 : 60 = 0,5 uur. Dan is 100 ml : 0,5 uur = 200 ml per uur, dus stand 200.

Controle: in een half uur loopt er 100 ml in, in een heel uur het dubbele, 200 ml.

Som 4. Een infuus op stand 84 moet tijdelijk zonder pomp verder, met een standaard systeem. Hoeveel druppels per minuut?

Stand 84 is 84 ml per uur. 84 × 20 = 1680 druppels per uur, en 1680 : 60 = 28 druppels per minuut.

Controle: bij 20 druppels per ml is het aantal druppels per minuut de pompstand gedeeld door 3, en 84 : 3 = 28.

Som 5. Het voorschrift is 4 mg en je hebt ampullen van 10 mg in 2 ml. Hoeveel ml trek je op?

Met de formule van de kaart: 4 mg × 2 ml = 8, en 8 : 10 mg = 0,8 ml. Let op: in deze ampul zit 10 mg in 2 ml, niet in 1 ml zoals in het voorbeeld op de kaart.

Controle: 10 mg in 2 ml is 5 mg per ml. Voor 4 mg heb je dan 4 : 5 = 0,8 ml nodig.

Som 6. Een zuurstofcilinder van 2 liter staat op 150 bar en de patiënt krijgt 2 liter per minuut. Hoeveel minuten zuurstof heb je volgens de formule?

A: 150 × 2 = 300 liter op voorraad. B: 300 : 2 = 150 minuten.

Controle: 2 liter per minuut is 120 liter per uur, en 300 : 120 = 2,5 uur, ook 150 minuten. Dat is de voorraad op papier. Houd de marge en de minimale restdruk aan die je afdeling afspreekt.

Zit je op een zorgopleiding? De rekenkaart zit ook in de Studentenset, vijf kaarten voor jaar 1 en je eerste stage. Welke kaarten je per leerjaar gebruikt, lees je bij de referentiekaarten voor studenten.

Waar het misgaat bij medisch rekenen

1. Uren en minuten door elkaar

De druppelsnelheid is per minuut, de pompstand per uur. Wie 1000 ml in 8 uur deelt door 8 in plaats van door 480, komt uit op 2500 druppels per minuut. Zet daarom altijd de eenheid achter het getal, ook op je kladblaadje.

2. Het druppelsysteem niet checken

De 20 in de formule geldt voor een standaard systeem. Bij een systeem van 15 druppels per ml loopt hetzelfde infuus met 20 druppels per minuut een derde te snel; bij een microdruppelsysteem van 60 loopt het driemaal te langzaam. Kijk op de verpakking voordat je rekent.

3. Mg en ml verwisselen

Een ampul van 10 mg per ml bevat 10 mg in 1 ml. Wie de 10 als ml leest, trekt tienmaal te veel op. Schrijf de voorraad altijd op als twee getallen naast elkaar, mg en ml, zoals in de tabel op de kaart, en pas bij risicomedicatie de dubbelcontrole toe zoals het lokale protocol die voorschrijft.

  • Controleer de berekening met een tweede rekenmethode of een onafhankelijke controle, en vraag je af of de uitkomst past bij wat je van dit middel of dit infuus verwacht.
  • Tel na het instellen van een infuus zonder pomp een volle minuut de druppels mee.
  • Noteer wat je hebt ingesteld en wanneer, zodat de volgende dienst kan controleren of het infuus op schema loopt.
Waarom staat een waakinfuus op stand 3 tot 10?

Een waakinfuus dient niet om vocht te geven, maar om de ader open te houden zodat het infuus beschikbaar blijft voor medicatie. Daarvoor is een lage snelheid genoeg. Hoeveel precies, hangt af van het voorschrift, de toegang, de pomp en het lokale protocol; de kaart geeft een bandbreedte, geen algemene regel. Volg de afspraak van je eigen afdeling.

Veelgestelde vragen

Hoeveel druppels is 1 ml?

Bij een standaard infuussysteem 20 druppels. Er bestaan ook systemen van 15 druppels per ml en microdruppelsystemen van 60 druppels per ml. Het aantal staat op de verpakking van het toedieningssysteem; controleer dat voordat je rekent.

Hoeveel ml is een druppel?

Bij een standaard infuussysteem is één druppel 0,05 ml. Dat volgt uit de kaart: 1 ml is 20 druppels, dus één druppel is 1 gedeeld door 20. Tien druppels zijn samen 0,5 ml en twintig druppels 1 ml. Bij een ander toedieningssysteem verandert dat getal; het aantal druppels per ml staat op de verpakking.

Hoeveel druppels is 5 ml of 10 ml?

Bij een standaard infuussysteem van 20 druppels per ml is 5 ml 100 druppels en 10 ml 200 druppels. Je vermenigvuldigt het aantal ml met 20, zoals in stap A van de kaart. Zo is 2 ml 40 druppels en 3 ml 60 druppels. Werk je met een ander systeem, dan reken je met het aantal druppels per ml op de verpakking.

Wat is het verschil tussen druppelsnelheid en pompstand?

De druppelsnelheid is het aantal druppels per minuut dat je met de rolklem instelt bij een infuus zonder pomp. De pompstand is het aantal ml per uur dat je op de infuuspomp instelt. Voor dezelfde hoeveelheid in dezelfde tijd horen ze bij elkaar: 1000 ml in 24 uur is stand 42 en 14 druppels per minuut.

Hoe reken je een pompstand om naar druppels per minuut?

Deel de pompstand door 3 bij een systeem van 20 druppels per ml. Stand 42 ml/uur is 42 × 20 = 840 druppels per 60 minuten, dus 14 druppels per minuut. Bij 15 druppels per ml deel je door 4, bij 60 druppels per ml is het aantal druppels per minuut gelijk aan de pompstand.

Hoeveel druppels per minuut is 1 liter in 24 uur?

Bij een standaard systeem van 20 druppels per ml is 1 liter in 24 uur 14 druppels per minuut. De som: 1000 × 20 = 20000 druppels, 24 × 60 = 1440 minuten en 20000 : 1440 = 13,9, afgerond 14. Op de pomp is dat stand 42, de waarde op de kaart. Ter controle: 42 gedeeld door 3 is ook 14.

Hoe bereken je de pompstand als de inlooptijd in minuten is?

Je rekent de minuten eerst om naar uren en deelt dan het aantal ml door dat aantal uren. De pompstand is op de kaart het aantal ml per uur, en een uur heeft 60 minuten. Een voorbeeld: 100 ml in 30 minuten. Dertig minuten is 0,5 uur, en 100 : 0,5 = stand 200. Controle: 100 ml per half uur is 200 ml per uur.

Mag je de druppelsnelheid afronden?

Ja, je stelt hele druppels per minuut in, dus 41,7 wordt 42. Tel na het instellen een volle minuut mee en controleer na een kwartier of het infuus op schema loopt. Bij medicatie waarbij de snelheid nauw luistert, gebruik je een pomp; dat staat in het protocol van de afdeling.

Voorkant van de kaart Verpleegkundig rekenen
Achterkant van de kaart Verpleegkundig rekenen

De kaart voor aan je uniform

Verpleegkundig rekenen

Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.

Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de Verpleegkundig rekenen-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen

Bronnen en controle

  • Vilans KICK-protocollen, Infuus: inlopen van infuusvloeistof en het berekenen van de druppelsnelheid.
  • Leerboeken verpleegkundig rekenen, onder meer Rekenen voor verpleegkundigen (Van der Vlist) en Medisch rekenen (Bohn Stafleu van Loghum).
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers, richtlijnen voor het bereiden en toedienen van parenterale geneesmiddelen.
  • De referentiekaart Verpleegkundig rekenen van ZorgZipper (uitgave 2021).

Inhoud gecontroleerd op 16 september 2026. Volg altijd het protocol van je eigen afdeling; dat gaat vóór elke naslagkaart.

Een kaart uit de zorgbingo

Gratis voor je team

De zorgbingo in je mail

Acht bingokaarten vol situaties uit een dienst, van ‘familie belt 3x’ tot ‘hele dienst niet geplast’. Print ze voor je team of je klas en kruis af wat je meemaakt. Wil je ook de nieuwsbrief met nieuwe artikelen en kaarten? Zet dan het vinkje aan.

Je krijgt de pdf per mail. Zie de privacyverklaring.

Lukt het niet? Download de pdf dan direct.

Lees ook